Portugese held betaalde bittere prijs

CASTELO DE VIDE - Af en toe schieten de 63-jarige Joao Paulo de Sousa Mendes do Amaral e Abranches de tranen in de ogen. Het verhaal van zijn vaders moedige optreden in 1940 en van de bittere prijs die het hele gezin - vader, moeder en veertien kinderen - daarvoor heeft moeten betalen, laat hem na 55 jaar nog altijd niet onberoerd.

Het dertiende kind van dr. Aristides de Sousa Mendes heet sinds 1950 John Paul Abranches. In dat jaar emigreerde de achttienjarige Joao Paulo naar Arizona in de Verenigde Staten, want een jonge man met de achternaam De Sousa Mendes had in het Portugal van destijds geen toekomst. Toen hij in de VS niet meer dan één achternaam mocht aanhouden, koos hij voor het onbesmette Abranches.

Abranches heeft het verhaal vorige week in Portugal heel wat keren aan Portugese en Nederlandse journalisten moeten vertellen. Hoe zijn vader in 1940, tegen alle instructies van het ministerie van buitenlandse zaken in, als Portugees consul in Bordeaux maar liefst 30 000, vaak statenloze vluchtelingen van een visum heeft voorzien waarmee ze naar Portugal konden reizen, dat de eerste jaren van de tweede wereldoorlog neutraal was. Een transit-visum stelde de vluchtelingen in staat in Portugal een boot te nemen naar een veilig land en zo de Duitse legers en kampen te ontvluchten.

Ze kwamen met duizenden, uit Duitsland, Nederland, Rusland en andere Oosteuropese landen. Zeker 10 000 mannen, vrouwen en kinderen die een visum kregen met de kostbare handtekening van De Sousa Mendes erop, waren joden.

Volstrekt tegen de opdrachten in van dr. Antonio Salazar, dictator en premier van Portugal. Salazar, die zich weliswaar niet in de oorlog mengde, maar duidelijk sympathiseerde met Mussolini en Hitler, had zijn buitenlandse dienst orders gegeven geen vluchtelingen tot het land toe te laten, en onder geen enkele voorwaarde visa te verstrekken aan vluchtelingen uit Rusland, aan zigeuners en aan joden.

De Sousa Mendes is er volgens zijn zoon John Paul drie dagen doodziek van geweest, maar nam uiteindelijk, na intensief overleg met zijn vrouw en oudere kinderen, in juni 1940 het besluit om de duizenden smekende vluchtelingen niet vergeefs voor de deuren van het consulaat in Bordeaux te laten wachten, maar hen de felbegeerde visa te geven.

Toen Bordeaux door de Duitsers was gebombardeerd week De Sousa Mendes uit naar Bayonne. De zaakgelastigde daar had echter grote moeite met de onwettige praktijken van de consul van Bordeaux en briefde dat door aan Salazar, die behalve dictator en premier ook hoofd was van buitenlandse zaken. De Sousa Mendes werd - het was inmiddels december 1940 - teruggeroepen naar Portugal, werd ontheven uit de buitenlandse dienst en verloor zijn bezittingen, zijn reputatie en zijn eer. Zijn pensioenrechten vervielen en hij zou tot zijn dood in 1953, in diepe ellende en armoede, nooit meer aan het werk komen.

Maar niet alleen De Sousa Mendes zelf, ook zijn kinderen waren voor het leven getekend. Ze kwamen alle veertien vanwege zijn activiteiten op de zwarte lijst te staan en om nog iets van een toekomst te hebben zat er niets anders op dan te emigreren. Zes kinderen zijn nog in leven, vier in de VS en twee in Portugal.

De een-na-jongste, zoon John Paul, herinnert zich nog hoe er in 1940 in het gezin werd gesproken over de acties van zijn vader. “Ik was pas acht toen en hield me eigenlijk meer bezig met spelen en op vogels jagen, maar ik weet wel dat er aan tafel openlijk werd gesproken over waar mijn vader mee bezig was. Toen ik ongeveer dertien was, begon ik te begrijpen wat er aan de hand was, omdat toen de gevolgen zichtbaar werden. Mijn kleren sleten door maar geld voor nieuwe was er niet. We werden steeds armer en kregen het almaar moeilijker.”

Door de nood gedwongen in 1950 geëmigreerd naar Amerika, neemt Abranches zijn vader toch niets kwalijk. Integendeel, hij is trots op wat zijn vader deed en hij slaagt er zelfs in om zijn levenslot en dat van zijn ouders, broers en zussen positief te beoordelen. Weer raken zijn ogen licht omfloerst, als hij zegt: “Wij hebben in ons leven de gelegenheid gehad om verdriet te ondergaan en daardoor de wereld beter te leren kennen. Dat maakt ons niet beter dan anderen, maar heeft ons geleerd de noden van andere mensen beter te begrijpen.”

Vanaf het moment van zijn ontslag heeft Aristides de Sousa Mendes gevochten voor eerherstel. Zelfs na de anjerrevolutie in 1974, toen Salazars opvolger Caetano ten val was gebracht en de dictatuur langzaam maar zeker ten grave kon worden gedragen, was er van rehabilitatie van De Sousa Mendes in zijn eigen land geen sprake.

Niet in Lissabon dus, maar wel in Jeruzalem. Zijn dochter Joana had in de loop van de tijd zoveel brieven van getuigen verzameld dat De Sousa Mendes een vermelding kreeg als 'rechtschapen niet-jood' in Yad Vashem, het holocaust-museum en -documentatiecentrum in Jeruzalem. In de 'tuin van de rechtschapenen' werd voor hem een boom geplant en De Sousa Mendes kreeg posthuum een eremedaille toegekend.

De familie wachtte en hoopte dat de regering actie zou ondernemen - wat niet gebeurde. Toen Mario Soares in 1986 de eerste burger-president werd van de jonge democratie, was de familie opnieuw hoopvol gestemd.

En deze keer niet helemaal tevergeefs, want in 1987 kende Soares de 'vrijheidsmedaille' toe aan De Sousa Mendes en in 1988 werd hij posthuum weer toegevoegd aan het ministerie van buitenlandse zaken. Maar de rehabilitatie is tot op heden niet zo ver gegaan dat de staat Portugal een schadevergoeding heeft uitgekeerd aan de nog levende familieleden.

Het laatste nieuws in verband met het eerherstel van deze Portugese 'Wallenberg' speelde zich vorige week in Lissabon af. Vrijdag 24 maart is er in aanwezigheid van mevrouw Soares en een aantal familieleden van De Sousa Mendes, onder andere zijn zoon John Paul, op een pleintje in de Portugese hoofdstad een bescheiden monument onthuld ter nagedachtenis aan Aristides de Sousa Mendes.

Een gedenkteken dat er misschien nooit was gekomen als niet een groep joodse Amerikanen in 1986 een herdenkingscomité had opgericht voor De Sousa Mendes. In het comité zitten verscheidene joden, die aan de Portugese consul hun leven te danken hebben. Dankzij een visum met zijn handtekening konden zij via Portugal de Verenigde Staten bereiken.

Dat president Soares in '87 en '88 is overgegaan tot eerherstel van De Sousa Mendes is zeker in belangrijke mate aan deze gedreven groep Amerikanen te danken. Hun pelgrimage vorige week langs joods erfgoed in Portugal stond geheel in het teken van - nog meer - eerherstel voor hun held De Sousa Mendes.

Dankzij hun inspanningen is de lang verguisde Portugees sinds 1988 ereburger van Israël, Canada en de Amerikaanse staat Californië. De fanatieke voorzitter van het comité, Robert Jacobvitz goed begrepen hebbend, zal deze niet rusten voordat ook alle Portugezen dr. Aristides de Sousa Mendes als held van het volk in hun hart hebben gesloten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden