Politisering van geschiedenis Van Doorn

De geschiedenis van een natie is doorgaans méér dan een nauwgezet relaas van gebeurtenissen. Het is tevens het verhaal van een volk dat zich tussen en niet zelden tegen andere volken een vaderland heeft geschapen, een verhaal bovendien waarop met enige voldoening pleegt te worden toegekeken. Vaderlandse geschiedenis is identiteitsversterkend, zoals de laatste tijd ook in ons land openlijk wordt aangekondigd. Het is ’wij’-geschiedenis.

Zwarte bladzijden worden niet ontkend. Ze liggen veilig opgeborgen in een epos van grote mannen en trotse prestaties, als het ware voldoende gecompenseerd om met een zekere mildheid te kunnen worden beoordeeld. Nieuwe natiestaten kunnen zich die luxe echter niet veroorloven. Ze brengen het ressentiment mee van laatkomers op het wereldtoneel. Hun nationalisme is agressief en hun nationale geschiedenis fungeert als hun sanctuarium, van alle smetten vrij.

Een goed voorbeeld biedt Turkije, voorheen het hartland van een immens Ottomaans rijk dat in de loop van honderd jaar steeds verder uiteenviel en in de tijd van de Eerste Wereldoorlog definitief ter ziele ging. De revolutie van Kemal Atatürk in 1923 schiep een hard nationalistisch bestel waarin zelfs de islam in de ban werd gedaan, de Griekse minderheid van 1 miljoen werd uitgewezen – een ’ruil’ met 400.000 Turken in het buitenland – en de Koerden een gewantrouwd bevolkingsdeel zouden blijven.

In het verhaal van deze dramatische renaissance van het Turkse volk, eeuwenlang de risee van het beschaafde Westen, passen geen zwarte bladzijden. Ze worden niet alleen verzwegen, ze mogen zelfs niet worden ’erkend’, zoals we dezer dagen weer eens hebben geleerd: wie van een Turkse massamoord op Armeniërs spreekt, in 1915 begaan, riskeert gevangenisstraf wegens ’belediging van de Turkse identiteit’. En het is nog kort geleden voorgekomen dat Turkse schrijvers van naam om die reden voor de rechter werden gesleept.

Dit is natuurlijk te gek voor woorden maar op het eerste gezicht geen reden zich er buitenmate over op te winden. Als we ons gaan bezighouden met de manier waarop andere landen hun collectieve zelfbeeld en hun historisch profiel stileren, krijgen we dagwerk. Bovendien: het is allemaal wel erg lang geleden.

Maar zo is de reactie niet geweest. Integendeel: zowel op het Nederlandse als op het Europese vlak heeft men de botte onverzoenlijkheid van het Turkse regime nauwkeurig gekopieerd. Zoals Ankara sancties verbindt aan het erkennen van de massamoord op de Armeniërs, zo hebben Den Haag en Brussel een poging gedaan om juist de ontkenning van dit historische feit strafbaar te stellen.

Wat het vaderlandse erf betreft, de ChristenUnie kwam met het voorstel het ontkennen van massamoorden, waaronder de genocide van de Armeniërs, met strafsancties te beladen, een plannetje dat inmiddels op de lange baan is geschoven maar evenzogoed serieus was bedoeld.

Het Europees Parlement ging Turkije zelfs rechtstreeks te lijf. Een rapport, waarvoor ’us Camielke’ tekende, de Limburgse europarlementariër Camiel Eurlings, sommeerde Turkije de Armeense genocide te erkennen, op straffe van niet-toelating tot de Europese Unie. Aanvankelijk ging het Europarlement met dit voorstel mee, maar later gaven vele leden toe te hebben zitten slapen en niet van een absolute voorwaarde meer te willen spreken. Maar ook hier: hoe kom je erop? Is het eenvoudig een truc van de tegenstanders van toetreding door Turkije om iets te bedenken dat in Turkse kring als een regelrechte belediging wordt ervaren?

In Nederland is de bal inmiddels verder gerold. Een PvdA-lid en twee CDA-leden van Turkse herkomst werden van de kandidatenlijst van hun partij afgevoerd omdat ze de Armeense genocide niet erkenden en van die ongewenste mening openlijk blijk gaven. Dat heeft bij de betrokkenen weer tot ontevredenheid geleid, een ongenoegen waarvan moet worden gevreesd dat het zich in de overwegend nationalistisch gezinde Nederlands-Turkse gemeenschap verder zal verbreiden.

En wat te vrezen was: de Armeense gemeenschap wil nu méér bloed zien. Zo eist de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland dat Turkse kamerleden die zich nog niet (duidelijk) hebben uitgesproken, dit nu onomwonden doen. Zwijgen is even erg als ontkennen.

Nog even en we hebben er een Armeens Cidi bij: een Centrum voor Informatie en Documentatie over Armeense Geschiedenis, dat met het oog op de belangen van een bepaalde bevolkingsgroep de Nederlandse politiek de maat neemt, gesteund door een buitenlandse mogendheid.

De verwijzing naar het Cidi is ook daarom niet gezocht omdat de eis tot een verbod op de ontkenning van de Armeense genocide een logisch vervolg is op de al even onzinnige strafbaarstelling van het ontkennen van de holocaust.

’Vrijheid van meningsuiting’ is een leuze die mij nogal eens verdacht voorkomt. In dit geval mag die vrijheid ten volle worden opgeëist. Op het moment dat wij de geschiedenis gaan politiseren, raken we het recht kwijt andere landen te verwijten dat zij hún geschiedenis politiseren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden