Column

Politieke voorkeur zit deels in genen, misschien

null Beeld ANP
Beeld ANP

Schrijver Susan Blackmore leeft zonder vrije wil. Een aantal jaar geleden kon ze het wetenschappelijk bewijs dat we zulks waarschijnlijk niet bezitten niet langer negeren, en is ze de illusie dat ze op de een of andere manier aan het roer stond van haar eigen beslissingen langzaam los gaan laten. Toen Blackmore een huis ging kopen, ging ze af op haar onderbuikgevoel. Verder laat ze zich leiden door toeval en intuïtie. Het bevalt haar uitstekend, maar het loslaten was niet gemakkelijk, vertelt ze in haar artikelen en boeken. Ze citeert de 18de-eeuwse essayist Samuel Johnson: "Alle theorie spreekt tegen vrije wil, alle ervaring spreekt ervoor."

Asha ten Broeke

Ik moest aan Blackmore denken toen ik vorige week in een wetenschappelijke publicatie las hoezeer genen een van onze meest vrij-willige besluiten beïnvloeden: op welke politieke partij we stemmen. Politieke voorkeur blijkt - afhankelijk van het onderzoek - voor 30 tot 65 procent in de genen te zitten, net als iemands mening over minderheden, of de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen, en hoe belangrijk tradities en gezag zouden moeten zijn voor de burger.

Ook hier botst de theorie met de ervaring. Niemand die ik vorige week sprak over deze publicatie had ooit het gevoel gehad dat hun stemgedrag deels door hun genen ingegeven was. Sterker nog, de meesten hadden grote moeite met de gedachte dat biologische factoren invloed hebben op hoe je achter het gordijntje het rode potlood hanteert. Toch groeit het bewijs voor biologische verschillen tussen linkse en rechtse mensen al jaren. De Amerikaanse onderzoeker Kevin Smith liet bijvoorbeeld zien dat conservatieve mensen meer schrikken van harde geluiden dan progressieve mensen, en dat ze bovendien fysiek heftiger reageren op bedreigende en walgelijke taferelen. Andere wetenschappers ontdekten dat het brein van linkse mensen een sterke automatische emotionele reactie op onrechtvaardige situaties laat zien die op rechts goeddeels ontbreekt.

Smith mailde me dat hij desondanks niet denkt dat het rationele wilsbesluit op politiek gebied is uitgespeeld. "No way dat DNA of fysiologie je politieke gedrag op de automatische piloot zet. We hebben het hier over een neiging, niet over lotsbestemming." Daar heeft hij een punt: uit andere onderzoeken is bekend dat ook zaken als het charisma van de leider, de emoties tijdens de campagne en in wat mindere mate de eigen situatie een rol spelen.

Maar toch: als ik eerlijk ben tegen mezelf moet ik toegeven dat ook mijn politieke voorkeur niet zo doordacht is als ik zelf prettig zou vinden. Er zijn partijen waarvan ik niet eens het programma doorneem, omdat ik voel dat ik toch nooit op ze zou stemmen. Als ik de veelvuldig geïnterviewde gewone man op straat mag geloven, ben ik daarin niet de enige; het onderbuikgevoel van de kiezer is een berucht fenomeen. De partij waar ik morgen wel op stem, had bovendien al mijn voorkeur voordat ik het verkiezingsprogramma had gelezen; dat keek ik eigenlijk alleen door om te controleren of er niets belachelijks in zou staan waardoor ik mijn 'keuze' - aanhalingstekens lijken me hier op hun plek - had moeten heroverwegen.

Als dat vrije wil is, heeft Blackmore wellicht toch gelijk: het is een illusie waar we zonder zouden kunnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden