reizen

Praag, nog altijd met de allure van weleer

Beeld Thinkstock

Na de val van de Muur, eind vorige eeuw, was Praag een tijdje superpopulair. Die hype is voorbij, maar een bezoek aan de stad blijft betoverend.

Resoluut pakt de receptionist mijn big shopper. Hij wil per se niet dat ík hem draag, hoewel ik er toch niet bepaald zwak, ziek en misselijk uitzie. En hij werkt echt niet bij het Ritz. Waarschijnlijk is het een restje voorkomendheid uit de tijd dat Praag deel uitmaakte van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie: tegenover klanten, ook al is het de zoveelste, neem je de egards in acht. Dat zal ik in Praag vaker meemaken.

Ik ben voor een paar dagen in de Tsjechische hoofdstad neergestreken en heb een appartementje met kookgelegenheid geboekt. Niks bijzonders. Het ligt wel aan het Václavské náměstí, beter bekend als Wenceslasplein, ooit de paardenmarkt van Praag, en nu, met zijn 680 bij 60 meter, de bovenmatig grote, drukke huiskamer van deze miljoenenstad en brandpunt van alle politieke gebeurtenissen van de afgelopen eeuw: van het uitroepen van de republiek in 1918 via de communistische coup in 1948 tot het einde van het communisme in 1989. Hier stak student Jan Palach zich ook nog eens in 1969 in brand; een kruis in het plaveisel midden op het plein herinnert aan zijn protestdaad - je moet er wel naar zoeken.

Nadat ik me geïnstalleerd heb, pik ik eerst een terrasje. Onder het genot van een glas Pilsner Urquell - hét oerpils - bekijk ik mijn wensenlijst voor de komende dagen. Praag biedt legio bezienswaardigheden die je gezien móét hebben: de Praagse burcht die op de andere oever van de Vltava (of Moldau) machtig boven alles uittorent - trek er een halve dag voor uit, waarschuwt de gids - het synagogencomplex met zijn twaalfduizend eeuwenoude grafstenen en als indrukwekkend gedenkteken de wand met de namen van de 80.000 Tsjechische Joden die het naziregime niet overleefd hebben, concertgebouw Het Rudolfinum met kamerconcerten of misschien het Dansende Huis, een deconstructivistisch kantoorgebouw, dat zijn bestaan als Ginger en Fred begon, omdat het zoveel schwung heeft.

Wonderbeeldje

Eerst maar eens langs het kindje Jezus van Praag in de Malá Strana, de ‘Kleine Zijde’, het barokke stadsensemble tussen de rivier en de burcht. Dit 45 centimeter grote wonderbeeldje schijnt net zo’n uitgebreide garderobe te hebben als Manneken Pis. Om er te komen, hij staat in de Maria Victoriakerk, moet ik de fameuze Karelsbrug over, die Barbra Streisand al had uitverkoren als decor voor haar film ‘Yentl’, waarin zij de hoofdrol speelt. Via deze drukbevolkte brug rijdt ze met paard en wagen de Poolse stad Lublin binnen, want dat is Praag in haar film. Nu lopen hier vooral, of misschien wel uitsluitend, toeristen tussen de barokke heiligenbeelden op hun sokkels en verkopers van, het moet gezegd, best aardige souvenirs.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Beeld Thinkstock

Het is behoorlijk druk, maar op de een of andere manier heb je er geen last van. Geen Venetiaanse toestanden, waarvoor iemand me had gewaarschuwd. Het uitzicht op de rivier en de burcht geeft lucht. Er is zoveel moois te zien dat je eigenlijk alleen maar daar oog voor hebt, niet voor al die anderen die met jou dat moois willen bekijken. En het scheelt natuurlijk dat Praag aan de door de componist Smetana bezongen Moldau ligt en niet aan zee - hier geen tien verdiepingen hoge cruiseschepen, die voor een uurtje toeristenhordes loslaten.

Nadat ik in de Marie Victoriakerk als aandenken een ansichtkaart met een afbeelding van het kindje Jezus heb gekocht - door aan een wieltje te draaien kan ik hem vier verschillende mantels aantrekken - wordt het tijd voor lunch. Geen probleem in de Malá Strana, daar zijn genoeg eettentjes en cafeetjes. Ik had me al een beetje ingesteld op stevige Midden-Europese kost, zoals knoedels of goulash, maar ook in de Tsjechische hoofdstad heeft de hipstercultuur toegeslagen: op de met krijt beschreven menuborden worden smoothies aangeprezen en zelfs gazpacho, wat er ook wel voor kan doorgaan. Dan vanavond maar een stevige maaltijd.

Of het nou aan de frisse gazpacho ligt, maar ik sta in elk geval in een mum van tijd boven op de Praagse burcht. Die is niet voor niets dé trekpleister van de Tsjechische hoofdstad en dat merk je aan de bezoekersaantallen. Even schrikken. Maar een en ander wordt in goede banen geleid: een kaartje kopen gaat rap en het areaal is zo uitgestrekt dat de massa zich snel over het terrein verdeelt. Alleen voor de St.-Vitus- kathedraal, waaraan zeshonderd jaar gesleuteld is, staat een rij, maar dan moet eerst  de hoogmis afgelopen zijn. First things first.

De gids heeft niet overdreven: als je alles op de burcht wilt zien - van kathedraal tot Sint-Jorisklooster, van schilderijengalerij tot Gouden Straatje en wat er verder zoal is - kun je daar inderdaad wel een halve dag voor uittrekken. Maar op een gegeven moment neem je niks meer op. Dat wordt nog een keer terugkomen. Of niet, want in Praag is zo ontzettend veel te zien, dat je aan een driedaags bezoek niet genoeg hebt.

Langzaam zak ik af ik naar de Vltava. Ik heb mijn zinnen gezet op een concert in Het Rudolfinum. Kijken of ik nog een kaartje kan kopen en dat treft: ’s avonds blijkt er een uitvoering met lichte klassieke muziek. Mooi, dan kan ik van tevoren eerst nog een pilsje drinken en de Boheemse keuken alle eer aandoen. Eén ding kan ik na één dag al zeggen: Praag is betoverend.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Beeld Thinkstock

Terezín

Ooit begonnen als garnizoensstad om de Pruisen buiten te houden, heeft Terezín in de twintigste eeuw onder zijn Duitse naam Theresienstadt een sinistere klank gekregen. De Grote vesting daar, er is ook een Kleine, heeft vanaf herfst 1941 dienst gedaan als getto voor Joden uit heel Europa, en ook uit Nederland. Velen zijn vanaf hier naar de vernietigingskampen gedeporteerd. Terezín ligt ten noorden van Praag en is met de bus bereikbaar. Leestip: de roman ‘Terugkeer ongewenst’ van Charles Lewinsky, over de Joodse acteur, entertainer en regisseur Kurt Gerron.

Kutná Hora

Door haar zilvermijnen is Kutná Hora, ten oosten van Praag, eeuwenlang de belangrijkste stad van Bohemen geweest. Van de rijkdom die de mijnen genereerden is nog het een en ander in steen overgebleven, zoals de Sint-Barbarakathedraal en het Italiaanse Hof. Wie van bizar houdt, kan door naar het ossuarium in de voorstad Sedlec, waar eeuwenlang botten zijn bewaard. Ze zijn in 1870 door ene František Rint gerangschikt. Hij heeft er zelfs een kroonluchter van weten te maken.

In de buurt

Ten zuidwesten van Praag ligt Karlštejn, met zijn torens en zadeldaken een sprookjeskasteel: het is in 1348 gebouwd als uiting van de macht van de keizer van het Heilige Roomse Rijk, in dit geval Karel IV. Hier werden de keizerlijke insignes en kroonjuwelen bewaard. Je kunt er vanuit Praag met de trein heen. Daarna is het een halfuur lopen vanaf het station.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden