Politieke macht als enig argument

Politiek is vooral omstreden omdat de echte argumenten voor of tegen bepaalde beslissingen zelden waarheidsgetrouw worden geopenbaard. Doorgaans wordt volgehouden dat men zich heeft gebaseerd op principiële of partij-ideologische overwegingen. Dat platte belangen mede een rol hebben gespeeld, wordt verzwegen of slechts schoorvoetend toegegeven. Helemaal gênant acht men het te bekennen voor overmacht te hebben moeten bukken – al blijkt dit argument nu juist bij zeer moeilijk te verdedigen beslissingen een veilige aftocht te kunnen bieden.

Een mooi voorbeeld van deze rondedans vormt de nu en dan oplaaiende discussie over de Nederlandse bereidheid om de Amerikaanse inval in Irak in 2003 politiek te steunen. De rollen zijn onveranderlijk verdeeld tussen het kabinet dat ongeacht de samenstelling vrome volkenrechtelijke argumenten pleegt aan te voeren en partijen die zich niet laten overtuigen en een Nederlands belang vermoeden, zoals Amerikaanse steun aan de benoeming van De Hoop Scheffer tot secretaris-generaal van de Navo.

Dat de regering, machiavellistisch redenerend, ruiterlijk zou kunnen toegeven het nationaal belang doorslaggevend te hebben gevonden, is kennelijk geen optie. Nog minder wenst men te erkennen gezwicht te zijn voor Amerikaanse pressie, hoewel die destijds openlijk op veel Europese landen werd uitgeoefend.

Bij het onlangs ordenen van wat oude aantekeningen over deze kwestie stuitte ik op een verwijzing naar een oeroude episode uit de geschiedenis van een Sovjet-Unie die een leerzaam schoolvoorbeeld bevat van politiek cynisme in optima forma. Het kwam voor in de bijdrage van Ignazio Silone aan de bundel ’De God die faalde’, een serie getuigenissen van voormalige communisten die in 1950 verscheen.

Het incident speelde zich af in mei 1927 op een bijzondere bijeenkomst in Moskou van het uitvoerend comité van de Communistische Internationale. Silone, destijds een van de voormannen van de Italiaane Communistische Partij, was aanwezig toen zijn voorzitter Togliatti in conclaaf ging met de communistische leiders van de belangrijkste landen, ter voorbereiding van de plenaire vergadering van het comité.

Het was de tijd dat Stalin, ter vergadering aanwezig, in open conflict was geraakt met zijn rivaal Trotski, niet over bijzaken maar over de koers die de onvoltooide wereldrevolutie zou moeten volgen.

De bijeenkomst begon, schrijft Silone, met het voorlezen door de Duitse voorzitter Thülmann van een tegen Trotski gerichte resolutie die voorgelegd diende te worden aan de plenaire vergadering. Het stuk veroordeelde in de heftigste bewoordingen een document dat Trotski aan het Politieke Bureau van de Russische Communistische Partij had gezonden.

Na een korte nietszeggende discussie intervenieerde Silone met de opmerking dat hij het document niet had gezien en dus niet kon oordelen. Tot zijn verbijstering antwoordde Thülmann dat ook hij het document niet onder ogen had gehad en dat dit voor de meeste aanwezigen gold, met uitzondering van de Russen. Toen Silone volhield in dat geval geen oordeel te kunnen geven, greep Stalin in met de opmerking dat het document van Trotski in het belang van de partij beter niet bekend kon worden, een argument dat Silone acceptabel vond maar hem niettemin niet over de streep trok: men kan iemand niet vragen een onbekend stuk te veroordelen.

De impasse werd doorbroken door de vergadering te verdagen waarbij de Bulgaarse afgevaardigde de opdracht kreeg de Italiaanse delegatie alsnog te overtuigen. Diezelfde avond sprak hij het tweetal toe. Zijn relaas is zo verbluffend dat een lang citaat is gerechtvaardigd. „Denken jullie dat ik het document gelezen heb? Nee, ik heb het niet gelezen. En om jullie de gehele waarheid te vertellen, kan ik hieraan toevoegen, dat dat document me zelfs niet interesseert. Zal ik verder gaan?

Zelfs als Trotski me hier, in het geheim, er een kopie van zond, dan zou ik weigeren het te lezen. Mijn beste Italiaanse vrienden, dit is geen kwestie van documenten. (...) Het is een kwestie van strijd om de macht tussen twee vijandige en niet te verzoenen groepen. Men moet hier een keuze doen. Ik voor mij heb reeds gekozen. Ik ben voor de meerderheidsgroep.”

Het is een fascinerend relaas. Zelden had ik zo pregnant verwoord gezien waartoe politieke conflicten kunnen leiden: tot de blinde keuze voor de sterkste partij bij gelijktijdige ontkenning van het belang van enige argumentatie pro of contra.

In mijn map over Nederland-in-Irak bleek een verwijzing naar dit oude voorval bevestigd aan een kranteknipsel uit juli van dit jaar, waarin minister Verhagen aan het woord was. Volgens de minister had het kabinet de Kamer destijds volledig geïnformeerd. De adviezen waarop het besluit van het kabinet berustten, waren nooit openbaar gemaakt. Reden: de Kamer behoeft niet alles te weten: ’de regering regeert’. De meerderheid van de Kamer gaf hem gelijk. Ze nam het standpunt in van onze Bulgaar: we willen het niet eens weten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden