Pop helpt soms 'Even more progress, we'll b fighting day 'n night fightin' in our own way, by means of da lyrics on with da music' 'There's a lot we can't allow 2 happen but u betta watch out when I start rappin' yeah racist you betta watch out'

Popmuziek tegen racisme. Dat klinkt mooi. De vraag is alleen: werkt het ook? Al heel veel popgroepen hebben zich met hun muziek uitgesproken tegen rassenhaat, maar dat had lang niet altijd het beoogde effect. In sommige gevallen zijn de fans van anti-racistische bands zelfs de meest radicale racisten.

In de zomer van 1977 vond in het Londense Hyde-park een groot anti-racistisch festival plaats: Rock Against Racism (RAR). Op het festival speelden zowel blanke punkbands als zwarte reggaegroepen en ook het publiek bestond uit een bonte verzameling huidskleuren. Tijdens het optreden van de Clash, een van de belangrijkste punkbands uit die tijd, kwam Sham 69-zanger Jimmy Pursey een potje meezingen. Pursey wilde hiermee aantonen dat hij en zijn band pertinent niets met racisme te maken wilden hebben. Een boodschap die veel van zijn fans volkomen koud liet. Want de meest fanatieke schare Shamfans bestond uit skinheads, die de groep bij optredens steevast met gestrekte rechter-arm en een welgemeend 'Sieg Heil' begroetten.

Hoe hard Pursey ook probeerde zijn fans op andere gedachten te brengen, het mocht allemaal niet baten. Ten einde raad hief hij de band maar op. Sham 69 heeft tot vier keer toe geprobeerd een come-back te maken. Maar telkens stonden dezelfde geschoren koppen en gestrekte armen weer vooraan.

Een andere skinhead-favoriet was de Britse ska-groep the Specials. De band bestond uit twee zwarte en vier blanke jongens en hun boodschap liet niets te wensen over: alle rassen moesten broederlijk samenleven. Zelf waren ze het levende bewijs dat zoiets niet onmogelijk was.

Alhoewel een groot aantal fans die anti-racistische gedachte omarmde, moesten de skinheads onder hen daar niets van weten. Het feit dat hun favoriete band voor een derde uit zwarten bestond, werd met een even simpele als verbluffende noodgreep opgelost: op buttons en t-shirts die de skins droegen, was de naam van de band te lezen vergezeld van het onderschrift min twee. De goede verstaander kon daar uit opmaken dat de drager de Specials een prachtgroep vond, maar dat hij van de twee zwarte bandleden niets moest hebben. Wat de Specials verder ook bereikt moge hebben, de echte racisten onder hun fans bleven volstrekt doof voor alles wat de band te zeggen had. Meer effect had het project van voormalig Bruce Springsteen-gitarist Little Steven van Zandt. Hij trommelde een aantal beroemdheden op om een plaatje te maken waarop zij verklaarden nooit in Sun City te zullen spelen. Sun City is een toeristenparadijs in een van de Zuidafrikaanse thuislanden. Toen de plaat uitkwam, was de apartheidswetgeving nog onverminderd van kracht.

Maar veel popartiesten wilden wel een oogje dichtknijpen omdat er in Sun City veel geld te verdienen was. Dat was snel voorbij toen (Ain't gonna play) Sun City een hit werd. In de publiciteitsgolf rond het plaatje werd bekend welke groepen en artiesten het grote geld belangrijker vonden dan hun principes. En dat was natuurlijk geen goede reclame. De ene na de andere groep biechtte haar zonden op en verklaarde in het openbaar nooit meer in Sun City te zullen spelen. Little Steven kon tevreden in z'n handjes wrijven.

Muziek kan dus wel degelijk iets veranderen. Hardcore racisten zullen zich niet snel laten ompraten door wie dan ook. Dat is wel duidelijk. Maar muziek brengt mensen met elkaar in contact en als personen met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten, is het onvermijdelijk dat er minstens een paar vooroordelen sneuvelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden