Poloërs met zak geld alleen maar achteruit

WENEN - Bal en stadion als overeenkomsten, verder slechts schrille contrasten. Voor 65 000 toeschouwers en miljoenen televisiekijkers schoot de onbevangen Patrick Kluivert Ajax in Wenen naar nieuwe voetbalglorie. Waar een handjevol mensen toekeek hoe het Nederlands waterpoloteam verstarde en verder afgleed langs de negatieve spiraal.

Het is een wat zot gezicht, die immense badkuip in de hoek van het Ernst Happel-stadion. Hier en daar zit een klein groepje belangstellenden, vooral zwemmers die hun poloteam tijdens de Europese titelstrijd van steun willen voorzien. Driehonderd mensen misschien, op die grote, verder lege tribunes. Geen overweldigende entourage die verlammend kan werken op geest en lichaam. Het was dan ook vooral de tegenstander die, zoals bondscoach Trumbic het omschreef, de armen deed aanvoelen alsof zij honderd kilo wogen.

Het waren zaterdag en gisteren slechts schermutselingen voordat vandaag het eigenlijke toernooi van de acht sterkste Europese waterpololanden begint. Waar de vrouwen met twee zeges van start gingen (tegen Spanje en Griekenland), daar trof de Nederlandse mannenploeg het niet met vice-Olympisch kampioen Spanje meteen al in de voorronde, maar Oekraine, dat mocht toch geen probleem zijn. Nog altijd gaat Nederland prat op de grootste polocompetitie, al is de groei eruit. En nu het NOC haast onbeperkt in het nationale team investeert, moeten de prestaties wel als vanzelf komen. Maar topsport blijkt geen instant-gerecht dat na een paar maanden sudderen op smaak is. Nadat zaterdag een volstrekt regelmatig verlies van 10-6 werd geleden tegen de Spanjaarden, gleed Oranje gisteren met een 10-7 nederlaag weer terug in de anonimiteit. Strijden om de plaatsen negen tot en met twaalf, daar was men niet voor gekomen.

Doelen zijn er om te worden bijgesteld. Helaas is dat bij de poloërs nooit in positieve richting. Het verkooppraatje klinkt zo mooi. Met een zak geld onder handbereik kan eindelijk de concurrentie met de toplanden worden aangegaan. Vorig jaar ontstond tijdens de WK in Rome een euforische stemming na twee zeges. Er werd gespeculeerd over Olympisch metaal, toen de heren met beide benen op aarde werden gedrukt.

Vorig jaar konden de poloërs zich dankzij NOC-gelden drie maanden lang voorbereiden op de WK; dit seizoen was er zelfs een half miljoen meer beschikbaar. Voor vier maanden lang veertig urige poloweken in Zeist. Zestien spelers die tijdelijk zijn vrijgesteld van werk en/of studie. Geavanceerde video-apparatuur voor het analyseren van trainingen en wedstrijden en een huispsycholoog voor de mentale evenwichtigheid. Doel is kwalificatie voor de Spelen in Atlanta, die komende maand in het Olympische bad moet worden afgedwongen. Maar met Wenen als graadmeter zijn de vooruitzichten somber. “Dat het op een andere manier moet dan hier, daarvan is iedereen wel overtuigd”, concludeerde de aangeslagen coach Ivo Trumbic. Maar de tijd is tekort om het roer om te gooien.

Vier jaar geleden werd Trumbic als de reddende engel binnengehaald. De man die in 1976 het nationale team naar Olympisch brons leidde, lijkt nu terug bij af. Ondanks de voor polo-begrippen geweldige investeringen, is ten opzichte van twee jaar geleden in Sheffield (achtste) zelfs sprake van achteruitgang. Komende maand in Atlanta luidt de schier onmogelijke opgave bij de beste vijf Europese landen te eindigen. Lukt dat niet, dan volgt een lange, onzekere omweg. Via een Europese schifting in januari kan dan het laatste wereldkwalificatie-toernooi worden bereikt.

In het buitenland keek men op van de plotse professionalisering van Nederland. Trainer en spelers merkten in Rome al dat ze ineens serieuzer werden benaderd. En neigden mogelijk naar een te optimistische benadering. Ofschoon Spanje Oranje tijdens de WK nog met 17-6 oprolde, speelde de nummer twee van de Spelen zaterdag uiterst scherp. Vier maal had Nederland de Spanjaarden dit jaar al verslagen in vriendschappelijke duels. Maar enig zelfvertrouwen werd daar niet uit geput, mede door de wetenschap dat de tegenstander toen niet in z'n sterkste formatie aantrad. Onbewust zat de angst er meteen in, bekende routinier Hans Nieuwenburg. Want hoe dodelijk is het niet om tegen Spanje een goede kans te missen. Tien tegen een dat de bal er dan aan de andere kant invliegt. “Die film zie je door de jaren heen steeds weer terug.”

Nieuwenburg zag vervolgens gisteren de Oekraïners in een alles of niets-poging vechten als leeuwen, waar hij die mentaliteit in zijn eigen team miste. Trumbic sprak van verkramptheid, een mentale barrière. Die door Niels van der Kolk niet duidelijker zichtbaar had kunnen worden gemaakt. Zittend op de bank tijdens de derde en vierde periode tegen Oekraïne, het hangende hoofd onzichtbaar weggestopt in de capuchon van zijn badjas. “Die jongen kan goed schieten en zwemmen”, aldus Trumbic. “Maar in de wedstrijd gaat het niet. Zeg ik dan 'kop op', dan verkrampt hij nog meer.”

Het zet niet alleen vraagtekens bij de samenwerking met psycholoog Menkenhorst, maar ook bij de kwaliteiten op dit vlak van Trumbic. Het is bovenal de coach die zijn spelers het zelfvertrouwen moet geven dat tot volle ontplooiing van technischen en taktische kwaliteiten moet leiden. “We hebben gewoon gefaald”, was de meest nuchtere gevolgtrekking van Nieuwenburg. Waarbij hij in één adem het behalen van de Olympische Spelen van levensbelang noemt voor het Nederlandse polo. Want komt er ooit weer een kans op een voorbereiding als de huidige? “We zullen binnen twee weken killing-instinct moeten kweken. Maar dat is een lang proces.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden