Praag verdeeld over ’concentratiekamp’ daklozen

Een dakloze inspecteert een vuilnisbak naast het Praagse stadhuis. Aziatische toeristen kijken weg. In het stadhuis gruwelt Jiri Janecek van dit soort taferelen. „Dakloosheid is een keuze”, zegt hij beslist. „Iedereen die wil werken, kan hier werk vinden”, aldus het raadslid van de rechts-conservatieve ODS. „Als daklozen mentaal en fysiek gezond genoeg zijn, kunnen ze een herintegratieproject in”, zegt hij.

Ekke Overbeek

Voor de rest van de naar schatting 3500 daklozen heeft hij een andere oplossing: een kamp. In het plan, dat in augustus is goedgekeurd door de Praagse gemeenteraad, heet het een ’centrum voor geïntegreerde hulp’. Maar de auteur van het idee, dat begin volgend jaar moet zijn gerealiseerd, spreekt zelf onomwonden over ’het kamp’ – buiten het centrum, buiten het zicht van burgers en toeristen.

Organisaties die zich bezighouden met daklozen luiden de noodklok. „Ik ken niet één andere stad in Europa waar men zo’n idee heeft gelanceerd”, zegt Mike Stannett van het Leger des Heils, die het woord ’concentratiekamp’ niet schuwt. „Niet in de zin van vernietigingskamp natuurlijk”, voegt hij eraan toe, maar wel in de letterlijke zin: „Je arresteert deze mensen en plaatst ze buiten de samenleving.” Het herintegratieproject van Janecek is volgens hem een gotspe: „Tachtig procent van de mensen in ons centrum zou daar allang niet meer mogen zitten, maar er zijn gewoon geen woningen voor ze.”

De Brit werkt al twintig jaar met Praagse daklozen. „Ik heb er in al die jaren nog niet één gezien die ervoor koos dakloos te zijn. Wel is de weg uit de dakloosheid vaak zwaarder dan de vernedering van het daklozenbestaan zelf.” Het systeem van Janecek bemoeilijkt een terugkeer in de samenleving. ’Housing first’ zou de regel moeten zijn. „Je moet mensen eerst een fatsoenlijk onderdak bieden en van daaruit hun problemen aanpakken. En niet andersom: ze op straat laten leven en pas als ze goed genoeg zijn een woning aanbieden.” De dialoog die het stadhuis zegt te voeren met de hulporganisaties is een farce, meent Stannett. „Je vindt in heel Praag geen ngo die dit beleid steunt.”

Janecek ligt daar niet wakker van. Integendeel: „Toen ik vier jaar geleden aantrad, waren er tweehonderd ngo’s die zich met daklozen bezighielden en die allemaal subsidie kregen. Die hadden er geen belang bij problemen op te lossen. Die wilden gewoon geld verdienen.”

Hij haalde naar eigen zeggen de bezem erdoor. „Er zijn er nu nog maar twintig”, zegt hij tevreden. Eén van de overblijvers is het Leger des Heils, waar majoor Stannett naar eigen zeggen jaarlijks ’enkele tonnen’ tekort komt om het opvangcentrum draaiende te houden. „Het is een schande dat een rijke stad als Praag zo weinig over heeft voor zijn daklozen.” Dankzij donaties uit Engeland en Nederland blijft het centrum open. Elders in Tsjechië is dat anders.

„In Brno krijgen daklozen eten dat overblijft in restaurants”, zegt Janecek vol afgrijzen. „Dat is helemaal verkeerd, want ze hoeven er niets voor te doen.” Maar in het geplande Praagse kamp krijgen ze toch ook te eten? „Ja, maar geen restaurantmenu, geen schnitzel, geen aardappelpuree. Alleen soep.”

Wie iets voor niets krijgt, raakt gedemotiveerd, luidt het devies. Dat wisten de Pragenaren in de Middeleeuwen ook al, legt Janecek uit. In de veertiende eeuw werd een stadsmuur gebouwd door hulpbehoevenden. Wie meehielp aan de bouw, kreeg iets te eten. De ’hongermuur’ hield zwervers en bedelaars van de straat en tegelijkertijd ongewenst volk buiten de stad. „Een stuk van de hongermuur staat er nog. Die kunt u gaan bekijken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden