Potsierlijk zwijmelen en zuchten in Goethes jeugdwerk 'Stella' theater

Lantaarn, Rotterdam, t/m 25-9; toernee t/m 6 november, inf. tel. 010-4367997.

Goethe had zojuist een schone geliefde verlaten om de verrukking van een nieuwe liefde te kunnen zoeken en zette in 'Stella' wellicht zijn schuldgevoel (welja, waarom zouden mannen daar eigenlijk geen last van hebben. . .) om in een typische mannendroom: verlaten vrouwen ontsteken niet in wraakzucht, maar koesteren het verloren geluk tot het hoogste ideaalbeeld. De eventuele spijtoptant kan, met andere woorden, altijd op een warm hart en gespreide armen rekenen.

En zo, met smartelijke dweperijen, verbeiden de twee vrouwen in het stuk de tijd, Stella en Cecile, in de steek gelaten door respectievelijk minnaar en echtgenoot. Het toeval - maar wat is toeval in de romantiek? - heeft hun pad doen kruisen en uitgerekend dan komt de man, die natuurlijk een en hetzelfde blijkt, terug. Kiezen kan hij niet.

In de eerste versie van het stuk eindigen zij in een gelukzalige omhelzing als trio. Maar dat mocht toen, anno 1775, nog niet. Nu is het je reinste kasteelromantiek, oersentimentele kitsch.

Potsierlijk

Vervelend voor het publiek, moet regisseur Pluymaekers hebben gedacht en haalde toen al zijn vindingrijkheid van stal om de potsierlijkheid van die onmogelijke dweepzucht te onderstrepen. Daarmee neemt hij zijn publiek echter evenmin serieus, omdat hij aldus voorbijgaat aan de vraag waarom hij dit stuk nu wil brengen.

Er wordt in overdreven theatrale stijl, op het aanstellerige af, gespeeld. Vondsten en malle fratsen wisselen elkaar in hoog tempo af. Pluymaekers houdt van gekke objecten. De bediende komt op in een zichzelf voortrollende bagagekar. Het portret van de geliefde is een kist met binnenverlichting. Zijn objecten roepen herinneringen op aan de voorstellingen van de Vlaamse groep Radeis, maar daar was het materiaal het uitgangspunt, terwijl hier de vorm de inhoud verslindt.

Een enkele keer lijkt het erop dat hij dat superromantische gevoel dat verliefdheid nu eenmaal is, toch zichtbaar wil maken. Met name via de kirrende bakvis van een dochter van Cecile, die haar eigen vader, die zij immers nooit gekend heeft, bijna haar eerste zoen weet te ontfutselen.

Aan de andere kant laat hij die Fernando zijn emoties weer bevechten alsof het de windmolens van Don Quichot zijn, met een floret staand tegen een in de lucht hangend zwaard. Alleen Kathenka Woudenberg als Cecile en Saskia Rinsma als Stella slagen er in iets van de binnenkant van hun gemoed te laten zien. Zeker Rinsma is op het laatst, als zij woest met haar appelrode wangetjes in aarde happend zich het leven zonder geliefde probeert voor te stellen, een heel triest clowntje.

Pluymaekers gaat nogal te jongehonderig met zijn vele ideeen om, gunt zich niet de rust er doordachter mee om te springen waardoor een goede grap het gewicht van een helder betoog zou kunnen krijgen. Ik houd er voorlopig vooral een wat onbevredigd cabaretgevoel aan over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden