Pool verdringt niemand

In Nederlandse kassen werken veel Midden- en Oost-Europeanen. Nederlanders willen niet werken in de tuinbouw. Beeld Herman Engbers, HH

Minister Lodewijk Asscher van sociale zaken en werkgelegenheid voelt zich enorm gesteund door de twee rapporten die deze week verschenen over verdringing op de arbeidsmarkt door werknemers uit Oost- en Midden-Europa. "Ik moet de strijd tegen de race to the bottom op arbeidsvoorwaarden doorzetten", aldus Asscher. Hij trekt 'code oranje' voor vrij werkverkeer binnen de Europese Unie voorlopig nog niet in. Maar wie de rapporten goed leest, ziet nuances.

Hoe groot is de verdringing?
Harde cijfers zijn er niet, maar uit de rapporten van SEO Economisch Onderzoek en de Sociaal-Economische Raad (Ser) van deze week blijkt dat er vooral verschuiving is van arbeid en niet zozeer verdringing. De werknemers uit Midden- en Oost-Europa doen werk dat Nederlanders niet wíllen doen, zoals in de land- en tuinbouw omdat het vaak fysiek zwaar werk is, of niet kúnnen doen, zoals de bouw van specialistische energiecentrales. Zo waren er in de Eemshaven op een bepaald moment zevenhonderd ijzervlechters nodig en de Ser vraagt zich hardop af of Groningen die had kunnen leveren. Nederlandse werknemers in de bouw, transport en tuinbouw -branches waar veel Oost-Europeanen actief zijn, zijn elders aan het werk gegaan of als zelfstandige begonnen, melden de twee rapporten. "De vroegere werknemers uit deze sectoren zijn niet massaal werkloos geworden", schrijft Asscher.

Zijn werknemers uit Midden- en Oost-Europa veel goedkoper?
Voor Oost-Europeanen die tijdelijk in Nederland werken, hoeven geen sociale premies te worden betaald. Zij bouwen immers geen pensioen op in Nederland, krijgen ook geen vakantietoeslag, bouwen geen verlofdagen op, et cetera. Het bedrijf dat bijvoorbeeld Polen of Roemenen in Nederland laat werken, moet voor hen echter wel Poolse of Roemeense sociale lasten betalen, maar die liggen veel lager door het welvaartsverschil. Oost-Europeanen zijn dus goedkopere arbeidskrachten voor de werkgever. Het kostenvoordeel van de sociale lasten is een logisch en legaal gevolg van open grenzen voor werknemers binnen de EU. Als ze in Nederland werken, moeten ze echter wel net zoveel salaris krijgen als hun Nederlandse collega's. Ook voor hen gelden cao-afspraken en het Nederlandse wettelijk minimumloon.

Waarom spreekt Asscher over oneerlijke concurrentie?
Met name in de bouw zijn er veel onderaannemers die zich niet aan de wet houden. Zij betalen hun personeel te weinig of vragen honderden euro's per week als verblijfkosten voor overnachtingen in een keet, waardoor de werknemers netto weinig salaris overhouden. In de tuinbouw opereren veel malafide uitzendbureaus die illegaal personeel uit Oost-Europa plaatsen.

Naast deze misstanden - de vakbond FNV is bij de Eemshaven achttien procedures tegen bedrijven gestart en heeft twee rechtszaken aangespannen - baart het de minister zorgen dat zelfstandigen financieel voordeliger zijn voor opdrachtgevers dan mensen in loondienst. Ook dat leidt tot verdringing, vindt Asscher. SEO stelt dat de ongelijke concurrentie tussen zelfstandigen en werknemers in loondienst in principe geen enkel probleem is. Het verschil in loonkosten komt immers doordat zelfstandigen meer risico's nemen: bij ziekte geen inkomsten, geen pensioenopbouw. Er ontstaan pas problemen als de werknemer zich voordoet als zelfstandige terwijl er in feite sprake is van werknemerschap, ook wel schijnconstructies genoemd.

Wie worden er gedupeerd?
Op internationale wegtransporten rijden nauwelijks nog Nederlandse chauffeurs. Veel Nederlandse transportbedrijven hebben vestigingen over de grens geopend en werken daar met Oost-Europese chauffeurs. Het heeft echter niet geleid tot grote werkloosheid onder chauffeurs. Ze zijn veelal overgestapt naar de zakelijke dienstverlening. In het algemeen zijn vooral allochtonen en laaggeschoolde jongeren gedupeerd, meldt SEO, maar het onderzoeksbureau zegt er in één adem bij dat onduidelijk is of er nou echt sprake is van verdringing of oneerlijke concurrentie.

Ze zien ook dat veel jongeren langer naar school gaan en dat veel Nederlanders van Turkse en Marokkaanse komaf nu op plekken werken waar ze meer verdienen dan in de land- en tuinbouw, waar ze in vorige eeuw nog veel werkzaam waren. Door conflicten tussen tuinders en allochtone Nederlanders, onder meer over ziekteverzuim, lang wegblijven na vakantie en de ramadan, vervingen tuinders de oude arbeidsmigranten door nieuwe.

Wat wil de minister doen?
Hij wil de internationale samenwerking op het terrein van fraudebestrijding en handhaving verbeteren. Samenwerking en uitwisseling van gegevens tussen lidstaten is hierbij belangrijk. Asscher heeft al afspraken met Polen, Roemenië, Bulgarije en Kroatië gemaakt. Nationaal wil de minister vooral schijnconstructies verder aanpakken en meer voorlichting geven. En natuurlijk handhaven. "Maar het grensoverschrijdende karakter maakt controles wel lastiger en dus misbruik eenvoudiger", stelt Asscher.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden