Poolse partizanen: vrijwillig gewapend voor het vaderland

De schuttersbond wil in elke Poolse gemeente een peloton van dertig man formeren.Beeld Ekke Overbeek

Paramilitaire organisaties zijn sterk in opkomst in Polen. Het conflict in buurland Oekraïne versterkt deze ontwikkeling.

Poolse partizanen zijn terug van weggeweest. "Door de situatie in Oekraïne is er meer belangstelling dan ooit voor onze activiteiten", zegt Marcin Waszczuk tevreden. "We hebben ruim duizend nieuwe aanmeldingen." De zwaargebouwde, kortgeknipte veertiger in camouflagepak geeft leiding aan schuttersbond Strzelec OSW, een van de paramilitaire organisaties die afgelopen jaar een actie startten onder het motto 'Laten we de AK heroprichten'.

Dat is niet zomaar een leuze. De Armia Krajowa (AK), het partizanenleger dat tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht tegen Duitsers, Oekraïners en Sovjets, is een nationale mythe. Het symbool van Polska Walczaca, het strijdende Polen - PW in de vorm van een anker - siert autobumpers, vlaggen, graffitimuren, T-shirts en een schier oneindige hoeveelheid publicaties over de oorlog.

En nu is het dus weer oorlog. Bij de buren weliswaar, maar voor Polen is dat heel dichtbij. Oude angsten zijn springlevend. "Polen werd door zijn westerse bondgenoten uitgeleverd aan Hitler en Stalin", zegt Waszczuk met een verwijzing naar 1939 en 1945. "We mogen niet vertrouwen op die Navo-flitsmacht. We moeten ons zelf kunnen verdedigen."

Ambitieuze plannen
Sinds anderhalve maand onderzoekt het ministerie van defensie de mogelijkheid om op basis van paramilitaire organisaties als Strzelec een netwerk van gewapende vrijwilligers te vormen. Een soort Korps Nationale Reserve, maar dan vele malen groter. De plannen van Waszczuk cum suis zijn nogal ambitieus.

Strzelec telt nu 5.000 leden die zelden of nooit met echte wapens oefenen. Over een jaar moeten dat er 112.000 zijn, getraind met echt wapentuig, dankzij ondersteuning van de lokale overheid en het leger. "Ons doel is een peleton van ongeveer dertig soldaten in elke gemeente." Dat is nog maar de eerste stap. "Binnen een jaar kunnen we twee keer zoveel mensen opleiden." Een kwart miljoen soldaten dus. Ter vergelijking: het Poolse leger telt 100.000 beroepsmilitairen en 10.000 reservisten.

Over een gebrek aan vrijwilligers maakt de schuttersbaas zich geen zorgen. Sinds jaar en dag is het Poolse leger te klein om alle militaire enthousiastelingen onderdak te bieden. Dat blijkt ook tijdens een oefening van Strzelec in Rembertów, aan de rand van Warschau.

In groepjes verschijnen de paramilitairen op het asfaltpleintje tussen de oude kazernegebouwen. Elke groep heeft een andere uitrusting. Als punctueel om tien uur het appel wordt afgekondigd staan zo'n dertig jonge mannen en twee jonge vrouwen stram in het gelid. Een modeshow van militair surplus. Een enkeling heeft niet eens een uniform, maar gewoon een fleece trui in camouflagekleur.

"Dat is het minste probleem", zegt Leszek Slowicki, die zijn kleumende rekruten inspecteert. "Het belangrijkste is dat alle groepen dezelfde procedures hanteren." Met zijn klein postuur en sleetse petje oogt hij niet als veteraan van de elite-eenheid GROM. Schijn bedriegt: "Drie missies in Irak, vier in Afghanistan." Voor dergelijke expedities is het beroepsleger volgens de 46-jarige goed uitgerust. "Maar niet om het eigen land te verdedigen. Wie had een jaar geleden gedacht dat zo dichtbij Polen een gewapend conflict zou uitbreken?"

Sceptisch
Volgens Slowicki worden ervaring en kennis van veteranen niet optimaal benut. Daarom werkt hij bij de schutters als instructeur. Net als Strzelec-chef Waszczuk looft hij de voordelen van lokale zelfverdedigers. Ze zijn altijd ter plekke en kosten de staat vrijwel niets. Voor een potentiële vijand is het lastig een land te bezetten waar in elk bos een gewapende eenheid rondstruint.

Maar over het plan om binnen een jaar groter te zijn dan het reguliere leger is hij sceptisch. "Tot nu toe werden we stiefmoederlijk behandeld door het ministerie van defensie. Nu wordt ons heel veel beloofd, maar we moeten maar zien wat daarvan wordt." Even later wordt duidelijk wat hij bedoelt. De poort van de militaire schietbaan blijft gesloten voor het partizanenpeleton. Strzelec-leider Waszczuk heeft via een bevriende kapitein toegang geregeld, maar informele connecties lopen stuk op officiële procedures. "Ziet u", zegt veteraan Slominski, "zo gaat dat dus."

Dan maar naar het bos. Een kwartiertje later staan de partizanen in spe opgesteld tussen de stuifduinen en kruipdennen. "Neem de schiethouding aan!" Twaalf verschillend uitgedoste soldaten maken twaalf verschillende bewegingen. "Ik zie het wel, iedere groep heeft zijn eigen regels. Dat moet veranderen."

Echte geweren zijn nog niet aan de orde. Eerst moeten de veiligheidsregels erin getimmerd. Op het commando "Geweer laden!" zwaait hier een daar een loop door de lucht. "Stop!" De instructeur vuurt een salvo krachttermen af. "Laden altijd met de loop gericht op de grond. Ik heb in Afghanistan gezien hoe iemand per ongeluk bij het laden werd geraakt. Dan is er geen 'sorry' meer."

De partizanen van Strzelec OSW staan in het gelid tijdens een oefening in Rembertów, aan de rand van Warschau.Beeld Ekke Overbeek

Zo verschillend als ze zijn uitgedost, zo verschillend is ook hun achtergrond. Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne hebben zich naar verluidt veel veertigers aangemeld. Maar op deze kille zaterdagochtend is de gemiddelde leeftijd beduidend lager. Schutter Regula - zijn naam staat heel professioneel op zijn uniform - is pas 22. Hij werkt in een hypermarkt. Waarom is hij hier? "Je kunt hier heel veel leren", zegt hij een beetje stuurs.

Het gezwaai met replica's mag dan kinderspel lijken, het is de deelnemers bittere ernst. Wat ze tekort komen aan wapentuig, compenseren ze met motivatie. Officieel wordt het woord partizanen niet gebruikt, maar de symbolen van het partizanenleger AK zijn populair. Het nieuwe vrijwilligersleger had zichzelf AK willen noemen. "Maar de veteranen van de AK bewaken die naam als het heilige vuur", zegt Waszczuk een beetje sip. "Maar wij zullen ervoor zorgen dat het ethos en de traditie van de AK blijven voortbestaan."

A-politiek
Discipline, nationale romantiek en vaderlandsliefde. Het klinkt als een verkiezingsfolder van Recht en Rechtvaardigheid (PiS) en andere conservatief-nationalistische partijen. Geen wonder dat sommigen de paramilitairen verdenken van politieke sympathieën. Een feit is dat Waszczuk bij de laatste verkiezingen kandidaat was voor PiS. Waszczuk zelf wimpelt de beschuldigingen van de hand. "Onze organisatie is strikt a-politiek." Hij stelde zich naar eigen zeggen alleen kandidaat om zijn droom van een burgermilitie te realiseren.

"In onze eenheid wordt niet over politiek gepraat. Als je je uniform aantrekt, leg je je religieuze en politieke overtuigingen af", benadrukt ook Maciej Bartoszewski. Hij is politieagent en in zijn vrije tijd schutter bij de Strzelec-afdeling van Swidnik. "Als de nood aan de man komt, kan iedereen die geschoold is zijn steentje bijdragen in een guerilla-oorlog."

In het kale jaargetijde tussen herfst en winter is Swidnik een troosteloos ogende flatwijk. Het stadje, zo'n zestig kilometer van de grens met Oekraïne, haalde het landelijke nieuws als eerste gemeente waar de burgemeester de paramilitaire organisaties een semi-officiële status verleende. Dat het aantal aanmeldingen hier verdrievoudigde heeft volgens Maciej dan ook niet alleen te maken met de oorlog bij de buren, maar ook met media-aandacht.

Hij benadrukt dat het niet alleen gaat om militaire oefeningen. "Wij voeden de jeugd op in patriottische geest tot modelburgers." Dat betekent geen drugs, geen overmatig alcoholgebruik, niet vloeken, respect voor ouderen, goed je best doen op school en voor alles vaderlandsliefde. "Je kunt nog zo'n modern leger hebben, zonder strijdlust ben je nergens."

Burgermeester
De afdeling Swidnik is vernoemd naar Józef Franczak, de Poolse partizaan die als laatste, in 1963, werd gedood door de communisten. De kans dat het nog eens oorlog wordt acht Maciej niet groot. Maar ook in vredestijd komen de schutters van pas, bij calamiteiten en rampen. Iedereen die zestien jaar of ouder is kan schutter worden. Maciej somt zijn collegae op: een directeur, een kapper, een militair, een ambtenaar, een arbeider, een sales manager en - niet onbelangrijk - de burgermeester.

Waldemar Jakson heeft net de lokale verkiezingen gewonnen. Hij zetelt al sinds 1998 in het stadhuis van Swidnik. Aan de wand een portret van Józef Pilsudski, de man die de Poolse onafhankelijkheid bevocht tijdens de Eerste Wereldoorlog en de eerste schuttersbeweging oprichtte. "Het hele volk onder de wapenen", citeert de burgemeester instemmend de grondlegger. "Het leger is het fundament van onze onafhankelijkheid en soevereiniteit."

Polen is volgens de burgemeester "een vooruitgeschoven bastion van het Westen". Maar dat Westen is de weg kwijt. "Europa is veroordeeld tot de ondergang, want ze houdt haar belangrijkste deugd niet in ere: liefde voor het vaderland." Ons continent is ten prooi gevallen aan 'decadentie', 'consumptionisme' en 'seksualisme'. De barbaren dringen van alle kanten op. Niet alleen uit Rusland, zo weet de burgemeester. "Over dertig jaar zijn er in Duitsland meer Turken dan Duitsers." Snel verbetert hij zichzelf: "Duitsers van Turkse komaf."

Geen complexen
Maar er is een sprankje hoop in dit cultuurpessimistische betoog. "Hier in Polen groeit een nieuwe generatie op. Ik ben nog van de generatie die tegen het communisme streed. Toen kwam een generatie die zich blind staarde op Europa. Nu groeit een nieuwe generatie op, die geen complexen meer heeft en de Poolse geschiedenis heel goed kent."

Wie de geschiedenis kent, weet dat er soms gevochten moet worden. Jakson vertelt van een bijeenkomst met een generaal. "Die generaal zei dat regionale verdediging onzin was in deze tijd van drones en raketten." De burgemeester is zichtbaar geïrriteerd. "Als we willen dat de Navo ons te hulp schiet, moeten we ons op zijn minst drie weken zelf kunnen verdedigen. Onze analyses laten zien dat de Russen binnen drie dagen in Warschau kunnen staan."

Vrijwillige militaire eenheden

Veel landen hebben naast het reguliere leger eenheden van vrijwilligers die getraind zijn om hun eigen regio te verdedigen. Enkele voorbeelden:

Estland: Kaitseliit (Verdedigingsliga). Ruim 13.000 leden. Drie keer zo groot als het reguliere leger. Het aantal aanmeldingen voor dit vrijwilligerskorps steeg sterk na het uitbreken van de oorlog in Oekraine.

Litouwen: Lietuvos Šauliu Sajunga (De Litouwse schuttersunie). Ongeveer 7.000 leden. Sinds het uitbreken van het conflict in Oekraine is het aantal vrijwilligers ook hier sterk gestegen.

Zweden: Hemvärnet. 22.000 mensen. Opgericht in 1940, toen rondom het neutrale Zweden de Tweede Wereldoorlog uitbrak.

Zwitserland: Heeft gemeten aan de bevolking een zeer groot leger. Slechts een heel klein deel beroepsmilitairen. Het leger functioneert grotendeels als regionale zelfverdediging. Soldaten hebben hun uitrusting thuis.

USA: National Guard. Ruim 450.000 mensen, van wie de meesten een burgerleven leiden. Het motto van de National Guard geldt als kwintessens van elke regionale zelfverdediging: Always ready, always there.

In Nederland is het Korps Nationale Reserve (Natres) enigzins vergelijkbaar met bovenstaande voorbeelden. De voorloper van Natres werd opgericht tijdens de mobilisatie van 1914, het jaar waarin de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Tegenwoordig ongeveer 3.000 vrijwilligers die onder meer kunnen worden ingezet voor bewaking en bij rampen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden