Porgy Franssen / Acteren is niet moeilijk

Acteren is niet moeilijk, maar je moet er wel mee tot de bodem van je ziel zakken. Een gesprek met Porgy Franssen.

Afgelopen vrijdag vierde Toneelgroep Orkater een feestje met een acteur die de afgelopen tien jaar regelmatig bij het gezelschap te zien is geweest: Porgy Franssen (47). Deze maand staat hij vijfentwintig jaar op de planken en speelt hij een opmerkelijke en ontroerende solovoorstelling: 'Novecento -pianist der oceanen'. Bezoekers van het Oerol-festival op Terschelling konden in juni de voorstelling al zien, en de komende maanden is de rest van Nederland aan de beurt.

Na zijn toneelopleiding aan de Maastrichtse Toneelacademie werd de jonge Franssen acteur bij Toneelgroep Theater in Arnhem. Het is het enige gezelschap waar hij als vaste speler in dienst is geweest, en nog wel een jaar of zes lang: ,,Het is een goede leerschool geweest voor mezelf, maar op een gegeven moment wilde ik toch echt de dingen doen waar ik me gelukkig bij voel. Zo'n groot gezelschap, met de regisseur, de dramaturg en wie allemaal wel niet, achter een tafel, en de acteurs daarvóór aan het spelen, nee, ik vond dat vreselijk.''

Sinds die tijd ging Franssen z'n eigen weg, en in die vijfentwintig jaar is hij met een aantal generatiegenoten dat segment onder de acteurs in Nederland gaan vormen dat qua leeftijd de middenmoot vormt, en qua artistieke betekenis de onbetwiste top. Hoewel bij die selecte groep natuurlijk ook voortreffelijke actrices gerekend moeten worden als Marlies Heuer en Olga Zuiderhoek, zijn het toch vooral de mannen die we onze 'leading actors' kunnen noemen, op toneel, tv en film: Gijs Scholten van Aschat, Pierre Bokma, Peter Blok, Porgy Franssen. De laatste twee zijn zwervers door het toneellandschap geweest, met losse contracten in heel diverse hoeken van het theater, terwijl de eerste twee respectievelijk bij het Nationale Theater en bij Toneelgroep Amsterdam begonnen als 'jeune premier' (om die ouderwetse term nog maar eens van stal te halen) en tot vrij recent voor een belangrijk deel het gezicht van hun gezelschap bepaalden.

Het is opvallend dat deze vier mannen de laatste jaren een beetje bij elkaar in huis zijn gaan wonen, en wel bij Orkater, en ook wel, in mindere mate, bij Het Toneel Speelt. Het betekent dat de grote gezelschappen, die het leeuwendeel van de subsidies opslokken, wellicht door hun hiërarchische structuur, de grote, gerijpte talenten niet kunnen vasthouden, maar dat die wegvloeien naar kleinere eenheden waar het kunstenaarsleven overzichtelijker is. Daarbij geldt voor Franssen dat hij de laatste jaren naast het acteren ook een op de voorgrond tredende regisseur is geworden.

Over beide is hij veel te bescheiden: ,,Ik vind mezelf een beroerd acteur -het enige waar ik mee bezig ben is de voorstelling over het voetlicht te krijgen.'' Gelukkig breekt er een trotse glimlach door als hij wordt herinnerd aan een rol die al uit een héél grijs verleden lijkt te stammen, en wel in de Carrousel-productie 'L'amour, la mort' uit 1988 in de regie van Lidwien Roothaan. Franssen zong daarin met falsetstem en met trage danspassen de slotaria van koningin Dido uit de opera 'Dido and Aeneas' van Purcell. Het was aangrijpend, ook omdat de tijd nog moest aanbreken dat alle regisseurs met Purcell aan de haal gingen.

Regisseren is iets wat Franssen pas veel later in zijn carrière is gaan doen. Een belangrijk moment daarin was zijn regie bij Toneelgroep De Appel in 2001 van 'De geschiedenis van de soldaat' van Ramuz (tekst) en Stravinsky (muziek). Franssen had zelf de soldaat gespeeld in de Holland Festivalproductie van 1984 in Carré met Ton Lutz als de verteller en Johnny Kraaykamp sr. als de duivel. Franssen herinnert zich het aardige moment tijdens de première (dat ik me niet herinner) waarop Kraaykamp bij zijn opkomst als de duivel verstek liet gaan, totdat Lutz de woorden sprak: 'Als ik de duivel nu niet haal, komt er een voortijdig eind aan dit verhaal' en het toneel was afgestapt om de acteur aan zijn plichten te herinneren.

,,Acteren is zoiets anders dan regisseren, en ik vind mezelf maar een beroerd regisseur. Ik heb geen concept of zoiets - ik bedoel sowieso niks, ik ben er om datgene uit de acteur te krijgen dat overtuigt, dat de emotie uitdrukt die in de tekst zit. En er zijn mensen die van alles vinden -wat moet ik daarmee? In jouw krant stond over mijn regie van 'De dood en het meisje' dat het een kleffe jongensdroom was. Tja. Ik vind slechte recensies rot voor de acteurs die nog zestig tot tachtig keer op moeten, voor mij is het minder belangrijk.''

Zoals Franssen voor het acteren de laatste tijd een vaste gast is bij Orkater, is hij dat voor zijn regies bij Hummelinck en Stuurman Theaterproducties. Ook voor het komende seizoen staan daar twee regies op het programma: 'De gelukkige mandarijn' van Frank Houtappels en 'De redenaar' van Ruud van Megen. De eerste gaat in december in première, maar vorige week hingen de affiches al in Amsterdam, met, omdat het stuk in een Chinees restaurant speelt, een komisch bedoelde verwarring van de letters l en r: 'De gelukkige mandalijn in legie van Polgy Flanssen'. De regisseur schrikt als hij dat hoort.

Op de vraag of Franssen zich beschouwt als typisch een acteursregisseur, antwoordt hij volmondig ja. ,,Bij het regisseren heb je een veel grotere verantwoordelijkheid om de acteur te begeleiden bij datgene wat nodig is om te doen: het spelen. Niemand kan je vertellen wat acteren is. Acteren is niet moeilijk, maar je moet er wel mee tot de bodem van je ziel zakken. Terecht heb je het over afstandelijkheid in mijn eigen spelen: helemaal in je personage opgaan kan best mooi zijn, maar ik benader het mijne met mijn eigen ironie. Ik denk ook dat ik daarom mijn beste tijd gehad heb bij Frans Strijards. Die voelde dat haarfijn aan.''

Ook deze naam roept al weer melancholie op: het levendige gezelschap Art en Pro van Strijards, dat door het Compagnietheater meedogenloos werd opgeslokt. Maar nu is er dan 'Novecento' door Dirk Groeneveld, Orkater-man van het eerste uur, geregisseerd. Het stuk, van Alessandro Baricco, vertelt van een jongetje dat de matroos Danny Bootman van de oceaanstomer The Virginian op 12 december 1900 aantrof in een citroenenkistje met opschrift T.D. Lemon op de piano in de eersteklas salon, wellicht daar achtergelaten door straatarme emigranten op weg naar Amerika.

Het jongetje kreeg de namen Danny Bootman T.D. Lemon Novecento, de laatste toevoeging vanwege het jaar 1900. Na zes jaar stierf zijn vinder en adoptiefvader, maar Novecento bleef zijn leven lang op het schip en ging nooit van boord. Op achtjarige leeftijd bleek hij een volleerd pianist.

De monoloog is het verhaal van trompettist Tim Tooney, die in 1927 op het schip kwam werken en Novecento's grote vriend werd. Franssen vertelt het verhaal, staande of zittend op een pianokruk vóór een doek waarop zeekaarten en schitterende, abstracte zeegezichten van Guy Amitai en Anna Andersson worden geprojecteerd. Daardoor begrijp je dat Novecento, 32 jaar oud, tegen Tooney zegt dat hij over drie dagen in New York van boord zal gaan: hij wil de zee zien vanaf het land. Maar als het zover is, klimt Novecento, staande op de laatste tree, weer naar boven: 'Je moet niet bang zijn dat ik ongelukkig zal zijn -vanaf nu zal ik dat nooit meer zijn.'

Het geluidsdecor van David Dramm laat juist niet de ongrijpbare pianomuziek van Novecento horen, maar de geluiden daaromheen. Schitterend is het verhaal waarin de 'uitvinder van de jazz' Jelly Roll Morton naar Europa reist en Novecento, die zich als een schlemiel gedraagt, onder tafel speelt, totdat de laatste mompelt: 'Je hebt het zelf gewild, flutpianist' en Morton door zijn virtuoze pianospel onder hoon en schaamte de salon doet uitvluchten.

Het verhaal wordt tegen het slot steeds absurder, wereldvreemder -zoals Novecento zelf is. Franssen begeleidt zijn toeschouwers hierin met een scherp gevoel voor de overgangen die we met hem mee moeten maken -waarachtig regisseur en acteur in één.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden