Porno kijken is minder erg dan beklemmende moraal

Schuldgevoel is een slechte raadgever in de seksuele ontwikkeling van jongeren

De noodkreet van minister Rouvoet van Jeugd en Gezin naar aanleiding van de documentaire ’Sex Sells’ was even voorspelbaar als overbodig. De opmerkingen van de minister zijn een uiting van zijn moreel geïnspireerd probleemdenken over de moderne samenleving en zijn niet met feiten onderbouwd. Maar jongeren hebben vooral baat bij een open houding ten opzichte van seks.

De toegenomen zichtbaarheid van seks en erotiek in het straatbeeld is geen teken van verval, zoals de ChristenUnie graag voorspiegelt, maar een uiting van de open samenleving waarin we leven. Dit is gezonder voor de ontwikkeling van jongeren dan klemmend moralisme.

Het is waar dat jongeren makkelijker toegang hebben tot porno. Waar het vroeger nog allemaal heimelijk moest met, zoals Boudewijn de Groot ooit zong, ’je broers boekje waarin je alles zag’, hebben de meeste jongeren nu internet op hun kamer. Zonder onderbouwing beweren de confessionele partijen echter dat de jeugd daardoor seksueel doorslaat, met alle destructieve gevolgen voor hun latere leven en de samenleving van dien. Is het allemaal echt zo erg?

Uit cijfers van de Rutgers Nisso Groep blijkt dat 16,6 jaar de gemiddelde leeftijd was waarop jongeren in 1995 voor het eerst seks hadden. In 2005 was die leeftijd niet gedaald, terwijl het aantal seksueel actieve jongeren is in een periode van tien jaar maar licht steeg. Ook het aantal jongeren dat voor hun twaalfde met seks in aanraking komt is al jaren stabiel. Daarbij behoort Nederland tot de landen met de minste tienerzwangerschappen en –abortussen van Europa, vooral door de openheid over seks, zo blijkt uit een rapport van Unicef. Jongeren hechten zelfs meer waarde aan een vaste relatie dan hun ouders uit de jaren zestig. Ook veroordelen zij vreemdgaan meer dan hun ouders dat doen, zo blijkt uit onderzoek van Trendbox. Trouwens, ooit was ook het geheupwieg van Elvis een probleem.

Natuurlijk moeten we onze ogen niet sluiten voor problemen. Die worden echter eerder veroorzaakt door een beklemmende moraal dan door een teveel aan vrijheid. Met name allochtone jongeren hebben moeite de balans te vinden tussen de stringente seksuele moraal achter de voordeur en de vrijheid van de buitenwereld. Om dit probleem op te lossen, moeten we niet terug naar de morele waarden van de jaren vijftig, maar zorgen voor degelijke voorlichting over de lusten en lasten van seksualiteit.

Seks in ruil voor een breezer of in een garagebox, het zijn voorbeelden die iedereen kent. Los van de vraag wat hiervan nu precies de schade is, is het belangrijk om te beseffen dat deze voorvallen randverschijnselen zijn waar je geen politiek statement omheen kunt bouwen. Het grensoverschrijdend gedrag waar de ChristenUnie zo tegen te hoop loopt is een oordeel dat nooit in enige wetgeving te verpakken is. Politieke partijen zouden beter moeten weten, en zich niet moeten bemoeien met de autonomie van burgers. De politiek die een publieke moraal dicteert is al sinds de verlichting – terecht – aan verval onderhevig.

Aan symboolpolitiek heeft niemand iets. Laten we jongeren bewust maken van de gelijkwaardigheid en vrijwilligheid binnen de seksuele omgang, en niet terugvallen op het juk van het collectief schuldgevoel dat we eindelijk van ons af leken te hebben gegooid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden