Portret van een vrouwenman

Geniet, omarm de totaliteit van het bestaan

James Salter (1925) is een Amerikaans auteur die jarenlang in de schaduw opereerde van zijn beroemde generatiegenoten Philip Roth en John Updike. Maar met de roman 'Alles wat is' ontsteeg hij in één klap zijn gebruikelijke publiek van fijnproevers. Origineel is zijn onderwerp overigens nauwelijks, het gaat over een man en de liefdes in zijn leven.

Hoofdpersoon is Philip Bowman, redacteur bij een Newyorkse uitgeverij, die de een na de andere vrouw verovert, zonder ooit de ware te vinden overigens. Zo'n geschiedenis heeft vanzelf iets Don Juanesk dat ook op de auteur zelf afstraalt, wiens levensdata vast niet toevallig ongeveer overeenstemmen met die van Bowman.

Toch is het niet de versierkunst van Bowman die je bijblijft, eerder treft een milde melancholie over al die gepassioneerde verhoudingen en teleurstellingen die het leven van de rokkenjager nu eenmaal kenmerken. Je proeft aan alles dat de auteur inmiddels op leeftijd is, zijn verslag heeft een berustende ondertoon.

Het verhaal zelf heeft weinig om het lijf. Bowman trouwt, maar na een tijdje blijken hij en zijn vrouw, kinderloos overigens, uit elkaar gegroeid en ze scheiden. Daarna duiken andere vrouwen op, sommige voor korte duur, andere, zoals de Londense Enid, wat langduriger, een volgende schoonheid Christine draait 'm een poot uit door met haar minnaar Bowmans huis in te pikken, en hij heeft ook nog even wat met Christine's dochter Anet, kortom verhoudingen en liefdes te over, en allemaal met vrouwen die zich niet langer laten knechten en overheersen. Intussen laat Salter in zijn kalme, beheerste stijl, heel fijntjes doorschemeren dat in die ge-emancipeerde wereld de grote liefde niet voor het grijpen ligt, hoe opgewonden Bowman ook telkens weer de jongste vlam omarmt.

Naast Bowmans erotische jachtpartijen krijgen we zijn omgeving in beeld, het uitgeverswereldje met zijn feestjes, social talk, roddels en overspel, het naoorlogse Amerika van halve en hele intellectuelen, op zoek naar vrijheid. Wat daarbij opvalt is dat Salter, net als Roth en Updike, probeert de preutse Amerikaanse moraal op te schudden met sappige seksscènes: "Later in hun kamer begon hij haar hartstochtelijk te kussen, haar lippen, haar hals. Hij schoof de schouderbandjes van haar jurk omlaag. Zó zou je nooit meer iemand kunnen nemen. Zijn oude, geketende leven was voorbij, het was voorgoed veranderd. Ze vreeën alsof het een geweldsdelict was, hij hield haar bij haar middel, half vrouw, half vaas, voegde gewicht toe aan de daad. Ze schreeuwde het uit, als van de pijn, als een stervende hond. Ze zakten als door de bliksem getroffen in elkaar." Mooi geformuleerd maar ook een beetje gewild en duidelijk bedoeld om vooral niet burgerlijk over te komen; van het behoudende, christelijke Amerika in dit boek geen spoor.

Veel meer dan door het verhaal zelf, de veroveringen en mislukkingen van vrouwenman Philip Bowman, werd ik geraakt door Salters portretkunst. Hij heeft de eigenaardigheid om ieder personage, hoe kort, schimmig of irrelevant diens optreden ook, te voorzien van een geschiedenis en een biografie. In zekere zin bestaan in zijn verhalen geen flat characters, iedereen krijgt het volle pond en al verdwijnen al die figuren ook snel en vaak voorgoed weer uit beeld, ze blijven de lezer toch bij. Je zou Salter om die reden een democratisch schrijver kunnen noemen, met aandacht en liefde voor iedereen. Hij probeert mensen te doorgronden, het geheim te ontraadselen, erachter te komen 'wat de ongeziene kant van hun leven was'.

Dat genieten van het leven, inclusief het leven van anderen, vindt zijn weerklank in de titel 'Alles wat is'. Salter omarmt de totaliteit van het bestaan, extases zowel als narigheid, modale momenten niet minder dan piekervaringen. Zijn werk heeft een sterk lebensbejahende, soms zelfs triomfantelijke inslag. Het geeft als het ware de burger moed en daarin onderscheidt hij zich toch van Roth en Updike, bij wie veeleer het menselijk tekort op het menu staat.

In het laatste hoofdstuk heeft Bowman, inmiddels van middelbare leeftijd, weer eens een nieuw lief gevonden, een zekere Ann. Pal na een begrafenis stelt hij haar voor een reisje naar Venetië te maken. Slotzin van Alles wat is: "Ja. Zullen we in november gaan? We zullen ontzettend genieten." Of ze werkelijk gaan genieten en of de liefde dit keer standhoudt is nog maar de vraag, maar Bowmans optimisme klinkt in elk geval even onvermoeibaar als dat van Salter zelf.

James Salter: Alles wat is (All that Is) Vertaald door Ton Heuvelmans. De Bezige Bij, Amsterdam; 352 blz. euro 23,90

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden