Popconcili in Rome

Hoewel er veel gebakken lucht werd verkocht, leverde de dertiende International Association for the Study of Popular Music, afgelopen week in Rome, ook waardevolle informatie op. Zo is Madonna ’uit’, heben mp3-tjes de muziekin-dustrie niet geschaad en heeft ’11/9’ de Amerikaanse hitparade drastisch beïnvloed. ,,Patriottistische muziek zoals ’Country of the red, white & blue’ stond lang in de top tien.”

Het scheelt slechts één letter, toch naderden ’pop’ en ’pope’ elkaar nooit zo dicht als vorige week. Niet dankzij de concerten van Brian Wilson en Khaled noch wegens een eventueel relipop festival. Maar simpelweg omdat zo'n 300 popwetenschappers uit de hele wereld ter concili naar Rome togen voor het 13e congres van de IASPM, oftewel the International Association for the Study of Popular Music.

Buiten de Sapienza Universiteit was het zo heet dat dameshakken in het asfalt bleven plakken, binnen waren hooguit de debatten verhit. Vijf dagen lang kon je er al shoppend van panel naar panel je licht opsteken bij maar liefst 270 sprekers. Hun lezingen liepen uiteen van ’De reconstructie van grungemuziek’, ’De opmars van tango in Finland’ en ’Een studie van het San Remo Song Festival’ tot De transformatie van de ’Stax-soul sound’, ’De opkomst van Australische techno’ en ’Etniciteit in het Eurovisie Songfestival’.

Deze tweejaarlijkse, academische popbedevaart begon ooit in 1981 in Amsterdam als een mini-platform om de mondiaal versnipperde informatie, studies en andere activiteiten rond de reflectie op populaire muziek te bundelen. Bijna 25 jaar later telt IASPM ruim 2000 leden, die het moeten hebben van weinig financieel en des te meer cultureel kapitaal. Ze zijn verantwoordelijk voor een gestaag groeiende wetenschappelijke popbibliotheek waaronder bestseller auteurs als Simon Frith, Dave Laing en Paul Oliver. Voor het merendeel gaat het om musicologen, sociologen, cultural studies en een handjevol muziekjournalisten. Latijns-Amerika en Noord-Amerika zijn ieder met een kleine 300 leden vertegenwoordigd, daarna volgen Japan (95), Canada (65) en een lange reeks kleinere afdelingen (de Benelux heeft 24 leden). De nieuwste branche werd dit jaar in Korea opgericht.

Zo gevarieerd als het aantal lezingen, zo afwisselend was het niveau. Zowel in presentatie, velen bleven steken in een woordelijk voorgelezen tekst, als in benadering. Dikwijls verpakten ze hun verhaal in academisch, bedekkend jargon met gebakken lucht als resultaat. Zo kwam de analyse van Joni Mitchell's album 'Hejira' (1976) neer op de conclusie dat het centrale thema van vlucht en eenzaamheid alles met Nietsche's oeuvre van doen had. Cruciale autobiografische factoren – de Canadese folkzangeres verzweeg 30 jaar lang haar moederschap – liet Jim LeBlanc van de Cornell Universiteit voor het gemak maar buiten beschouwing. Ook de vlucht in een kwantitatieve benadering leverde vooral dor en nauwelijks beklijvend cijfermateriaal op. Zowel de Japanner Yoshima Kijima als de Nederlandse Juul Mulder schermden met factoranalyses zonder te overtuigen. Zo zouden op Nederlandse middelbare scholen ’rockfans only’ en ’omnivoren’ gedragsproblemen meer externaliseren dan ’rock-popfans’. En in Japan scoorden in 2002 liefhebbers van MTV 2,3 punt meer dan...etcetera, etceterea.

Desondanks viel er in Rome voldoende waardevols te ontdekken. Voor de statistici: de analyse van Madonna, tot voor kort nog een heftig studie object, is inmiddels 'uit'. Ook de naam 'Beatles' viel slechts sporadisch. Drie hoofdthema's sprongen eruit. Zo kwamen de effecten van de digitalisering van muziek in veel panels terug. De overstap van vinyl naar cd en daarna naar mp3 bracht de muziekindustrie weliswaar uit zijn evenwicht, maar nadert nu een voorlopige status quo. Enerzijds door juridische uitspraken waarin is besloten is dat illegaal kopiëren strafbaar is, anderzijds door nog grotere machtsconcentraties van platenmaatschappijen. De Brit David Hesmondhalgh voorzag ’een toenemende nadruk op legalisering en het reguleren van copyrights’. Line Grenier uit Canada

ontzenuwde de daling van muziekverkopen wegens mp-3: ,,In Quebec is de cd-verkoop juist gestegen. Dankzij een scherper marktetingconcept waarmee muziekwinkels worden ingericht en sneller bevoorraad, kunnen ze de consument op maat bedienen. De diversiteit in het aanbod is daardoor zo groot, dat er maandelijks 2500 titels over de toonbank gaan.”

Een tweede lijn die uit vijf dagen luisteren en praten viel te destilleren, had betrekking op een andere actualiteit. De echo’s van ’11/9’ waren de afgelopen week in Rome op meerdere plaatsen voelbaar. Niet alleen op straat met het verscherpt politietoezicht, maar ook op diverse lezingen. De Amerikaanse muziekwetenschapper James Deaville illustreerde aan de hand van samples hoe de tunes van Amerikaanse nieuwsprogramma’s drastisch waren veranderd. ,,Ze voedden een angstklimaat met oorlogsmuziek, sound en image vielen samen. Voor CNN was het een middel om hun angstboodschappen efficiënter te structureren”, aldus Deaville.

Reebee Garofalo van de Universiteit van Massachusetts in Boston, liet aan de hand van een reeks voorbeelden horen hoe de Amerikaanse hitparade na 11/9 drastisch wijzigde. ,,Tien dagen daarna vond het ’American tribute to heroes’ plaats, een maand later het ’Concert for New York City’. In de tussentijd werd de toon gezet doordat de popmuziek agressiever van aard werd, Amerika viel immers Afghanistan binnen.” Op welke manier? Garofalo: ,,Oude popsongs kregen opeens een nieuwe betekenis. ’Won't get fooled again’ van The Who werd opeens een oorlogslied, Paul McCartney die in 1972 nog ’Give Ireland back to the Irish’ zong, bracht opeens het nummer ’Freedom’ uit. Maar ook zag je een terugkeer van country hits met een patriottistische strekking. Lee Greenwoods ’God bless the USA’ en ’Country of the red, white & blue’ van Toby Keith stonden 3 maanden lang in de top 10. Alternatieve country zoals die van Steve Earl en The Dixie Chicks werd geboycot.” Volgens Garofalo hadden de Amerikaanse muziekindustrie en de Amerikaanse regering zich hier al op voorbereid. ,,Dankzij de ’Telecommunications Act’ van 1996 vond er een enorme machtsconcentratie plaats. Bezat het conservatieve Clear Channel toen 43 radiostations in Noord Amerika, in 2002 hadden ze er 1200. Ook de ’Patriot Act’ die politie de bevoegdheid geeft zonder opgaaf van reden of in het geheim huiszoeking te doen, prepareerde een toekomst vol angst.” Garofalo wil niet spreken van een nieuw McCarthyisme, waarmee in de jaren '50 progressief Amerika monddood werd gemaakt. Toch: ,,Vanuit dit angstscenario liet Bruce Springsteen het kritische nummer ’41 Shots’ (het aantal politieschoten waarmee de Afro-Amerikaanse Amadou Diallo in New York werd gedood nadat de politie zijn portemonnee voor een pistool aanzag, red.), achterwege op zijn album ’The rising’, dat geeft te denken.”

De derde weg die naar 'Rome' leidde, betrof de vele lokale verhalen. Geschiedenissen die in nog geen enkele popencyclopedie zijn verschenen. Ze varieerden uiteen van rock in Calcutta en hiphop in Kaapstad tot reggae in Santiago de Chili. Of de tango-manie in Finland ,,waar popbandjes in de jaren '60 door het publiek gedwongen werden – op het gevaar van fysiek geweld af – hun repertoire met veel tango’s te doorspekken, aldus de Finse wetenschapper Yrjö Heinonen.. Maar de meeste fascinatie maakte de lezing ’Shanghai popular song in the 1930 and 1940s’ los. De Taiwanees Szu-Wei Chen leerde deze populaire liedjes kennen van zijn grootmoeder, die in 1949 na de communistische machtsovername vanuit Sjanghai naar Taiwan was gevlucht. Chen: ,,In die tijd was Sjanghai de vijf na grootste metropool ter wereld. Er waren talloze cabarets, nachtclubs en bars. Van de 80 radiostations die China toen kende, zaten er 40 in Sjanghai. Dit kwam vooral door de cosmopolitische sfeer die er heerste. Er zaten Fransen, Amerikanen en nog een internationale gemeenschap. Daar doorheen liep het gewone Chinese leven. Zo kon je tijdens een concertavond een jazznummer horen, daarna een Chinees liedje, dan weer Franse chansons. Waar ik naar op zoek ben is hoe en waarom al die muziekculturen zo vanzelfsprekend in elkaar overliepen. In 1942, na de Japanse inval en vervolgens in 1949 met de komst van Mao, was het voorgoed gedaan met Sjanghai als cosmopolitische smeltkroes.”

Overigens heeft het heel wat voeten in de aarde gehad om al die academici tegelijk te verenigen. Tijdens de afsluiting van de dertiende popconferentie was er veel palaver nodig om de vier wereldwijd verschillende vakantieroostersystemen synchroon te krijgen. Desondanks zoekt IASPM in 2007 een volgende warme latijnse metropool op, want dan is Mexico City aan de beurt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden