Portret van een gebroken samenleving

Andrea Levy, schrijfster met talent en visie. (LAURIE FLETCHER)

In de nieuwe historische roman van de Britse schrijfster Andrea Levy zijn de dingen noch de mensen wat ze lijken. En de fouten van de slaven worden even eerlijk en met evenveel sympathie beschreven als de fouten van hun onderdrukkers.

Voor haar nieuwe roman ’Het lange lied’ put Andrea Levy, een van Engelands boeiendste auteurs, uit de nationale geschiedenis. Beter gezegd uit de geschiedenis van een van de landen die van het Britse moederland afhankelijk waren. Gruwelijk afhankelijk: de Engelse bijdrage aan de slavernij valt moeilijk te onderschatten. En dat geldt misschien nog sterker voor wat zich afspeelde ná de afschaffing ervan.

’Het lange lied’ speelt zich af op Jamaica; de verteller is een oude vrouw, July. Ze heeft een zoon die drukker en uitgever is. Via dit tweetal beweegt het verhaal heen en weer tussen ’feit’ en ’fictie’. Want terwijl July benadrukt dat haar verhaal fictie is, gelooft haar zoon juist dat ze de waarheid spreekt. Levy lijkt te willen zeggen dat het er weinig toe doet of dit specifieke verhaal ’waar’ is of niet. Het draait om het werkelijkheid van de slaven die er, zwoegend op de suikerrietplantages, ironisch genoeg voor zorgden dat zowel de arme als de rijke Britten hun gebit met zoetigheid konden bederven.

Met een wonderbaarlijke geboorte op het veld opent het boek: een sterke slavenvrouw baart tijdens haar werk achteloos een baby: July. Maar voor de lezer denkt dat dit weer zo'n roman is waarin magie en werkelijkheid in elkaar overlopen, verklaart de verteller dat zij juist wél hecht aan een waarheidsgetrouwe weergave: „Lezer, ik kan niet toestaan dat mijn verhaal wordt bezoedeld door dergelijke verzinsels, want dan bestaat de kans dat u me later beschuldigt van bedrog, terwijl ik wel degelijk de feiten weergeef, hoewel de inhoud ongeloofwaardig mag lijken.”

En zo zijn er meer dingen, en mensen, in dit boek niet wat ze lijken. Caroline, de dikke zuster van de plantage-eigenaar (die July weghaalt bij haar moeder zodat ze haar eigen speeltje heeft), transformeert van een geïnteresseerde, nieuwsgierige immigrant in een dikke, verveelde koloniste, en uiteindelijk in een zelfstandig plantagemanager. De botte Schot die July verwekte blijkt toch complexer dan gedacht en de baptisten die ijveren voor afschaffing van de slavernij blijken hun eigen duistere trekjes te hebben en krijgen de woede van hun blanke broeders over zich heen, terwijl ze toch, echt, alleen maar willen dat het beheer over de plantages verbetert.

Toch is dit geen zwaarmoedig boek, verre van dat. Het verhaal is juist doorspekt met zwarte humor. Als Caroline, July’s meesteres, op een dag besluit om de zweep op de slaven uit te proberen, treft die eerst haar eigen oog. „Daarna was het voorwerp zoekgeraakt. En ondanks de intensieve speurtocht van alle huisslaven kwam niemand er ooit achter waar July het ding had weggemoffeld.”

De slaven zijn niet volkomen machteloos en hun kleine verzetsdaden houden het moreel hoog, zelfs als ook verlichte blanken hun donkere zijden blijken te hebben. Zoals Goodwin, de ’verlichte’ opzichter, die de vroegere, verachtelijke slavendrijvers opvolgt en verliefd wordt op een slaaf, maar wel onmiddellijk duidelijk maakt dat ’zijn’ zwarten hun plaats dienen te kennen in de wereld. Zij mogen dan nu vrij zijn, maar het land waarop ze werken is niet van hen, ze moeten nu voor hem werken, om in de huizen te kunnen blijven wonen waarin ze zijn geboren, opgegroeid – en, inderdaad, verkracht. De ironie ontgaat hem, deze verwekker van het zoveelste vaderloze kind.

Dit verhaal, zegt de verteller, is bedoeld als tegenwicht tegen alle mythes over de ’arme Europeanen’ die in de koloniën leefden. „Bekijk een plank die zucht onder het gewicht van vele boeken en tussen de in leer gebonden werken met goudopdruk zult u de pennenvruchten van meerdere blanke dames aantreffen die uitgebreid verslag doen van wel and wee.” Dat mag prekerig en onaangenaam klinken, maar is dat niet. Daarvoor is ’Het lange lied’ een te menselijk verhaal, over vrouwen en kinderen die weten te overleven in tegenspoed, die leven en liefhebben, die geboren worden en sterven onder de heldere zon, omringd door de weelde van de tropen. Thomas, zoon van de verteller en trots op (maar niet verblind door) zijn Engelse opvoeding, drukt het zo uit: „De enige troost voor het geleden onrecht is de volledige waarheid”. Dat wil zeggen: een onsentimenteel portret van een gebroken samenleving, waarin de fouten van degenen die eerst tot slavernij en daarna tot armoede veroordeeld waren net zo eerlijk en met net zoveel sympathie worden beschreven als die van hun onderdrukkers. De slavenbezitters zijn vooral gênant als persoonlijkheid, niet als vertegenwoordigers van een bepaald volk of natie.

Zoals Levy in ’Klein eiland’ met gevoel en humor schreef over racisme tijdens de Tweede Wereldoorlog, zo doet ze dat hier met de nadagen van de slavernij. De vertelster en haar enigszins opvliegende zoon doen je glimlachen – net als de falende vrijers en de kinderachtige streken van veel andere personages. De roman is rijk aan details, aan geschiedenis, aan kleur, en vooral aan vertelkunst.

Perfect is ’Het lange lied’ niet. Hier en daar verslapt de aandacht, de snelheid van de gebeurtenissen valt niet altijd bij te benen. Maar het blijft een sterk boek. Levy is een auteur met buitengewoon veel talent en visie; dat doorstraalt deze roman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden