Pompwinkel is  niet langer bijzaak

Van alleen de verkoop van brandstof kan een tankstation niet bestaan. De pomp moet een pleisterplaats worden.

Een benzinestation dat naast brandstof alleen nog wat bladen, frisdrank en een warm saucijzenbroodje verkoopt, is gedoemd te verdwijnen. Pompstationhouders moeten hun pompwinkel steeds verder optuigen om nog wat te verdienen. Oliemaatschappijen, in Nederland eigenaar van 40 procent van de tankstations, willen veelal samenwerken met een bekende etenswarenformule. Want het uitbaten van de pompwinkel hebben zij zelf 'niet goed in de vingers', zegt directeur Erik de Vries van branchevereniging van brandstofhandelaren Nove.

Dus kiest BP voor de kant-en-klaarmaaltijden van warenhuisketen Marks & Spencer, gaat Shell met Starbucks in zee, wilde Esso de broodjes van Délifrance, ontwikkelde Texaco zijn eigen versformule en bedacht ook Total een nieuw concept.

"Het is een pure overlevingsstrategie van pomphouders om zich verder te ontwikkelen als pleisterplaats", zegt De Vries. "Vijftien jaar geleden was het genoeg om wat pompen neer te zetten en kwamen de klanten vanzelf."

Nu gaat het niet meer zo gemakkelijk. De concurrentie tussen de bijna 4200 Nederlandse tankstations, waarvan zo'n 1800 met een winkel, is enorm. In drie jaar tijd zijn automobilisten 12 procent minder liters gaan tanken en dat doet de winstmarges, die toch al onder druk stonden, geen goed.

"Aan het belangrijkste product van de pomphouder, de brandstof, wordt gigantisch geknaagd", merkt De Vries. Het aantal auto's stabiliseert rond de acht miljoen en het aantal gereden kilometers per jaar blijft gelijk, schrijft Rabobank in zijn meest recente rapport over tankstations. Door de accijnsverhoging tanken meer mensen over de grens. Ook het aantal hybride en volledig elektrische auto's neemt toe.

De Vries: "Door de fikse concurrentie stoten oliemaatschappijen meer van hun tankstations af aan individuele exploitanten. Tamoil laat de winkels van zijn tankstations sinds vorig jaar zelfs door een groothandel exploiteren. Andere maatschappijen proberen zich te onderscheiden door gevestigde namen aan zich te binden."

Zelfstandige benzinestationhouders halen hun winst in toenemende mate uit nevenactiviteiten als een wasstraat of de pompwinkel.

Dat moet ook wel, stelt Tim Schoenmakers van belangenvereniging Beta met duizend aangesloten tankstations. "De kortingen op de brandstofprijzen aan de pomp gaan steeds verder omhoog. De mkb'ers kunnen niet mee. Die kopen brandstof in voor een periode van vijf jaar en zitten vast aan een contract met de oliemaatschappij. Daardoor kunnen ze alleen een vaste korting op de adviesprijs aanbieden en niet meebewegen met de markt."

Voor een zelfstandige pomphouder is concurreren op prijs daarom niet meer mogelijk. "Belangrijk is om meer te verdienen aan de winkel en zo het optimale uit de locatie te halen."

Tot die conclusie komt De Vries ook. Hij ziet grofweg twee mogelijkheden voor kwakkelende exploitanten. De winkel sluiten bespaart een hoop kosten, waardoor een liter bij een onbemande pomp gemiddeld 10 eurocent minder kost en voor de tankstationhouder een mooiere winstmarge overblijft. Het aantal onbemande tankstations groeide daarom al naar zo'n 1400. Een andere optie is het achterterrein nu eens echt goed exploiteren.

Shell probeerde dat in 1997 al door Albert Heijn-winkels op de terreinen van zijn stations te zetten. Dat had niet het gewenste effect. Die supermarktketen praat nu weer oriënterend met pompstations als nieuwe locatie voor zijn AH to go-vestigingen.

Sinds vorig jaar september experimenteert Shell met een Starbucks bij zijn vestiging in Breukelen. Daarvoor sloot Shell een franchise-overeenkomst met de Amerikaanse koffieketen. De oliemaatschappij wil nog nog twee of drie Starbucks-vestigingen openen bij zijn 253 stations in Nederland.

In 2013 bracht het Britste BP, ook als proef, de maaltijden van warenhuisketen Marks & Spencer (M&S) naar zes van zijn 350 pompstations in Nederland. In Groot-Brittannië loopt de samenwerking sinds 2005 en hebben tweehonderd BP-tankstations etenswaren van Marks & Spencer. Daar zegt de oliemaatschappij meer brandstof te verkopen en de winstmarge op een liter te vergroten door de M&S-maaltijden. In Nederland evalueert BP de proef aan het einde van de zomer.

"De pompwinkels zijn niet langer bijzaak", concludeert redacteur Tom van Gurp van vakblad voor tankstations TankPro. "In het verleden had vaak iedereen hetzelfde assortiment en onderschatten de exploitant of oliemaatschappij de mogelijkheden van hun winkel. Nu proberen zij hun pompshop een eigen gezicht te geven."

Een samenwerking met een grote jongen uit de detailhandel past niet bij de exploitanten van de kleine pompen, zegt Schoenmakers. "Zij kunnen zich onderscheiden met streekproducten, of door voorzieningen over te nemen die ergens anders zijn weggevallen. Een pomphouder uit Oudenbosch begon bijvoorbeeld een zonnestudio in zijn tankshop."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden