het consult

Pols uit het gips, en nu?

Beeld colourbox

Ondanks hard trainen schiet herstel van een gebroken pols niet op. Wat te doen?

Waarom schiet het toch niet op met mijn pols, vraagt de lezeres zich af. Half februari moest haar arm in het gips na een polsbreuk. Wat er precies was gebroken, meldt ze niet, maar met de zes weken die ze in het gips moet was er waarschijnlijk geen sprake van een enkele scheur. Eind april mocht het gips eraf en de lezeres was bijzonder gemotiveerd om snel te herstellen. In de twee maanden sindsdien is ze al 'tientallen' keren bij de fysiotherapeut geweest. Die geeft haar oefeningen, zodat ze braaf thuis kan trainen. Maar haar vingers zijn dik en stijf. "Een vuist kan ik nog niet maken", meldt ze teleurgesteld. Gewoon doortrainen of iets anders?

Handtherapeut Inge Vermeegen heeft in Drunen en Zaltbommel een eigen praktijk, Handencentrum de Langstraat. De gespecialiseerde fysiotherapeut heeft de lezeres niet zelf gezien. En dat is jammer, want het hangt er erg vanaf wat er nou precies is gebroken. "Bij een breuk die je vaak ziet in het spaakbeen, op enige afstand van het polsgewricht, is de revalidatie vaak behoorlijk vlot. Hoewel het natuurlijk ook afhangt van bijvoorbeeld de leeftijd van de lezeres. Met 82 jaar gaat herstel meestal toch een stuk langzamer dan wanneer je 26 bent." Die twee maanden dat de lezeres pas uit het gips is, is wellicht ook aan de korte kant. Voor gemiddeld herstel staat toch altijd nog een maandje meer.

Complexere breuk

Het zou best kunnen dat deze lezeres een iets complexere breuk heeft. "Bijvoorbeeld dichtbij het polsgewricht", zegt Vermeegen. Het gips wordt dan hoog op de hand aangebracht, waardoor de patiënt zes weken lang maar moeilijk de vingers kan bewegen. Die worden stijver en dan is revalidatie een grotere klus als je uit het gips bent.

Het hangt ook af van de behandeling die de lezeres nu ondergaat. "Vaak zijn mensen gericht op het vergroten van kracht in hun hand", zegt Vermeegen. Een gewone fysiotherapeut wil daarin nogal eens meegaan. "Handtherapeuten zoals wij doen het iets anders. Zeker als de hand nog dik is, vinden we het belangrijk om eerst de mobiliteit te vergroten." Oefeningen zijn er dan op gericht om de pols steeds iets verder te bewegen, als het even kan op de pijngrens of een beetje daar overheen. "Mensen doen dat vaak niet zelf, ze schrikken terug voor pijn." Een enkele keer geeft Vermeegen een patiënt een soort spalk mee, waarmee deze regelmatig de pols een tijdje in een flinke hoek kan zetten - elke dag tien minuten bijvoorbeeld, of een half uur.

Doel is niet alleen om de pols weer soepel te krijgen, maar ook om het vocht uit de hand en de vingers te krijgen. "Als je direct gaat oefenen op kracht, loop je het risico dat de hand weer dikker wordt. En met dikke vingers wordt het lastiger een vuist te maken", tekent Vermeegen aan.

Er zijn ook simpele oefeningen om het vocht uit de vingers te krijgen. "Zet de elleboog op tafel met de hand omhoog. Masseer dan langzaam met de andere hand van boven naar beneden", zegt Vermeegen. Als het vocht weg is, kan de lezeres aan kracht in de vuist gaan werken.

De lezeres kan natuurlijk altijd een handtherapeut zoeken, maar ze zou ook nog eens met haar huidige fysiotherapeut kunnen overleggen. Vermeegen: "Als de hand door training en behandeling juist dik wordt, moet ook de behandelaar zich afvragen of hij op de goede weg zit. Misschien helpt een andere aanpak beter, of loont het nog eens om samen met de arts die de pols heeft behandeld te kijken naar de oorzaak van de huidige klachten."

Zelf een vraag stellen? Mail naar gezondheid@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden