Review

POüZIEKRANT

De Poëziekrant bestaat nu vijfentwintig jaar en al die tijd heeft het blad, dat er aanvankelijk inderdaad als een soort krant uitzag, breed geïnformeerd over poezie.

Vorig jaar heeft het tijdschrift een grondige vernieuwing ondergaan, die nog steeds verder uitgewerkt wordt, zowel inhoudelijk als grafisch. De foto's, in kleur of zwart-wit, trekken de aandacht. Op de omslag van het meest recente nummer prijkt Joost Zwagerman, door Klaas Koppe sterk geportretteerd. Hij is een van dichters die geïnterviewd worden, de anderen zijn Ilja Leonard Pfeijffer en Patrick Lateur. Interessant is de terugblik van Zwagerman op zijn Maximalen-tijd en de vaststelling dat hij zich een pseudomaan voelt, iemand die verschillende dichtersstemmen in zich hoort klinken. Pfeijffer ziet twintig jaar na dato, net als Rob Schouten overigens, de stennis van de Maximalen toch nog effect hebben op de huidige poëzie. De beschouwingen in het nummer handelen over onder anderen Henk van der Waal en Joris Denoo, niet direct de meest bekende dichters, maar de krant wil juist van alles naar voren brengen. Ook de gedichten die erin worden voorgepubliceerd zijn zeer divers: van Leonard Nolens en Roland Jooris tot Nicolás Guillén en Charles Simic (de laatste twee natuurlijk in vertaling). Een kwart van het nummer is, twintig jaar na zijn overlijden, besteed aan het onbekende literatuur- en kunstkritische werk van de dichter Paul Snoek in het dagblad Vooruit, eind jaren vijftig. Hij bespreekt de Vijftigers en vraagt aandacht voor Dada, in stukken die Yves T'Sjoen met een fikse inleiding terecht aan de vergetelheid heeft ontrukt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden