Pop is z'n wilde haren kwijt

Als er iets de afgelopen vijftien jaar is veranderd, dan is het het bezoeken van een popconcert, stelt Joris Belgers vast. Groezelige zaaltjes verdwenen, ouders nemen hun kinderen mee naar hun favoriete band, en roken mag niet meer.

Frens Frijns zag gekleurd tot grijzere gradaties lang haar, toen een tijdje terug metalband Slayer in zijn poppodium 013 speelde. Drie generaties metalheads liepen in de zaal. Tieners, dertigers, vijftigers, en alle drie gestoken in gelijksoortige Iron Maiden-shirts. Concerten - zélfs die van Slayer - zijn anno 2016 familie-uitjes geworden.

Want kijkt u maar eens om u heen, in Paradiso, Ziggo Dome, de 013 of Effenaar: niet zelden genieten ouders met kinderen van hun gedeelde idolen. Dat maakt dat de 16-jarige van nu een nogal andere concertbelevenis heeft dan in die goeie oude tijd, toen popconcerten nog plaatsvonden in smoezelige, brandgevaarlijke zaaltjes, waar ondergekalkte deuren scheef in de hengels hingen en de wc's altijd lekten. Daar ging je heen omdat je erbij hoorde. Niet voor je plezier. En al helemaal niet met je ouders.

Das war einmal. Popmuziek is volwassen geworden, en heeft zijn wilde haren verloren. Want, zoals podiumdirecteur Frens Frijns van het Tilburgse 013 zegt: "Op dit moment sterven de eerste popartiesten van ouderdom. En het publiek groeit mee. Dat zie je. Als er in 2000 een vijftiger de zaal binnenkwam viel dat op, nu is dat heel normaal."

Ook typerend: Kors Eijkelboom ging jaren terug met zijn tienerzoon naar The Who, in Ahoy. Zelf ging de productiemanager, al sinds 1992 werkzaam bij Paradiso, óók als twaalfjarige naar The Who. En hij weet nog goed dat hij toen absoluut niet met zijn vader mee wilde. Een tante moest maar mee als chaperonne.

"En nu geven ouders iets wat ze zelf leuk vinden door aan hun kinderen. Ook ik vind het hartstikke leuk om met mijn zoon en dochter naar concerten te gaan. Zij vinden dat ook wel gezellig, hoewel ze natuurlijk nog altijd liever met vrienden gaan - het blijven pubers. Mijn dochter is op haar zestiende al vijf keer mee naar Lowlands geweest - met mij, maar die eerste keer alleen vond ze toch het leukst. En dat is maar goed ook."

Het Tilburgse 013 was in 1998 de eerste zaal die speciaal voor popmuziek werd gebouwd. Voor die tijd waren het bijna allemaal voormalig gekraakte gebouwen: een oude brouwerij, kerk of fabriek. Frijns begon zijn carrière ooit in zo'n gekraakt fabriekje, de oude Effenaar. "De charme waar iedereen naar terugverlangt, was in die tijd helemaal geen charme. Dat was gewoon een onhandig ding, je kon er niet genoeg bezoekers in kwijt, de voorzieningen waren allemaal een rommeltje." Tegenwoordig huist de Effenaar al een poosje in nieuwbouw, net als zoveel poppodia. Zalen die speciaal voor popconcerten zijn gebouwd. Met loading docks waar tourbussen kunnen keren, met meerdere uitgangen om de doorstroom te bevorderen, met een garderobe waar je niet louter crowdsurfend je jas kunt ophalen.

Nog iets wat veranderd is: vroeger stonden popzalen voor een levenswijze. Het stond voor de linksige jeugd, de vrijwilligersorganisaties achter de zalen waren actiegericht. Daar nam je dus sowieso je ouders niet mee naartoe. Maar inmiddels is de hele popcultuur mainstream geworden, ook de alternatieve bandjes. Was je rond de eeuwwisseling zestien, dan koos je voor een bepaalde scene. Je was alto, skater, kakker, gabber, gothic. Alles wat daarbij hoorde, nam je over. Ook de muziek. Maar die hele monocultuur is verdwenen: nu vinden jongeren jazz leuk, maar ook hiphop, en komt dat gruizige indiebandje in dezelfde playlist voor als Justin Bieber.

Kijk maar naar een festival als Lowlands, waar jongeren met hetzelfde gemak losgaan voor aan bij rapgrootheid Kendrick Lamar, als tijdens het dancespektakel van Major Lazer. Hoe? Internet. Muziek is veel laagdrempeliger geworden. Het is veel makkelijker even een stream te checken dan helemaal de platenzaak te fietsen om daar achter krakende koptelefoons gelijksoortige bandjes uit te testen van die ene cd die je voor je verjaardag hebt gekregen. En ouders zelf spieken in de playlist van hun kroost - of laten die door hun kinderen samenstellen.

Eijkelboom: "Met het vervagen van die subculturen is concertbezoek veel meer gemeengoed geworden. Dat zie je alleen aan dat er steeds meer mensen naar concerten gaan. Vroeger was Paradiso maar paar keer per jaar uitverkocht, nu om de haverklap. Ook met Nederlandse bands. Kijk naar Kensington, die even twee keer Ziggo Dome voltrekt en dat volgend jaar weer gaat doen. Dat was twintig jaar geleden echt ondenkbaar."

Met het groeien van de sector en modernisering van poppodia, hebben artiesten zelf ook een professionelere houding gekregen. Wilde het vroeger nog wel eens dat bands voor de lol hun kleedkamers molesteerden, dronken op het podium stonden en hun publiek schoffeerden: dat komt allemaal nog maar zelden voor. "Want het verdienmodel van bands is omgedraaid", zegt Frijns. "Vroeger toerden bands om plaatverkoop te promoten. Tegenwoordig zit het geld juist in de concerten, en zijn albums het promotiemateriaal."

Dat zorgt ervoor dat bands moeten presteren op het podium. Wanneer concerten niet meer kloppen of wanneer ze de backstage verbouwen, zullen vermoeide programmeurs ze niet snel meer terugvragen.

Saai? Tja. Zulke professionelere (lees: bravere) bands zorgen ook weer een braver publiek, ziet Eijkelboom. "Het publiek is gedweeër dan vroeger. Men doet over het algemeen mee aan de conventies: anderhalf uur spelen, toegift, applaus en naar huis. Vroeger wilde het publiek nog wel eens heftig reageren, als het iets niet pikte van een band. Dat is allemaal wat meer gelijkgetrokken."

Jongeren misdragen zich dus nauwelijks meer tijdens concerten? "Nou, eigenlijk zijn wachtende pubermeisjes dan nog het ergst, die een bende aan dekentjes of pizzadozen achterlaten op de trappen van Paradiso als we weer eens zo'n tienerband hebben..."

Een van de mooiste concerten die Kors Eijkelboom heeft meegemaakt was dat van Elbow, drie, vier jaar terug. Met zijn zoon. "Ik weet nog dat we dat heel erg op dezelfde wijze hebben ondergaan. Ook kan ik met mijn kinderen trouwens nog heel erg genieten van de Jeugd van Tegenwoordig. Dat is altijd een groot feest. Maar dan ga ik zelf toch iets meer achteraan staan."

Dingen die echt zijn veranderd...

Ontelbare foto's

Filmen en fotograferen gebeurt massaal in de concertzalen, tot irritatie van andere concertgangers. Dat was vroeger wel anders, toen er nog geen HD-camera's op broekzakformaat bestonden. Soms worden de Samsungs en iPhones een concert lang in de lucht gehouden. Het is ook voorspelbaar wanneer de meeste telefoons de lucht in gaan: tijdens de hits, als de zanger een jasje uittrekt, als een obscure cover wordt ingezet. Grote vraag: zouden mensen thuis al die honderden telefoonfilmpjes wel eens afkijken?

Oh die sigarettenwalm!

De geur van rock is ook aardig veranderd sinds de millenniumwisseling. Het wil tegenwoordig nog wel eens stinken naar flatulentie en transpiratie van opeengepakte enthousiaste mensenmassa's. Het rookverbod voor de horeca dat op 1 juli 2008 inging, is de schuldige. Het leverde niet alleen chagrijnige nostalgisten op, die wéér een stukje rock-'n-roll-romantiek uit de popzalen zagen verdwijnen. Lastiger was die zure combinatie van schraal bier, zweet en scheten. Diverse poppodia experimenteren sindsdien met geursystemen in de luchtverversing.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden