Opinie

Postmodern geleuter in een christelijke jas

Eerst was er het geval van het Nederlandse echtpaar dat eind maart gekidnapt werd in Jemen. Twee weken lang waren ze in handen van een lokale stam die met deze daad de vrijlating wilde bespoedigen van enkele gevangen familieleden.

Toch geen pretje, zou je denken. Maar na afloop wilde het stel geen kwaad woord horen over hun ontvoerders.. „Jemenieten”, zei de man in De Stentor, „hebben gastvrijheid hoog in het vaandel staan.”

En deze week deed de Nederlandse journaliste Joanie de Rijke haar verhaal. Vorig jaar november had ze in Afghanistan contact gezocht met talibancommandant Ghazi Gul. Ze wilde de man interviewen, maar hij besloot haar te ontvoeren. En de commandant zag er geen been in om de vrouw op een nacht te verkrachten. Een triootje met een van zijn echtgenoten vond hij trouwens ook een pikant idee. Zes dagen later liet hij de journaliste gaan – tegen betaling van 137.000 dollar losgeld.

Toch geen pretje, zou je denken. Vrome malloot berooft je uit geldnood van je vrijheid, en dwingt je ook nog eens tot seks.

Niettemin bleek ook Joanie Rijke vol begrip voor haar gijzelnemers. „Ik wil”, zei ze dinsdag in de Volkskrant, „nuances aanbrengen in het verhaal.”

Nee, leuk was het niet geweest, daar in de Afghaanse bergen. Maar de kidnappers hadden heus ’respect’ getoond voor haar. Ze verwenden haar immers door ’thee, koekjes en vlees’ aan te bieden. „Die dingen kunnen naast elkaar bestaan.” En de verkrachting?. „Ghazi”, verklaarde ze in alle ernst, „had zijn hormonen niet onder controle.”

Inderdaad, het zijn klassieke gevallen van het befaamde Stockholmsyndroom – het verschijnsel waarbij slachtoffers ons achteraf willen wijsmaken dat de daders eigenlijk nobele bedoelingen hadden. En er vooral niets aan konden doen dat ze deden wat ze deden.

Tegelijkertijd tonen hun uitlatingen óók aan hoe diep de postmoderne moraal is ingedaald. Er bestaat geen goed, er bestaat geen kwaad. Wat jij vrijheidsberoving noemt, noem ik gastvrijheid. Wat jij een ordinaire verkrachter noemt, noem ik een man die last heeft van zijn hormonen. Wat jij een dader noemt, noem ik een slachtoffer.

Sterke staaltjes van dit modieuze glibberdenken levert dezer dagen het debat dat is losgebarsten over de man die op Koninginnedag zeven mensen vermoordde. Zo meldde Ikon-pastor Bram Grandia in dit dagblad grote bezwaren te koesteren tegen de herdenkingsbijeenkomst die vrijdag plaatsvond in Apeldoorn.

De pastor vond het een ’verkeerd signaal’ dat daar geen kaars had gebrand voor de bestuurder van het zwarte autootje. „De compassie van de gemeente van Christus”, weet hij, „overstijgt het schema van goed-fout, dader-slachtoffer.” En Karst T. was volgens hem allebei. Daarover had de voorganger ’in gesprek moeten gaan’ met de nabestaanden. Die had hun ’duidelijk moeten maken’ dat de dader evenzogoed een kaarsje verdiende. Want zeg nou zelf, zei Bram Grandia, er zijn genoeg mensen die deze man ’begrijpen’ omdat ze ,,in gedachten vaak hetzelfde hebben gedaan”.

Dat veruit de meeste mensen wraakfantasieën niet omzetten in fatale daden, vond de dominee blijkbaar een verwaarloosbaar detail. Wij allen moeten naarstig op zoek naar de Karst T. in onszelf.

Natuurlijk, zo’n Ikon-pastor mag vinden wat hij vindt, roepen wat hij roept, en in zijn Bijbel lezen wat hij leest. Maar van nabestaanden verlangen dat ze de nagedachtenis eren van een heerschap dat zojuist hun geliefde, hun vader, hun moeder, hun vriend, hun kind naar gene zijde heeft geholpen? Dat is niet pastoraal. Dat is postmodern geleuter in een christelijke jas.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden