Portoscuso weet het wel: weg met die politici

Italië gaat zondag naar de stembus. Op Sardinië speelt, net als in de rest van het land, de economische crisis een belangrijke rol bij de keuze. Eén geluid overheerst: 'Wij worden verwaarloosd door Rome.'

In zijn eikenhouten keuken zet Maurizio Manca een pan met water op het gasfornuis. Hij kookt pasta met artisjokken en Sardijnse schapenkaas. Maurizio heeft sinds kort, tot zijn spijt, alle tijd om in de keuken te staan, want op 31 december is hij ontslagen. De technicus die alles van elektriciteit weet, heeft 26 jaar lang in de aluminiumfabriek van Portoscuso gewerkt. De fabriek is nu dicht.

Maurizio, klein en slank, maakt een rustige indruk. Hij praat met zachte stem terwijl hij de pasta in het kokende water gooit. Maar kalm is hij niet: hij is 49 en zit zonder werk, in Portoscuso, op Sardinië, waar zo'n 20 procent van de anderhalf miljoen eilandbewoners werkloos is. Op het eiland is de werkloosheid bijna net zo hoog als in Sicilië en Calabrië, de andere twee armere regio's van Italië. Wat gaat Maurizio doen, waar denkt hij - op zijn leeftijd - werk te vinden? Hij is even stil en zegt dan dat hij daar liever niet te veel over nadenkt. Hij zet de televisie naast de keukentafel aan en concentreert zich op de tonijnfilets, het hoofdgerecht van deze lunch.

Portoscuso is een gemeente met vijfduizend inwoners in het zuidwesten van Sardinië. Via Giulio Cesare, Via Roma en Via Mazzini met hun pastelkleurige huizen doorkruisen elkaar en eindigen in de haven of op het strand. De zoute lucht van de zee vermengt zich er met de geur van verbrand hout die uit de schoorstenen komt. Wie naar het dorp toe rijdt, ziet een weids berglandschap met pijnbomen en enorme cactussen, bloeiende rozemarijn en grazende schapen.

Portoscuso zou een pittoresk mediterraan dorp zijn geweest als er in de jaren zeventig geen zware industrie was gevestigd. De rood-wit-gestreepte schoorstenen van de elektriciteitscentrale domineren, de fabriek waar tot drie jaar geleden aluminiumproducten werden gemaakt heeft de bodem decennialang vervuild en een stortplaats vol vieze rode modder achtergelaten.

Maurizio is in zijn geboorteplaats niet de enige die de economische crisis aan den lijve ondervindt. Ruim honderd mannen zijn werkloos geworden door de sluiting van de aluminiumfabriek. De Amerikaanse eigenaar Alcoa zei door de hoge prijs van elektriciteit in Italië en de dalende aluminiumprijs in de wereld geen winst meer te kunnen maken op Sardinië. De sluiting zat er al een tijdje aan te komen, maar nu Maurizio daadwerkelijk niet meer elke ochtend naar zijn werk gaat, beseft hij pas hoe hard zijn ontslag aankomt. Uitslapen lukt niet; hij slaapt te slecht. Hij ziet zichzelf als een loser, die jarenlang zijn kracht en inzet aan de fabriek heeft gegeven en nu met lege handen achterblijft. Thuis zitten en van de overheid wachtgeld krijgen, vindt hij helemaal niks. Maurizio wil werken. Maar werk is er in deze streek nauwelijks.

Zijn echtgenote schuift aan en schept de borden vol pasta. Maurizio trekt een fles Sardijnse wijn open. Claudia (41) is een energieke vrouw met kort zwart haar. Ze praat graag. In de garage van haar vader en broer doet zij de administratie. Maar dat werk genereert voor haar geen inkomen; ze helpt het familiebedrijfje omdat ze er nodig is. Maurizio verdiende 1900 euro per maand en daar kon het echtpaar, dat hun rijtjeshuis van Maurizio's vader heeft gekregen, prima van leven. Nu hij maar 1300 euro wachtgeld krijgt en ze niet weten voor hoe lang, zijn de zaken veranderd.

Claudia vertelt dat ze tegenwoordig de aanbiedingen van de supermarkt bestudeert. Met Kerstmis heeft ze honderd euro aan speelgoed voor haar drie neefjes en nichtjes uitgegeven, terwijl er voorheen voor wel vijfhonderd euro aan cadeautjes onder de kerstboom lag. Twee keer per maand uit eten in de pizzeria is er voor het stel niet meer bij. De pizza wordt nu eens per maand afgehaald. Op Valentijnsdag stuurde Maurizio altijd een bos bloemen naar Claudia in de garage. Dit jaar niet. En het stel reisde graag: naar Thailand, Majorca, Mexico, Lissabon, Madrid en Parijs. Ze kijken elkaar ernstig aan: ze wilden altijd nog naar Peru, maar zal dat er ooit van komen?

Maurizio heeft de artisjokken voor de lunch bij buurman Mauro Stocchino (53) gekocht. De groenteman heeft het ook niet makkelijk. Zijn klanten geven steeds minder uit in de winkel vol Siciliaanse sinaasappels, Sardijnse aardbeien en Spaanse aubergines. De economische crisis is merkbaar in heel Italië, dus ook op Sardinië en helemaal in Portoscuso, waar ook nog eens de belangrijkste werkgever is vertrokken. Mauro zegt dat zijn omzet in twee jaar tijd met 50 procent is gedaald, de koopkracht van zijn dorpsgenoten holt achteruit. Hoeveel hij eerst verdiende en hoeveel nu, dat houdt hij voor zich. Maar hij is wel open over hoe hij op de crisis reageert: zijn gezin geeft alleen nog geld uit aan het onmisbare. Het abonnement op de betaal-tv is dus opgezegd, de kinderen gaan niet meer naar het zwembad, hij gaat niet meer naar de sportschool, het gezin gebruikt de auto zo min mogelijk.

Mauro wil vrolijk en optimistisch blijven; hij wacht op betere tijden. Hij wil niet in paniek raken, kalm blijven is het beste, zegt hij. Maar de crisis heeft de sfeer in het dorp aanzienlijk verslechterd. Mauro merkt dat de mensen angstig en teneergeslagen zijn. Italianen zien hun vrienden gewoonlijk het vaakst tijdens etentjes, uitgaan betekent bijna altijd met z'n allen uit eten gaan. De groenteman ziet die traditie verdwijnen; de meeste mensen hebben minder te besteden, ze zijn bedrukter, iedereen trekt zich in zijn huis terug.

Een jonge vrouw komt de winkel binnen. Ze heeft broccoli nodig. Ze groet Mauro en hun gesprek gaat al snel over de politiek en de parlementsverkiezingen, dit weekend. Mauro hoopt maar één ding: dat Silvio Berlusconi niet wint. Want die 'imbeciel' heeft Italië in heel Europa voor schut gezet. De vrouw knikt instemmend. Haar man werkte ook bij Alcoa en zit nu thuis. Mauro en zij zijn het eens: de afgelopen twintig jaar ontbrak het de regering in Rome volkomen aan visie, er was geen enkel industrieel beleid. Daarom ligt de zware industrie in Portoscuso nu op haar gat en is er voor de werklozen van Alcoa geen ander werk. En in die twintig jaar was toch voornamelijk Berlusconi aan de macht.

Mauro gaat zondag op de centrumlinkse Democratische Partij stemmen. Hij vindt het scheppen van banen de allerbelangrijkste taak van de nieuwe regering, omdat werk de basis van alles is. De jonge vrouw met de broccoli stemt op de protestpartij van Beppe Grillo. Zij walgt van al die landelijke en regionale politici met hun dure dienstauto's, dikke pensioenen, luxe jachten en peperdure etentjes. Ze heeft gehoord dat zelfs Antonio Di Pietro, de magistraat die twintig jaar geleden de corrupte politici tijdens de operatie 'Schone Handen' aanpakte en nu een eigen partijtje leidt, vijftien huizen bezit. Vijf-tien! Ze kijkt kwaad en zou al die politici het liefst op de brandstapel gooien.

Ook de belangrijkste politicus van Portoscuso heeft geen goed woord over voor zijn collega's in Rome. Want burgemeester Giorgo Alimonda (50) vindt zijn werk te lastig. De eindeloze bezuinigingen op de overheidsuitgaven door de landelijke regering hebben het besturen van een gemeente onmogelijk gemaakt, meent hij. Vooral het besluit van premier Mario Monti om de opbrengsten van de onroerendgoedbelasting op fabriekshallen dit jaar voor het eerst naar de landelijke schatkist te laten gaan, en niet langer naar die van de gemeenten, is een ramp voor een dorp vol fabrieken als Portoscuso: Giorgio had vorig jaar 7 miljoen euro te besteden, dit jaar wordt dat 2,5 miljoen minder. Giorgio zucht. Hij weet niet meer hoe hij de armste gezinnen kan blijven helpen. Vorig jaar gaf de gemeente aan 93 gezinnen huursubsidie en betaalde hun gasflessen - in Portoscuso zijn nooit gasleidingen aangelegd. Dit jaar hebben tweehonderd gezinnen financiële bijstand nodig.

In het zachtgele gemeentehuis aan de haven breekt Giorgio zijn hoofd over de cijfers en zegt op het punt te staan om zijn groen-wit-rode burgemeesterssjerp in te leveren: laat die politici uit Rome maar eens een tijdje burgemeester zijn, dan zullen ze wel merken hoe moeilijk het is om met zó weinig geld een gemeente behoorlijk te besturen. De partijloze burgemeester denkt dat hij dit jaar niet gaat stemmen, want hij vindt alle politieke partijen één pot nat. Monti heeft, met goedkeuring van de centrumlinkse Democratische Partij en het centrumrechtse Volk van de vrijheid, de pensioengerechtigde leeftijd verhoogd. Dat betekent dat veel zestigers in Portoscuso langer door moeten werken en dat hun banen dus niet beschikbaar komen voor jongeren. Een rampzalige hervorming, oordeelt Giorgio.

Aan de andere kant van het dorp breekt Antonietta Cuccheddu (60) haar hoofd over haar budget voor 2013. De kordate directrice van de middenschool krijgt van de gemeente minder geld dan vorig jaar. Toen had ze 5000 euro voor het runnen van haar school, en van de twee lagere scholen, en dat geld ging op aan inkt voor de printers, papier, schoonmaakmiddelen, wc-papier, excursies. Dit jaar moet ze het met 3000 euro doen. Dat is niks, zegt de directrice teleurgesteld. Ze vreest dat de 120 leerlingen van de middenschool dit jaar geen bezoeken kunnen brengen aan musea, natuurparken en bibliotheken, want het huren van een bus is duur. En het vervangen van de vijftien oude computers waar de leerlingen mee werken, kan ze ook vergeten. Antonietta neemt het Giorgio niet kwalijk, hij kan er niets aan doen dat er geen geld is. De regering in Rome neemt ze de bezuinigingen wel kwalijk, want in het onderwijs, weet ze, is absoluut geen sprake van verspilling en dus is het onredelijk om daarop te bezuinigen. Dat demotiveert alleen maar. De directrice zegt zich door de regering verwaarloosd te voelen.

Dat gevoel deelt ze met Claudia en Maurizio. Die voelen zich verwaarloosd door politici die niet hebben nagedacht over de economische ontwikkeling van Italië en van Sardinië, die geen werkgelegenheid hebben geschapen en die te weinig deden om het Amerikaanse Alcoa te helpen om de fabriek in Portoscuso winstgevend te maken. Het echtpaar wandelt na de lunch met de hond door het dorp. De zon schijnt, de boten in de haven deinen, in de verte vaart een cruiseschip voorbij. Portoscuso zou kunnen opbloeien door te investeren in toerisme, denkt Claudia. In de omgeving zijn prachtige stranden met wit zand en helder water. Dan moeten de fabrieken wel worden afgebroken en de stortplaats met rode modder moet worden schoongemaakt. Wie gaat dat betalen? Bovendien zou het nog jaren duren.

Ondertussen moet Maurizio werk zien te vinden. Hij zou een winkel kunnen openen, mijmert hij. Maar de winkels in het dorp draaien slecht, werpt Claudia tegen. Weggaan is ook een optie. De jongste broer van Claudia is al vertrokken. Hier was geen werk voor hem, hij heeft een half jaar geleden een garage in het Toscaanse Siena geopend. Wanneer Claudia erover praat, krijgt ze tranen in haar ogen. Ze vindt het vreselijk dat ze hem en zijn dochtertje, haar jongste nichtje, nu niet meer ziet. Zelf willen Maurizio en Claudia in Portoscuso blijven. Ze zijn hier geboren, hebben hier hun huis, hun familie. Bovendien denken ze minstens 20.000 euro nodig te hebben om te kunnen verhuizen en op het vasteland een bedrijfje te beginnen. En zoveel geld hebben ze niet.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden