Poppenkast

Ik ben opgegroeid met een afkeer van poppenkast. Van Dale, 'poppenkast': mal, dwaas-geheimzinnig gedoe. Het zat al in onze calvinistische aard en in die volkswijsheid van 'Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg'; de jaren zestig van de vorige eeuw hebben het karwei afgemaakt. Ambtsketens, excellenties, oude rituelen, in plaats van ernaar op te kijken keek je erop neer. Het koningshuis werd een anachronisme en de kerkdienst een beatmis. Als mijn moeder met kerst het bestek extra oppoetste en er kaarsjes bijzette dacht ik al: wat een aanstellerij! Trouwen in een net pak en een witte jurk? Onzin, nergens voor nodig, je kon net zo goed in je dagelijkse kloffie en op de fiets naar het gemeentehuis! Trouwens, waarom zou je überhaupt trouwen, was het huwelijk niet een totaal achterhaald instituut? Rituelen en ceremoniën hoorden bij foute of lachwekkende landen, militaire parades in Rusland of Noord-Korea, idiote kroningen in Iran of Thailand. Alleen Engeland mocht nog een beetje, vanwege het verleden en die hadden Monty Python om er de spot mee te drijven.

Zo schafte ik in mijn hoofd de poppenkast af. Niet langer poppen maar mensen, geen flauwekul maar echt, geen buitenkant maar binnenkant. Maar zie: badwater. Kind. Het bleek toch niet helemaal zonder te gaan. Of, zoals de dichter Frank Koenegracht schrijft: 'Uit de ledige hemel viel de ontzaggelijke stropdas'. Hoogtepunt van de terugkeer van rite en stropdas in de Nederlandse samenleving was de terugkeer van de MH-17 slachtoffers. Stram paraderende militairen uit het legervliegtuig, tientallen lijkauto's, een zwijgende menigte langs de snelweg: we werden er in het buitenland om geprezen en voelden ons weer een beetje opgenomen in de unie van ceremoniële volkeren.

Inmiddels ben ik erachter waarin de waarde van het ceremonieel, de rite is gelegen. Het is de moeite die je ervoor moet doen. Het moet gladjes verlopen maar dat kan alleen door ernstige oefening, het is een mooi tapijt met een ingewikkelde achterkant, een vorm van 'sprezzatura', door moeite verkregen souplesse. Vandaar de aandacht ieder jaar voor het oefenen voor Prinsjesdag, vuurwerk op het strand, paarden die in toom gehouden worden, alles precies in de maat.

Afgelopen woensdag moest ik samen met vijf anderen de kist dragen van onze vriend Joost Zwagerman, die een eind aan zijn leven had gemaakt. Het viel niet mee. Niemand van ons wist hoe het moest. 's Ochtends oefenden we alvast even, 's middags kwam de uitvoering. De kist met onze vriend was veel zwaarder dan gedacht, we moesten precies in de pas lopen, eerst de linkervoet dan de rechter, op het zelfde moment tillen en laten zakken. Met vertrokken gezichten paradeerden we langs de zwijgende menigte de kerk uit, en later bij het graf weer: naar elkaar kijken en de kist aan touwen in de aarde laten zakken. Het was goed. Het betekende iets. Een moeiteloos ritueel is maar een half ritueel, geen ritueel is geen ritueel. En nu ik dit schrijf heb ik nog een beetje pijn in mijn rug. Ter nagedachtenis.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden