'Politieke meningsvorming ís een ratjetoe'

bedreigde democratie | De macht van het bedrijfsleven, klimaatverandering, nepnieuws: kan onze democratie de problemen van de 21ste eeuw nog aan? In een drieluik presenteren filosofen een oplossing. Vandaag het slot: sociale media.

Je kunt het je nu amper voorstellen, maar in 2009 kon een voorstel om Twitter voor te dragen voor de Nobelprijs voor de Vrede nog op enige steun rekenen. Het idee, aangedragen door een ex-adviseur van George W. Bush, was geïnspireerd op de situatie in Iran, waar Twitter massale demonstraties tegen de regering mogelijk had gemaakt. Sociale media als hulpje van de democratie?


Het enthousiasme daarover is inmiddels wel bekoeld, sinds hackers uit landen als Rusland onze timeline injecteren met nepnieuws, dat vervolgens enthousiast wordt gedeeld. En sinds Donald Trump alleen nog maar met zijn achterban communiceert via tweets, zonder enige tegenspraak of controle van de pers te hoeven vrezen, lijkt het zonneklaar: de opkomst van sociale media bedreigt de liberale democratie.


Want hoe zat het ook alweer? Wat is er zo erg aan dat politici met het volk communiceren via Facebook, Instagram of Twitter? Het lijkt tenslotte weinig uit te maken of je nieuws uit de krant haalt of van je telefoon.


Maar het maakt wel uit, zegt Jenneke Evers, die in Leiden onderzoek doet naar data-analyse door de overheid en door platformen. En dat komt doordat Facebook, Twitter en Google onze informatie filteren. "Als je vaak een bericht opent van Donald Trump, concludeert het algoritme dat je in hem geïnteresseerd bent en dus krijg je steeds meer van zijn berichten in je nieuwsoverzicht. Die selectie is niet gebaseerd op wat je zou móéten weten om je mening te bepalen, maar op je 'klikgedrag'.


En daarvan kent ze verontrustende voorbeelden. "Nog voor de Amerikaanse verkiezingen, stond in The Guardian een verslag van een experiment. De Engelse krant vroeg twee Amerikanen die het nieuws via sociale media volgen te wisselen van account; de een was aanhanger van de Democraten, de ander van de Republikeinen.


"Wat bleek? Op hun eigen nieuwsoverzicht kregen ze amper berichten door die hun politieke voorkeur tegenspraken. Ze schrokken ervan, hoe het nieuws meekleurde met hun ideeën, terwijl ze dat zelf helemaal niet wilden. Natuurlijk is Nederland Amerika niet. Hier valt het met die filterbubbel nog mee, omdat veel Nederlanders op hun smartphone ook nog nu.nl raadplegen of websites van kranten. Maar als steeds meer mensen hun nieuws alleen van Facebook, Twitter of Snapchat gaan halen, wie filtert het dan nog uit oogpunt van publiek en niet alleen commercieel belang? Gaan we straks nog met elkaar in debat, gaan we nog met politici in debat, of reageren we alleen op diegenen met wie we in dezelfde bubbel zitten?"


Dat gevaar onderkent Huub Dijstelbloem, hoogleraar filosofie van wetenschap en politiek in Amsterdam. Inderdaad wordt informatie die je op je smartphone te zien krijgt toegesneden op je 'klikgedrag' en dat is niet altijd het meest informatieve artikel. Maar dat de democratie in het algemeen lijdt onder de invloed van sociale media gelooft hij niet. Of niet meer.


Waardoor bent u van gedachten veranderd?


"Door Johan Huizinga. De sombere toon waarop de Nederlandse historicus na een bezoek aan de Verenigde Staten over de radio schreef, zette me aan het denken. Dat was in de jaren twintig, voor de opkomst van de grote zendstations, toen de radio nog net zo'n door amateurs bemand medium was als de sociale media nu.


"Hoe moest dat met de democratie, schreef Huizinga, als elk individu zomaar zijn mening de ether in kon gooien? Als mensen stoppen met het lezen van de grote dagbladen en alleen maar radio luisteren, hebben ze geen gedeeld referentiekader meer. Diezelfde angst voor nepinformatie zie je nu ook in de discussie over sociale media. De oplossing is dan vaak: zorg voor experts - wetenschappers bijvoorbeeld - die onzin kunnen tegenspreken.


"Dat werd destijds ook geopperd door Walter Lippmann, een filosoof die zelf journalist was geweest en dus wist hoe makkelijk je het publiek kunt manipuleren. Als krant of radio eenmaal een beeld hebben neergezet, schreef hij in 'Public Opinion' (1922), dan krijg je dat beeld amper weg. En dus moest de democratie nóg meer hoogopgeleide volksvertegenwoordigers voortbrengen, experts in feite, om drogbeelden tegen te spreken."


Dat hoor je nu ook wel. Als de kiezer maar beter wordt geïnformeerd, dan is de democratie nog niet verloren. Is dat ook uw oplossing?


"Helemaal niet. Ik laat me liever inspireren door de Amerikaanse filosoof John Dewey, die lijnrecht inging tegen Lippmann. Dewey was een van de eerste filosofen die nadacht over technologie en de gevaren van desinformatie. Toch was hij helemaal niet bang voor de invloed van de amateuristische radiomaker. Hij zag democratie als een instelling, een way of life, waarin groepen zichzelf organiseren, peer-to-peer zouden we nu zeggen.


"Dát is de basis van democratie, niet het al of niet bestaan van politieke instituties. Als je zo kijkt naar wat Huizinga zag als het gevaar van de radio en wat veel mensen nu zien als het gevaar van informatie-bubbels, word je alweer een stuk optimistischer over sociale media. Die bieden allerlei groepen burgers de kans ideeën die hen bezighouden met elkaar te delen."


Democratisch misschien, maar in hoeverre bevordert dat amateuristische commentaar ons politieke bewustzijn?


"Ik denk dat de bestaande instituties best wat aanvulling kunnen gebruiken. Denk alleen al aan oorlogsverslaggeving in de krant. Ook wij vechten mee in Syrië, maar omdat journalisten zo'n gebied vaak niet binnenkomen, lees je meestal weinig over de strategie van de Nederlandse krijgsmacht of over wat de bombardementen daar teweegbrengen. Daar kan de burgerjournalistiek van Facebook en Twitter een rol spelen.


"Denk aan de zevenjarige Bana al-Abed, die vanuit Aleppo verslag deed van het leven daar. Maar denk ook aan combinaties van academici, geïnformeerde burgers én mensen uit de traditionele media die samen onderzoek doen. Zoals Bellingcat naar de MH17, maar ook naar het optreden van Rusland in Syrië. Die controle op de macht, die profiteert ervan dat ze niet langer afhankelijk is van klassieke kanalen."


Dat is eigenlijk gewoon journalistiek. Terwijl het hier vooral gaat over de invloed van amateurs.


"Het is maar een hypothese, maar als burgers, terecht of niet, denken dat ze niet kunnen meepraten, dan blijft hen weinig anders over dan van buitenaf kritiek ventileren. Dan werken sociale media als toevluchtsoord. En voor wie is dat eigenlijk een probleem? Niet voor onze democratische instituties, die zijn in Nederland flexibel genoeg. Je kunt zó een partij oprichten en meedoen, kijk maar naar al die nieuwe partijen waar we straks op 15 maart op kunnen stemmen. Mensen worden misschien geen lid meer van een politieke partij, maar ze sluiten zich graag aan bij een politieke beweging - en zo'n beweging profiteert juist van sociale media."


U maakt zich geen zorgen over de chaotische stroom informatie die we binnenkrijgen?


"Wel over beledigingen en bedreigingen, daar zou je strenger over moeten zijn. Maar niet over het zogenaamde verlies aan 'feitenkennis'. Politieke meningsvorming ís gewoon een ratjetoe. Er heerst een voortdurende discussie over de vraag welke feiten er wel toe doen en welke niet. Daar sluit die troebele en luidruchtige stroom berichten op Twitter en Facebook eigenlijk best goed op aan.


"Bovendien komen journalisten via sociale media juist eerder feiten en bronnen op het spoor dan vroeger. Als er iets gebeurd is kijk je toch even op Twitter.


"Juist nu Donald Trump aan de macht is gekomen, bewijzen sociale media hun kracht. Op dit moment worden alle registers van de journalistiek opengetrokken, ook op internet. Zie de tweets over de Womens March en al die andere protestacties tegen Trump. Zulke stemmen zou toch niemand meer willen missen?"


En de invloed van regimes (en politici) die via sociale media nepnieuws verspreiden?


"Als machthebbers het democratisch proces op internet proberen te verstoren, zoals vanuit Rusland gebeurt en tegenwoordig ook in de VS, is dat inderdaad wel gevaarlijk. De persadviseurs van Donald Trump gaan zover politieke tegenstanders in diskrediet te brengen. Rechters, wetenschappers en journalisten worden tot de grond toe afgefakkeld.


"Dat is eng, want daarmee wordt kritiek op de macht monddood gemaakt. Maar de burger die op Twitter en Facebook commentaar levert, bedreigt onze democratische instituties niet. Die geeft uiting aan gezond wantrouwen. Hooguit dwingen de tweets van de leek politici, rechters, wetenschappers en ook journalisten assertiever te worden. Ze moeten beter uitleggen wat ze doen. Maar daar is niets mis mee."


Meer lezen?


John Dewey: 'The Public and Its Problems' (1927). Gangbare opvattingen over democratie gaan er vanuit dat 'het volk' via politieke instituties vertegenwoordigd wordt. Dewey draait het om en zoekt de basis van democratie in het ontstaan van nieuwe gemeenschappen.


Nadia Urbinati: 'Democracy Disfigured. Opinion, Truth, and the People' (2014). Voor Urbinati is democratie de voortdurende strijd om zichtbaar te maken wat burgers beweegt. Het stimuleren van meningsvorming is dus even belangrijk als het organiseren van verkiezingen.


Wat is het probleem?


Via Twitter en Facebook kunnen burgers én politici de traditionele media omzeilen. Daardoor verandert het publieke debat in een brij aan ongecheckte meningen.


Wat is de oplossing?


Via sociale media weten burgers elkaar te vinden zonder tussenkomst van de media of een partij. Dat leidt tot een rommelig debat dat buiten de bekende instituties om gaat. De democratie is echter niet afhankelijk van instituties, maar van het samenkomen van burgers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden