Review

Posthuum verliefd op wereldreizigster Alexandrine Tinne

B. Moritz, 'Alexandrine, Fotografe van het eerste uur', Europese Kunst Unie, Den Haag, ISBN 90-801304-2-7.

“Alexandrine Tinne was de eerste en beste fotografe, het is echt ongelooflijk wat die vrouw in de vorige eeuw gemaakt heeft”, vertelt B. Moritz, gepensioneerd architect en tekenaar en auteur van het onlangs verschenen boek 'Alexandrine. Fotografe van het eerste uur.' Samen met D. de Herder van de Stichting Europese kunst unie heeft hij de laatste jaren elke vrije minuut besteed aan het werken aan dit boek, dat ze graag als een “monumentje” voor deze “fantastische vrouw” beschouwen. Moritz bekent zelfs graag dat hij “posthuum verliefd geworden is”. Al de eerste keer - lang geleden - dat hij over Alexandrine en haar wonderlijke avonturen las, was hij diep onder de indruk, maar hij raakte pas echt gefascineerd toen hij de foto's zag die zij in het midden van de negentiende eeuw uit haar camera liet rollen. “Denk je eens even in. De fotografie is pas in 1845 ontdekt. Terwijl de meeste burgers deze 'nieuwe kunst' met een scheef oog bekeken, liep daar al een jonge rijke dame door Den Haag, vergezeld van bedienden met een zware kist met camera's en statief. Soms waagde ze het zelfs mensen te vragen om voor haar te poseren: deze moesten dan minutenlang stilstaan, want bij de kleinste beweging was de foto al mislukt.”

Moritz en De Herder vinden het “jammer” dat de fotografische kwaliteiten van Alexandrine Tinne tot op heden zo weinig aandacht kregen. Zij werd bekend door haar afwijkende levensstijl in Den Haag, haar reizen en haar gewelddadige dood - Alexandrine werd in 1861 in de woestijn door leden van een Toeareg-stam vermoord - maar niet door haar foto's. “Helaas zijn verreweg de meeste foto's verloren gegaan; die van haar reizen ontbreken zelfs geheel. Op diverse plekken in Europa en Afrika wordt er nog steeds naarstig naar gezocht, waarschijnlijk tevergeefs. In die hete landen zijn zulke oude platen allang vergaan. Ook haar familie lijkt niets meer te hebben, al weten we dit niet zeker.”

Moritz vermoedt dat het Tinne-nageslacht niets meer met het enfant terrible Alexandrine (1835-1896) te maken wil hebben. Toen de schrijfster Clara Eggink in de jaren zeventig, in opdracht van het ministerie van buitenlandse zaken, een studie van haar maakte (gepubliceerd in het boek 'De merkwaardige reizen van Henriëtte en Alexandrine Tinne'), gaf geen enkel familielid antwoord op Eggink's vriendelijke brieven. Op zijn beurt probeerde Moritz het in de jaren negentig, opnieuw zonder resultaat. “Misschien dat ze geen enkele publiciteit willen. In haar eigen tijd werd er vaak schande van haar gesproken. Begrijpelijk, want Alexandrine lapte alle etiquette aan haar laars. Toen ze de eerste keer uit Egypte terug kwam, liep ze dagelijks op de Lange Voorhout met een zwarte man en joekel van een hond.”

Over moeder en dochter Tinne is veel gezegd en geschreven, ten goede en ten kwade. Na de dood van haar vader Philip Tinne, een zakenman die met theeplantages in West-Indië goed geboerd had, erfde Alexandrine als negenjarig meisje 33 000 pond, in die tijd een vermogen. Haar moeder, geboren Henriëtte Marie Louise van Capellen, was hofdame bij koningin Sophie, echtgenote van koning Willem III. Philip en Henriëtte reisden al veel toen Alexandrine nog jong was. “Toen Philip stierf, was het vooral Henriëtte die er direct met het geld op uit wilde. Alexandrine had de reislust van haar moeder. Beiden zijn later vaak ontdekkingsreizigsters genoemd, maar zelf noemden zij zich liever toerist. Ze reisden om het reizen.”

De eerste tocht van moeder en dochter ging naar Scandinavië. Relatief dichtbij, maar ingewikkeld in zijn praktische uitvoering, hetgeen later in Afrika alleen maar erger zou worden. Tientallen bedienden moesten mee, evenals complete serviezen, ledikanten, huisdieren en een vleugel. In Noorwegen werd dit alles vervoerd met honden en sleden, op de Nijl ging het per trekschuit en in de Soedan op slaven en kamelen. “Haar honden zaten elk op een eigen kameel in een mandje; ook haar foto-uitrusting heeft zeker een kameel 'gekost”', zegt Moritz.

Op dit punt moet hij noodgedwongen speculeren. Door de dagboeken van Henriëtte, kranteberichten en vooral de honderden brieven die de dames naar hun Haagse familieleden schreven, weten we veel over hun belevenissen. Toch zullen veel details onopgehelderd blijven. “We weten bijvoorbeeld niet wat voor camera's ze gebruikte. Alleen door een brief aan haar nichtje weten we dat ze fotograferen een heel gedoe vond: 'Ik fotografeer nu zelf en de beslommeringen die dit geeft, zijn ongelooflijk', schreef ze.” Een komische anecdote is opgetekend door moeder Henriëtte, die in haar dagboek vertelt hoe de paters Francesco en Angelo van de missiepost 'Het Heilige Huis' te Khartoum op de vreemde kunsten van Alexandrine reageerden. “Zij zagen de foto's, sloegen een kruis en namen de benen.”

Moritz pakt zijn boek en wijst op haar meest bekende foto, genomen uit het raam van haar ouderlijk huis op de Lange Voorhout 32. “Dat koetsje op straat was haar donkere kamer! Alexandrine wist maar al te goed dat het ontwikkelen zo snel mogelijk na de opname moest gebeuren, dus zorgde ze voor een mobiele donkere kamer. Ze werkte met natte collodiumplaten: zware glasplaten, die onmiddellijk ontwikkeld moesten worden. De afmetingen van haar afdrukken bedroegen 36 bij 45 cm. . . ik vind het nog steeds moeilijk te geloven.”

Zijn boek bevat al haar foto's die bewaard gebleven zijn: 21 stadsgezichten van Den Haag en Scheveningen, allemaal uit 1860 en 1861. Prachtige opnames van de Lange Voorhout, Prinsessengracht, Koninginnegracht en het Scheveninger Badhuis (waar nu het Kurhaus staat) volgen elkaar op. Dat Tinne haar tijd écht ver vooruit was, blijkt volgens Moritz bij uitstek uit de foto's waarop geen mens of gebouw te zien is. “Zoals deze sfeer-plaat met wat takken. Alexandrine had zò'n gevoel voor licht en schaduw. In 1860 bouwde zij al licht-effecten in die ook nu nog bewondering opwekken. In 1860 wist zij het licht al te vangen.”

Naast deze foto's bevat het boek ook foto's die anderen van haar in Afrika maakten en jeugd- en familie-portretjes uit Den Haag. Op één van de laatste pagina's staat een afdruk van één van haar brieven. “Wat een prachtig handschrift hè. En allemaal in het Frans, want zo ging dat in Den Haag.”

Waarmee hij direct zijn volgende project aankondigt. Tijdens zijn speurtocht naar foto's kwam hij vele brieven tegen. “Die hoop ik allemaal te bundelen en net zo mooi uit te geven. Dat wordt echt een enorme klus, want de brieven moeten stuk voor stuk in het archief gefotografeerd worden, omdat ze voor kopiëren al te oud zijn. Bovendien moeten ze vertaald worden.”

Niet bekend

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden