Prachtig, prachtig riep de componist enthousiast

Gooi nooit een briefje of kaartje weg dat een kunstenaar je toezendt. Zeker niet een berichtje waarin een componist meldt dat hij zijn eerste symfonie af heeft. Dat het een hele race tegen de klok was geweest om het ding op tijd in de enveloppe te stoppen voor verzending naar de drukker.

FRANZ STRAATMAN

Pas toen ik vorige maand een telefoontje kreeg van de afzender, Reinhold Selen, of ik wilde komen luisteren naar de eerste uitvoering, herinnerde ik me dat kaartje dat op een mooie junidag in 1992 bij de post zat. Weggegooid of onvindbaar opgeborgen, concludeerde ik na enig zoeken. Dom. De boodschap had me juist zo doen denken aan een beroemd geworden briefkaartje met de simpele mededeling: 'Het ding is af.' Het was pure opluchting die er uit de boodschap sprak van Herman Gorter aan zijn vriend Alphons Diepenbrock. Het 'ding' was het verhalende dichtwerk 'Mei', de eerste grote creatie van de toen 24jarige dichter. Met zo'n zucht maakte ook de 30-jarige Selen duidelijk blij te zijn dat hij zijn eerste grootschalige muziekstuk had afgerond.

Had ik het kaartje bewaard, zoals Diepenbrock in 1888, wie weet zou het ooit in een biografie als illustratie zijn afgedrukt. Zo'n simpel fotootje waaruit meer verhaal spreekt dan pagina's lange levensbeschrijvingen vermogen. Dat besefte ik lezend in 'Chopin', de degelijk informatieve biografie die Jos van Leeuwen onlangs publiceerde in de 'Componistenreeks' van uitgeverij Gottmer. Daarin toont een plaatje een pakje papier met een lint erom gestrikt: een bundeltje brieven van het Poolse meisje Maria Wodzinska. Zij minden elkaar zeer, Fryderyk en Maria, maar haar familie blies een voorgenomen huwelijk af. Op het pakje schreef Chopin: 'Moja bieda', Pools voor 'Mijn ongeluk'.

Het zijn deze elementen die biografieen, het thema van de Boekenweek 1993, smaak en kleur geven. Hoe meer ego-documenten, hoe interessanter het verhaal. Dat moet de schrijfster George Sand ook gedacht hebben toen zij al haar brieven, op een na, aan haar vroegere geliefde Frederic Chopin verbrandde! In het geval van Chopin was de kans zeer groot dat zijn levensverhaal geboekt zou worden, zo beroemd was hij bij zijn overlijden in 1849. H. Barbedette was de eerste biograaf, in 1852.

Met Reinhold Selen staan we nog aan de onbekende zijde van een kunstenaarsleven. Naar zijn zeggen heeft dat pas zo'n vijftien composities opgeleverd die hij als volwassen beschouwt.

Dat componistenleven begon pas veel later dan bij Chopin. Diens opus 1, een rondo in c, vloeide hem, 15-jarige, in 1825 uit de pen. Hij was er vroeg bij want zijn nu beroemde, overal gespeelde (ook tijdens zijn leven al) pianoconcerten in e (opus 11) en in f (opus 21) waren de werkstukken van een negentien-, twintigjarige. Selen, afkomstig uit een klein dorpje bij de DeensDuitse grens, dacht op die leeftijd wel aan componeren, maar anders dan Chopins vader wilde die van Selen eigenlijk niet dat zijn zoon de muziek in ging. "Ik zong wel op een kerkkoor, een heel goed koor zelfs met een uitstekende dirigent die mij ook muziektheorie bijbracht; dat mocht wel, maar ik mocht geen instrument leren spelen."

Er was maar een manier om te ontsnappen: helemaal weg uit Duitsland. Het werd in 1983 uiteindelijk Nederland, waar hij zich op de piano gooide en zich aan het Amsterdams Conservatorium aanmeldde als compositieleerling; tot 1990 studeerde hij er bij Robert Heppener en Tristan Keuris. Een partita voor twaalf saxofoons, een saxofoonkwartet en een strijkkwartet behoorden tot de rijpe vruchten. Het strijkkwartet werd in 1991 bekroond met de 'Carl Maria von Weber-Preis' op het gelijknamige concours in Dresden.

"Ik tel mijn werk niet in opusnummers. Dan denkt iedereen dat je je op het niveau van Brahms of Beethoven verheft" , reageert Selen op mijn vraag welk rangcijfer dat kwartet en nu zijn symfonie meekregen. We praten over zijn componeren met de partituur op tafel tijdens een pauze in de repetitie. Kort te voren heb ik hem enthousiast zien opspringen en 'prachtig, prachtig' horen roepen op de vraag van dirigent Iman Soeteman of een bepaalde passage in de hoorns nu naar wens klonk. "Het is de eerste keer dat ik de symfonie in zijn geheel hoor" , had hij mij al gezegd, met zijn hand op zijn borst de beweging van een bonkend hart makend.

Want dat is de barriere die iedere componist moet zien te nemen: musici vinden die jouw nieuwe muziek de moeite waard vinden om in te studeren en te spelen. Dat werd het symfonieorkest Con Brio, een Amsterdams amateurorkest van redelijk goede kwaliteit, gehoord het concert afgelopen zondag waar naast Selens nieuweling ook Berlioz' 'Les nuits d'ete' en Francks 'Symphonie in d' gingen. Een romantische omgeving waarin Selens driedelig stuk goed paste.

Hoorns nemen er een prominente plaats in. Zij dragen al in het eerste deel ('brilliante') op een onderstroom van snelle strijkersfiguren een golvend motief voor, in een opeenvolging van lyrische ontboezemingen en heftige exclamaties voor hout- en koperblazers. Een parmantig deel. Het tweede deel is een waar arioso, dat zijn hoogtepunt bereikt in een expressieve vioolsolo (fraai gerealiseerd door de concertmeester) op een achtergrond van parallelle intervallen voor hoorns, met een piccolo fluit als tussenwerpsel. Het derde deel, uit eerbetoon aan het orkest 'con brio' genoemd, pakt elementen uit voorgaande delen samen; een scherzo-achtig gebeuren in een voor amateurs lastig, complex metrisch gewaad.

Muziek met een duidelijke beweging, met melodische en harmonische ontwikkelingen die getuigden van originaliteit en toch bij eerste beluistering veel herkenning opriepen. 'Poetisch realisme' in de termen van Selen. "Natuurlijk, je kunt het romantiek noemen, maar dat is het niet; deze muziek is mijn reactie op de werkelijkheid waarin ik nu leef. De negentiende eeuw, Beethovens symfonieen voorop, boeit mij en fungeert als inspiratiebron voor wat ik nu wil uitdrukken."

Maar waarom alsmaar symfonieen? "Omdat je, als in een roman, een verhaal van grotere adem kunt ontwikkelen, een essentiele muzikale gedachte tot in de laatste consequentie kunt uitwerken. Dat prikkelde tot het schrijven. En ik ga er mee door. Want alles wat ik tot nu toe deed, was een eerste keer; dan moet je je weg zoeken, hoe een indeling te maken, waar op te letten. Bij een volgende keer kun je dan vrijer werken."

Als er ooit weer een briefkaartje van Selen komt met 'mijn tweede is af', zal ik dat goed bewaren. Gottmers Componistenreeks heeft er over 100 jaar mogelijk wat aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden