Reportage

Pompidou Brussel: Citroëngarage vol kunst

Een deel van de hal van het museum met de hangende tent van de Japanse Toyo Ito: ‘Pao II: A dwellings for the Tokyo Nomad Women’. Onderin de hal aan de linkerkant het beeld ‘Grosser Geist Nr.7’ van de Duitse kunstenaar Thomas Schütte.Beeld EPA

Eindelijk heeft Brussel zijn eigen tempel voor moderne kunst, een dependance van het Centre Pompidou. Het museum wekt trots én chagrijn.

Het is een blikvanger in Brussel: de modernistische jarendertiggevel van de Citroëngarage. Tweehonderd meter lang en honderd meter breed ligt het ingeklemd tussen het kanaal Brussel-Charleroi en het drukke IJzerplein. De werkplaats kijkt uit op het water en de gemeente Molenbeek. Aan de andere kant wijst de showroom, een imposante pui van glas en staal, met de neus naar het stadscentrum.

Amper een half jaar geleden stonden hier nog Citroëns te blinken en werd er gesleuteld aan occasions. Nu staan er kunstinstallaties van onder meer de Belgische beeldend kunstenaar Marcel Broodthaers, de Franse cineast Michel Gondry en beeldhouwer Jean Tinquely. Afgelopen weekend opende in het voormalige hoofdkantoor van de Franse autobouwer een dependance van het Centre Pompidou in Parijs: Kanal. Daarmee heeft Brussel weer een museum voor hedendaagse kunst.

Het prestigeproject vervult de Brusselse regering met trots. Maar in de Brusselse kunstsector heerst een hoop chagrijn over de 'Franse kunstkolonisatie'. Want zoals vaker in Brussel is er op de achtergrond een hoop politiek getouwtrek.

'Eigen Guggenheim'

Kanal is het geesteskind van de Brusselse minister-president Rudi Vervoort, een Franstalige socialist. Hij beloofde tijdens de verkiezing van 2014 dat Brussel 'zijn eigen Guggenheim' zou krijgen. Het zat Vervoort dwars dat de Belgische hoofdstad geen 'eigen' toonaangevend museum had voor hedendaagse kunst.

Een gebouw was snel gevonden: Citroën had verhuisplannen, dus de iconische autogarage van meer dan 30.000 vierkante meter stond te koop. Alleen een kunstcollectie ontbrak. De in Brussel gelegen Koninklijke Musea voor Schone Kunsten hebben wel een collectie Belgische hedendaagse kunst in de kelder liggen, met onder meer Cobra en Panamarenko, maar die is eigendom van de landelijke overheid.

En daar zit een staatssecretaris van de Vlaams-nationalistische N-VA aan de knoppen. Zij liet onmiddellijk weten dat ze geen zin had om een collectie af te staan aan een prestigeproject van de Brusselse regering. Dat die geleid wordt door de Franstalige socialisten, hun politieke tegenpool, zal daarbij niet geholpen hebben. 'Sabotagefederalisme', volgens een hoofdredactioneel commentaar van de Vlaamse krant De Morgen: de ene regering gunt de andere haar succes niet.

Parijs bepaalt

Het gevolg is dat de collectie én de expertise nu uit Frankrijk komen. De komende tien jaar betaalt Kanal in totaal elf miljoen euro aan het Centre Pompidou in Parijs. Dat geld is bedoeld voor de kunstwerken en de expertise, maar ook voor Frans personeel, zoals de huidige kunstcurator van Kanal.

Parijs bepaalt, Brussel betaalt, mokt de Brusselse kunstsector. Alsof er in de stad zelf geen kunstenaars en kunstkenners zijn die hun expertise hadden kunnen delen. Een wedstrijd voor Brusselse kunstenaars van wie er ook tien mogen exposeren, werd door critici smalend onthaald. Zul je zien dat Kanal vooral voor veel geld Franse 'overschotjes' mag exposeren.

Dat laatste lijkt reuze mee te vallen. De komende dertien maanden staan ruim driehonderd oude en nieuw aangekochte werken uit de Pompidou-collectie in de oude werkruimtes van Citroën. 'Kanal Brut' heet deze eerste, tijdelijke expositie.

Lunchpauze

Bezoekers komen binnen in de centrale werkplaats waar links de receptie van de afdeling 'Koetswerk' ligt. Via de hellingbanen waarover vroeger de auto's naar de spuiterij op de eerste verdieping reden, lopen nu museumbezoekers. Op sommige plaatsen lijkt het of de monteurs alleen maar even met lunchpauze zijn. Achter een stekkerdoos zitten nog stickervellen gestoken waarop zij kunnen noteren wanneer er koelvloeistof was bijgevuld.

Nu staan er tussen de bruggen museummedewerkers. Hun knalblauwe overalls knipogen naar de werkzaamheden van hun voorgangers. Kunst en industrie lopen door elkaar, ook in de voormalige kleedkamers en de kantoren. Verkeersborden 'P bezoekers' wijzen de weg - of hingen die er al?

Tekst loopt door onder afbeelding.

‘Oued Laou’ van de Franse kunstenaar Martial Raysse.Beeld Photo News

De openingsexpositie toont louter beeldhouwwerken en (video)installaties. Om klimaattechnische redenen - veel glas en lichtinval - hangt er geen enkel schilderij. Begrijpelijk, merkt de bezoeker. Op de begane grond is het zonder jas rillerig fris, terwijl het op de eerste verdieping aangenaam warm, maar in de zomer wellicht broeierig wordt.

Autowrak

Veel van de geëxposeerde werken verwijzen naar het verleden van de garage. Beneden in de 'leveringszone' voor nieuwe auto's staat een merkwaardige muisgrijze Citroën DS. Een werk van Gabriel Orozco, die graag speelt met schaal en verhoudingen: de DS is in de breedte gehalveerd en biedt slechts plaats voor twee inzittenden.

In de verfspuiterij staat dan weer een blok gewrongen staal: 'compression Ricard' van César Baldaccini. Een bijeengeperst autowrak waarvan de metalen bumper en de gril nog de meest herkenbare onderdelen zijn. Geen Citroën overigens.

Sommige werken gaan haast in hun omgeving op. Rondstruinend door het betoverende geraamte van de garage met het hoofd in de nek naar boven turend, zou je zo langs een industrieel bureau lopen en een video-installatie van Marcel Broodthaers missen. Zonde.

Afbladderende kozijnen

Al is het pand zelf misschien wel de grootste attractie. Behalve de kunstwerken zelf kun je bijna alles aanraken. Je kunt je hand laten glijden over de afbladderende kozijnen, de algen bestuderen die zich hier en daar achter het glas hebben gevormd, de vroegere parkeervakken tellen. Hier kun je je uren vermaken op een regenachtige dag in Brussel. Eigenlijk jammer dat het pand nog verbouwd wordt.

Want vanaf juni 2019 gaat het museum nog drieënhalf jaar dicht om voor 125 miljoen euro verspijkerd te worden. In de voormalige werkplaats worden onder meer drie 'dozen' geïnstalleerd om een goed klimaat te creëren voor schilderijen. Verder krijgt Kanal een dakterras, restaurant, brasserie, auditorium en evenementenruimtes.

Het project wordt in goede banen geleid door Yves Goldstein, de voormalige rechterhand van Brussels minister-president Vervoort. Kwade tongen beweren dat zij het op een akkoordje hebben gegooid en dat dit openingsjaar alleen maar is georganiseerd omdat Vervoort de verkiezingen van volgend jaar opnieuw wil winnen.

Kanal is open van woensdag tot met maandag. 's Avonds tot 22 uur (op zondag tot 20u) en op vrijdag en zaterdag tot middernacht. Entree 14 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden