Populisme zit deze keer aan de linkerkant

De SP is in opkomst als grote volkspartij. Onder leiding van de charismatische Jan Marijnissen weet de partij zowel links als religieus te bekoren.

Het is niet moeilijk te verzinnen waarom de SP op dit moment zo’n succes boekt. De partij heeft een reeks onweerstaanbare troefkaarten in handen. Ten eerste is daar de M-factor. Ofschoon de SP meer dan ander partijen een klassiek partijcollectief vormt, en officieel weinig moet hebben van mannetjesmakerij en personenpolitiek, is zij zo sterk gefocust op de persoon van Jan Marijnissen dat die zo’n beetje samenvalt met zijn partij. Bovendien is (en oogt) Marijnissen als politicus een stuk ervarener dan zijn directe concurrenten. Hij is koersvast en ontspannen, maakt niet de fouten van Wouter Bos, en heeft een volksere uitstraling dan Femke Halsema.

De SP is een volkspartij die nooit vies is geweest van populisme. Denk aan de oude uitspraak van Marijnissen: ’Het gaat niet om wat wij willen, maar om wat de mensen van ons willen’. De SP ontsnapt als enige aan de trend van het dalende vertrouwen in politieke partijen, en zegt geen last te hebben van de ’kloof’ tussen burgers en politiek. De uitslag van het Europese grondwetsreferendum sterkte haar in de overtuiging dat zij de ’stem des volks’ vertegenwoordigde tegenover een wereldvreemde pro-Europese elite. Als voormalige ’tegenpartij’ die tot nu toe geen regeringsverantwoordelijkheid heeft gedragen, profiteert de SP nog steeds van het anti-establishment-sentiment en het onbehagen over het ’gesjoemel’ in Den Haag.

Daarbij trekt het populisme tegenwoordig naar links. Het volkse onbehagen van de ’moderniseringsverliezers’ vindt niet langer alleen onderdak bij rechts. De post-fortuynistische partijtjes concurreren elkaar weg om een paar magere zetels, en slaan uit frustratie daarover een steeds schrillere toon aan. Bovendien heeft het fortuynistisch beleid de laatste jaren ook daadwerkelijk gestalte gekregen via de kabinetten-Balkenende. De integratiekwestie is aangepakt, de verzorgingsstaat hervormd. Mensen lijken nu eerder te vinden dat de harde en onmenselijke kanten van dat noodzakelijke beleid moeten worden verzacht, en dat de sociale zekerheid en solidariteit te weinig aandacht hebben gekregen.

Dat thema van de sociale bescherming wordt door de SP als geen andere partij op links belichaamd. Daarbij komt dat de SP vanouds een strenge toon hanteert ten aanzien van de inburgering, en altijd heeft gehamerd op het behoud van de Nederlandse culturele en nationale identiteit. Het pleidooi voor een Huis der Historie, de nee-campagne tegen het (neoliberale) Europa, en de bescherming van de Nederlandse arbeider tegen de goedkope ’Poolse loodgieter’, tellen op tot een vorm van ’sociaal nationalisme’ dat in sommige opzichten niet zo ver af staat van het veel minder sociale en islamofobe nationalisme van bijvoorbeeld EénNL.

Bovendien vertegenwoordigt de SP de linkervleugel van het gemeenschapsdenken dat men ook aantreft in de ChristenUnie en het CDA – ofschoon in de laatste partij alleen nog op zondag, niet door de week wanneer samen met de VVD het geld moet worden verdiend. Het normen- en waardendebat, de kwestie van het morele leiderschap en de thema’s van beschaving en fatsoen worden door de SP (en de andere linkse partijen en de CU) breder getrokken dan door Balkenende met zijn minimale moraal van licht-op-de-fiets en schoenen-van-de-bank. De schaamteloze zelfverrijking aan de top, de institutionele corruptie en de belastingontduiking spreken direct tot het linkse onderbuikgevoel.

De SP is ten slotte ook een geloofwaardig alternatief voor het CDA door de recente opening van de partij naar religieus gestemde en gemotiveerde kiezers. De prediking van Huub Oosterhuis, Marijnissens liefde voor Franciscus van Assisi, de kerkgang van Anja Meulenbelt, de ’ster van Bethlehem’ als grapje in het logo van de rode tomaat, markeren zoiets als de terugkeer van een religieus socialisme dat lang is weggeweest. Ook daarom lijkt de SP nogal op de PvdA van het tijdperk-Banning/Drees, althans heel wat meer dan de huidige sociaal-liberale en kosmopolitische PvdA.

Als linkse sociaal-individualist is de SP niet mijn favoriete partij. SP’ers die ik ken hebben altijd gelijk, genieten van hun soevereiniteit in eigen kring en claimen gemakkelijk een direct lijntje met het volk en de tijdgeest. Maar ik gun ze van harte hun huidige succes. Een linkse coalitie komt dichterbij, ook omdat de PvdA onder druk staat om kleur te bekennen (rood). Blijkbaar is de SP op dit ogenblik beter dan de PvdA in staat om zich te profileren als de stadhouder van het sociale kapitalisme, van de solidariteit in werk en zorg, en van het terugdringen van onfatsoenlijke ongelijkheden in de samenleving.

Linkse, vrijzinnige liberalen moeten wel blijven oppassen dat het linkse gemeenschapsdenken niet doorschiet naar bekrompen nationalisme, zowel op het gebied van de economie als dat van de cultuur. De SP onderschat systematisch de productieve effecten van economische concurrentie, culturele rivaliteit en moreel individualisme. Onzekerheid, flexibiliteit en risico’s zijn niet alleen maar slecht. Ondernemend individualisme is een aantrekkelijk economisch, politiek en cultureel ideaal. Maar om die productieve onzekerheid en dat individualisme ruimte geven moeten de sociale en materiële zekerheden eerlijker worden verdeeld. Daar heeft de SP volkomen gelijk in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden