Politieke verhoudingen / De dino's zijn terug

De politiek heeft nog geen jaar na de klap die Fortuyn haar toebracht, een 'nieuwe consensus' bereikt: Nederland is vol en onveilig. Volgens de Amsterdamse hoogleraar politieke wetenschappen Jos de Beus beloonde de kiezer de partijen door de vertrouwde verhoudingen in de Tweede Kamer te herstellen.

Het herstel van de aloude, vertrouwde verhoudingen in de Tweede Kamer is volgens Jos de Beus dé verrassende uitkomst van de afgelopen verkiezingen. ,,Het Nederlandse kiezersvolk is niet langer op drift, maar strategisch handelende kiezers hebben een tweede kans gegeven aan christen-democraten en sociaal-democraten, de twee supermogendheden van de Nederlandse politiek, om van het herstel van maatschappelijk en staatkundig vertrouwen in verslechterde omstandigheden een project te maken.''

,,Dat vertrouwen krijgen ze op basis van hun nieuwe consensus, afgedwongen door de kiezer. Die overeenstemming houdt in dat Nederland onveilig is en dat Nederland vol is. Dat laatste drukt Den Haag alleen uit in correcte taal: Nederland en zijn overheid zijn overbelast, zowel sociaal-cultureel door de immigratie, als economisch-ecologisch door de integratie in de wereldeconomie. Ik verwacht dan ook geen groot verschil tussen de regeringsverklaring van het eerste kabinet-Balkenende en die van het tweede'', aldus De Beus.

Meer veiligheid, minder vrijheid. Het streven de veiligheid van mensen te vergroten ten koste van hun vrijheid, is volgens De Beus de 'nieuwe consensus' in de Nederlandse politiek. De snelle opkomst van Fortuyn en de zijnen maakte vorig jaar duidelijk dat burgers vooral meer bescherming tegen de bedreigingen van hun bestaan verlangen. Fysiek zeggen zij zich bedreigd te voelen door het zichtbaar toegenomen geweld, cultureel door de gewaarwording dat immigranten lichamelijk zo dichtbij maar geestelijk zo ver weg zijn.

Mede dankzij Fortuyn heeft de politiek nu gereageerd op dat signaal, door de onveiligheid en de integratie van etnische minderheden in het brandpunt van haar belangstelling te plaatsen. Dat verklaart volgens De Beus voor een deel waarom de kiezers nog geen jaar na de omwenteling die Fortuyn teweegbracht, al weer hun stem op de 'gevestigde' partijen hebben uitgebracht. De uitkomst is dat de getalsverhoudingen in de Tweede Kamer weer zijn wat ze waren vóór Paars en vóór de inbraak in het bestel door de Fortuynisten. Dat politieke bestel van Nederland, al zo vaak afgeschreven, blijkt volgens De Beus veerkrachtiger en ook stabieler dan de schokgolven bij de verkiezingen van 1994 en 2002 doen vermoeden.

De Beus: ,,Mooi dat het bestel zo'n grote opstand als het Fortuynisme absorbeert, zonder zelf populistisch te worden. Ik geloof niet zo in het bestaan van een 'dramademocratie' of een 'mediacratie', waarin de kiezers worden voorgesteld als boze en opgewonden mensen, die door handige politici en hun bevriende media alle kanten kunnen worden uitgestuurd. Dat de partijen in de kiezersgunst veel grilliger bewegingen maken dan vroeger, wil nog niet zeggen dat ook de keuzes van de kiezers grillig zijn.''

De aanleiding voor het vraaggesprek met De Beus is dat hij met zijn kennis van de 'toeschouwersdemocratie' de aangewezen man lijkt voor een lange-termijnbeschouwing over de verkiezingsuitslag. Met die term, geleend van de Franse politiek filosoof Bernard Manin, beschrijft De Beus de nieuwe politieke constellatie die is ontstaan onder invloed van ontzuiling en individualisering.

In het model van de toeschouwersdemocratie zijn de kiezers individuele, mondige toeschouwers geworden, die zich zelfstandig een oordeel vormen over de voorstelling van de politici. Bij het uitbrengen van hun stem laten zij zich niet leiden door klassebewustzijn of een ander groepsgevoel. Op hun beurt moeten de politieke partijen bij gebrek aan een vaste achterban, telkens weer een boeiende voorstelling geven als zij de kiezers om hun stem vragen. De partij met de beste voorstelling boekt de beste uitslag.

En doordat vanzelfsprekende banden tussen kiezers en partijen ontbreken, kunnen media tenslotte, de tv in het bijzonder, in de toeschouwersdemocratie een grotere invloed uitoefenen op de stemkeuze. Journalisten komen in de positie dat zij partijen en politici kunnen maken of breken. Het hangt af van hun beroepsethiek en taakopvatting of, en in hoeverre, zij die positie misbruiken.

Afgaand op de veelgehoorde uitleg dat PvdA-lijsttrekker Wouter Bos zijn succes heeft te danken aan zijn aangename 'uitstraling', lijkt het uiterlijk van politici in de toeschouwersdemocratie van doorslaggevend belang. De kwaliteit van de voorstelling staat of valt ermee. De Beus ziet weinig in deze zienswijze. Want hoe kan het dan dat Bos in twee weken tijd de aanhang van zijn partij wist te verdubbelen en een generatiegenote als Femke Halsema geen enkel profijt trok van haar uiterlijke kwaliteiten? Commentatoren die de 'uitstraling' van een politicus als maatstaf hanteren voor diens te verwachten succes, gingen met Balkenende al eerder in de fout. Met de CDA-leider en zijn Zeeuws-gereformeerde hoofd kon het nooit wat worden, zeiden zij op de dag dat Balkenende het stokje overnam van Jaap de Hoop Scheffer. Een half jaar later voerde Balkenende het CDA naar een grote verkiezingszege.

De Beus' conclusie is dat politieke partijen ook in een toeschouwersdemocratie nog een enigszins vaste groep kiezers hebben, mensen die niet uit blinde trouw maar om beredeneerde redenen naar een partijkleur neigen. Ze durven hun 'goede oude' partij te verlaten als deze vastloopt in een politiek van zelfbehoud, maar ze keren ook zonder wrok weer terug als die partij haar vermogen tot vertegenwoordiging van de samenleving weer heeft opgebouwd. De Beus beaamt dat deze zienswijze een bevredigender verklaring biedt voor de ongekend snelle opmars van Bos.

,,De oude volkspartijen CDA en PvdA beleven een opmerkelijke terugkeer. In de jaren negentig, na de val van de Muur, lag het voor de hand te veronderstellen dat de partijen die zich hadden verbonden met de verzorgingsstaat, kleiner en kleiner zouden worden. Voor de liberalen waren de velden wit om te oogsten. Zij zouden triomferen, dankzij de komst van een samenleving waarin prestaties meer dan ooit telden. Tegelijkertijd zouden zich, waarschijnlijk op rechts, nieuwe protestpartijen manifesteren, die zouden gedijen op de gevoelens van vervreemding bij mensen die het niet konden bijbenen.''

,,De verkiezingen van 1994, met groot verlies voor CDA en PvdA, een navenante winst voor de liberale partijen VVD en D66 en de opmars van een ouderenpartij, bevestigden dit beeld, maar daarna werd het anders. Na wisselende uitslagen voor beide partijen, nestelden CDA en PvdA zich dit jaar weer aan kop en streden ze als vanouds om de positie van grootste partij. Hoewel we niet in de toekomst kunnen kijken, staat hoe dan ook vast dat die bewering over de geleidelijke neergang van de volkspartijen is weerlegd. Het is voor deze dinosaurussen niet ondoenlijk gebleken een strategie te vinden die ze terugbrengt.''

,,De openbare verwarring die vorig jaar ontstond, met een oplaaiende strijd tussen links en rechts als gevolg, heeft een einde gemaakt aan de fantasieloosheid en de lafheid van de technocraten die daarvoor zolang het gezicht van de politiek vormden. Dat is nuttig. Politici, zeker die van de paarse partijen PvdA en VVD, waren onherkenbaar geworden als vertegenwoordigers van een politieke gedachte. Nu heeft het CDA weer een herkenbare christen-democraat, meer nog een antirevolutionair, als leider. Bos heeft de PvdA gezicht gegeven, door op te komen voor mensen die van de publieke sector afhankelijk zijn. En de VVD verkondigt authentiek liberale opvattingen over een overheid die klein maar hard moet zijn.''

Dat het beeld van een duurzaam, schokbestendig politiek bestel ons zo verrast, komt volgens De Beus ook door de hang van de televisie naar spectaculaire en schoksgewijze veranderingen. De tv, voor veel mensen de belangrijkste informatiebron over de politiek, gedijt beter bij de opwinding die zulke schokken veroorzaken dan bij de rust van de continuïteit. De Beus meent ook dat de tv uit dezelfde onverzadigbare behoefte aan dagelijkse nieuwigheid, de kiezers liever als grillig en wispelturig voorstelt dan als redelijk en verantwoordelijk. Toch is hij niet louter negatief over de tv en haar rol in de verkiezingscampagne.

,,Ik vind het beeld alsof campagnestrategen en de eigenaren van tv-kanalen de macht hebben de opvattingen van kiezers helemaal te kneden, een veel te zwart beeld. Opvallend is wel dat zelfs op tv de wereld heel klein is geworden, niet meer dan Nederland eigenlijk. Er is nog nooit zo weinig belangstelling geweest voor het buitenland. Nederland is met zichzelf bezig. Zo ervaren buitenlandse waarnemers het ook: ze breken hun paradijs op, ze liggen allemaal met zichzelf overhoop. Minder vrijheid, meer veiligheid, dat is inderdaad de ontluikende consensus in de Nederlandse politiek. Dat is geen groot project, zoals dat eerder wel het geval was met de emancipatie van de kleine luyden, de arbeiders en de vrouwen, of met de doorbreking van onze neutraliteit in de buitenlandse politiek en de keuze voor de Europese eenwording na de Tweede Wereldoorlog.''

,,We houden het nu even overzichtelijk. Ik heb daar wel begrip voor. Wie gewond is en ziek, wordt door zichzelf in beslag genomen. Srebrenica en de moord op Fortuyn vormen samen een verwonding van de Nederlandse identiteit. Zowel ons geloof in internationale goedheid en maakbaarheid, als ons geloof in nationale goedheid en maakbaarheid moeten opnieuw worden uitgevonden. Op hun manier zijn NOS en RTL samen dus even neerlandocentrisch als het CDA en de PvdA.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden