Post uit Curaçao

Olaf Stomp koestert een brief van zijn vroeg overleden vader. Die tastte in 1959 vanuit Curaçao voorzichtig de mogelijkheden af om naar Nederland te verhuizen, het land zonder 'rasdiscriminatie'. Elf jaar later landt het gezin Stomp in de venijnige aprilkou in Groningen.

Nu. Deze stad is een staalkaart aan herinneringen, denk ik telkens als ik Groningen doorkruis. Mijn in melancholie gedrenkte anekdotes worden niet door iedereen op dezelfde waarde geschat. "Ja pap, dat vertel je altijd als we hier langskomen."

Toen. We staan de bal over te koppen op het door kunstlicht beschenen sintelveld. We zijn bezig met de warming-up voor onze training.

"Zo, dus jij gaat naar Utrecht?" zegt mijn ploeggenoot Kees. Er klinkt bewondering in door, vermengd met een vleugje afgunst: hij durft, waarom ik eigenlijk niet?

Het is maar 200 kilometer, maar er zijn er niet veel die vanuit hier de oversteek wagen. De meeste van mijn clubgenoten bij deze volkse voetbalvereniging zijn hier geboren en getogen. Holland, want zo noemt men hier de Randstad, daar wonen vooral hooghartige lui. Mensen over wie men hier op zijn minst ambivalente gevoelens koestert. Men is harder daar in het westen en o wee, hoe zal dat zachtmoedige types als mijn vriendin en mij vergaan?

De opwinding en blijdschap over het kleine avontuur - mijn eerste baan, een nieuwe stad - verdringen amper het gevoel dat ik aan deze plek gehecht ben. Ik voel me hier thuis. In de stad waar ik landde op mijn zevende toen mijn ouders een plek in de tropen verruilden voor een standplaats in de Groningse kleigrond. Mijn vertrek is klein. Dat van hen was groot.

Ik heb een brief van mijn vader uit 1959 die ik koester als een antiek muntstuk. Het is het enig tastbare bezit dat me een inkijk biedt in zijn zieleroerselen. Mijn vader overleed op zijn 41ste, ik was negen.

We schrijven begin jaren vijftig van de vorige eeuw. Mijn vader, geboren op Curaçao en de oudste uit een Surinaams gezin, vertrekt met de boot naar Nederland om te studeren. Met een diploma van de bestuursschool keert hij een paar jaar later op het eiland terug.

Niet alleen: aan zijn zijde een Hollandse, de jonge vrouw met wie hij is getrouwd en die mijn moeder zal worden. Het was vanzelfsprekend dat hij terugkeerde na zijn studie, zegt zij nu (84 jaar oud). "Hij had een beurs gekregen en je werd verondersteld je daarna in te zetten voor Curaçao." Mijn vader is vol goede voornemens om zijn geboorte-eiland mee te laten profiteren van de kennis die hij tijdens zijn studie in Nederland heeft opgedaan.

Dat valt allemaal op te maken uit de brief uit 1959. Ik ben dan nog niet geboren, mijn oudere broers zijn respectievelijk drie, twee en nog geen jaar oud. De brief is geschreven aan een kennis uit Nederland. "Ik wist niet dat jij die nog had", zegt mijn moeder.

Het is trouwens niet het origineel, maar een kopie van de doorslag. Zo ging dat toen met brieven, geschreven op dat vederlichte blauwe luchtpostpapier.

Over de kwesties die mijn vader aanhaalt - over zijn plannen en werk, weet ze zich niet veel te herinneren. De taakverdeling in de jaren vijftig, zestig is helder: zij doet thuis de zorg en opvoeding, mijn vader buitenshuis het werk en haalt het loon binnen. En bij de grote beslissingen is hij the man in charge.

In de brief peilt hij de mogelijkheden van een toekomst in Nederland. Zes jaar na zijn terugkeer op zijn geboorte-eiland is hij een illusie armer geraakt. '(...) ik probeer mijn licht eens op te steken over de mogelijkheid van repatriëring naar Holland.' Vervolgens legt mijn vader uit wat zijn beweegredenen zijn om met vrouw en gezin Curaçao te verlaten.

Mijn vader wordt in zijn ogen klein gehouden door zijn witte baas op de afdeling onderwijszaken van het gouvernement, het bestuurscentrum van het eiland. Hij schrijft: 'Hij hield niet van die nieuwbakken jongelui met een Hollands diploma, die over het algemeen nieuwe denkbeelden willen doorvoeren. Zo zei hij het niet maar zo voelde het aan.'

Verder is mijn vader niet erg hoopvol gestemd over de toekomst van Curaçao. Beleefd, maar zonder er doekjes om te winden schetst hij hoe in zijn ogen bestuurders falen. 'Dit politiek gekijf en geharrewar helpt onze economie verhaast bergafwaarts. De heren bestuurders hebben waarschijnlijk te veel het idee na ons de zondvloed in gedachten want veel ter verbetering van deze slechte toestand wordt er niet gedaan.'

Om zijn loopbaanmogelijkheden als zwarte man in het witte Nederland te kunnen inschatten, werpt hij behoedzaam een balletje op. '(...) In verband met deze ambities rijst de vraag of voor mij in Nederland bij een eventuele geschiktheid wel de mogelijkheid bestaat om naar hogere functies te dingen.

In Nederland kent men geen rasdiscriminatie, om het vreselijk woord maar te gebruiken, maar zou iedere ambtenaar het wel leuk vinden om voorbij gestreefd te worden door een niet-blanke?'

'Mijn karakter brengt met zich mee dat ik steeds vooruit wil en mij dooderger als je na een paar jaar op een dood spoor zit', schrijft hij verder. En: 'Al deze zaken maken mij zeer pessimistisch hetgeen ik van aard niet ben.' Trots op mijn vader ben ik als ik dit lees. Fraai in inkt gedoopt: zijn ambities, in eloquente stijl vervat.

Ik heb de brief al vaker door mijn handen laten glijden en telkens blijft het een ambivalente ervaring. Mijn herinneringen aan mijn zorgeloze jongste jeugd zijn vooral plaatjes uit een glanzende en kleurrijke vakantieprospectus: een idyllisch tropisch eiland waar we elke week - het hele jaar door - naar het strand gaan en in zee zwemmen, de hele dag op blote voeten lopen, door de tuin rauzen met een zeepkistkar, hagedissen met stenen bekogelen en waar we in de stad in de openluchtbioscoop opwindende avonturenfilms bekijken - in kleur nog wel.

Maar die onbekommerde herinneringen vermengen zich nu met de wetenschap van later: mijn vader worstelde met dat eiland en de toekomst van zijn gezin.

Na het posten van de brief zullen nog elf jaren verstrijken voor mijn ouders de oversteek naar Nederland wagen. Het laatste zetje voor dat besluit vormen de onlusten in mei 1969 in Willemstad. Een staking van werknemers van de Shell-olieraffinaderij loopt uit de hand. Er vallen twee doden en tientallen gewonden. Een deel van het stadscentrum gaat in vlammen op doordat de staking ontaardt in geweld. Deze gebeurtenis is een belangrijk keerpunt in de politieke, culturele en raciale verhoudingen op het eiland. "De sfeer was niet prettig meer", zegt mijn moeder.

Dat leidt ons grote vertrek in. Weg van Willemstad naar Groningen - met een tussenstop van een paar maanden in Voorschoten, waar de familiewortels van mijn moeder liggen. De herinneringen staan nog behoorlijk scherp op mijn netvlies - jochie van zeven - onwetend van de diepere achtergronden van onze grote reis. Zorgeloos, en veilig in het kielzog van mijn grotere broers laat ik alles heerlijk over me heen komen. De laatste weken op het eiland - al weg uit ons huis wonen we in een vakantiehuis aan het strand en hoeven we niet meer naar school.

De aankomst op Schiphol met nieuwsgierige witte neefjes en nichtjes wachtend achter het glas. De aprilkou die aanvoelt als venijnig prikkeldraad. En dan naar Groningen waar ze, zegt mijn oudste broer die mee is als mijn ouders er op zoek gaan naar een huis, 'raar praten'. Groningen, de stad waar mijn vader een baan met perspectieven heeft bemachtigd. Bij het ministerie van onderwijs, de afdeling studiefinanciering die zo'n veertig jaar later DUO zal gaan heten. Zijn ambities worden in de kiem gesmoord door zijn plotselinge dood in 1972.

Inmiddels wonen we al langer in Utrecht dan we in Groningen hebben gewoond. We komen nog geregeld in het noorden. Daar tref ik zo nu en dan de blijvers. Vrienden van vroeger. Op straat of op een verdwaald moment in een café. Gegroefd gelaat, grijze haren, kalend hoofd. Alsof ik een vervreemdende blik in de spiegel werp. Want ook ik ben ineens oud. En de jaren waarin we elkaar niet zagen zijn gereduceerd tot een niemandsland: de tussentijd.

Wat resteert is vroeger, het enige gezamenlijke vertrekpunt. Een kloof die niet meer te overbruggen valt. Ik ben niet meer van hier. Zelfs mijn lichte stads-Groningse tongval die ik toen bij gelegenheid hanteerde, laat ik achterwege. Als ik het al uit mijn mond had gekregen; het zou ongepast zijn geweest. Ik lach vriendelijk en we nemen afscheid van elkaar. Ik zeg geen 'moi' maar 'dag'. Ik ben vertrokken.

Over hoe het mijn vader zou zijn vergaan in Nederland kan ik alleen maar fantaseren. Zou hij nog vaak zijn teruggegaan naar Curaçao en hoe zou hij zich dan hebben verhouden tot de blijvers? En de blijvers zich tot hem?

Schrijvers Elke Geurts, Maartje Wortel, Wanda Reisel, Marjolijn van Heemstra, Olaf Stomp, Ernest van der Kwast en Karin Sitalsing maakten voor Zomertijd een verhaal over waar ze opgroeiden. Willen ze ooit terug? Roept hun oude woonplaats weerzin op of hebben ze heimwee? Vandaag a¿evering 2.

De fotograaf

Joyce de Vries (28) is net afgestudeerd aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Nu gaat ze aan het werk als freelance fotograaf. "Ik wil mensen laten kijken naar zaken die we elke dag zien, maar waarvan we ons niet bewust zijn." Zo maakte ze de afgelopen tijd meerdere series over de verschillen tussen man en vrouw, en waardoor die verschillen blijven bestaan. "Ik heb wel een boodschap met mijn werk, maar ik laat de conclusie aan de kijker over." In de serie die ze maakte bij dit verhaal, speelt licht een grote rol. "Door Olaf Stomp beter te belichten, kon ik goed het contrast laten zien tussen hem en zijn omgeving."

joycedevries.nl

Deze serie wordt geïllustreerd door studenten fotografie van drie verschillende academies.

De schrijver

Olaf Stomp (1963) is geboren op Curaçao, als zoon van een Surinaams-Antilliaanse vader en een Nederlandse moeder. Hij schrijft korte verhalen, columns en theaterstukken en publiceert regelmatig in Tijd. In 2014 verscheen 'Nest; anekdotes uit het kleine leven' (uitgeverij SWP).

Zijn columns ('Stomp scherpt aan') zijn te lezen op:

olafstomp.wordpress.com

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden