Politieke eenheid krijg je niet door markt en munt

De gemeenschappelijke munt heeft het nationalisme niet ingetoomd, maar aangewakkerd. Slechts eigenbelang dwingt ons nog tot Eurosolidariteit.

De eurocrisis wordt niet zomaar veroorzaakt door kwistige overheden in Griekenland en Italië, commerciële banken die het onderste uit de kan willen halen en Europese regeringsleiders die liever dan de eurozone hun eigen politieke hachje willen redden. De huidige crisis is veel fundamenteler: het gevolg van een misplaatst geloof in de samenbindende kracht van de markt.

Toen de vrije markt haar opmars maakte in de moderne samenleving staken verlichtingsdenkers als Montesquieu en David Hume de loftrompet. Niet vanwege de economische welvaart die zij zou opleveren, maar vanwege de beschavende werking die van de markt uit zou gaan. De markt, zo betoogden zij, brengt mensen nader tot elkaar. Zij dwingt zelfs de grootste hufters hun driften te beteugelen en zich in de medemens te verplaatsen. Want hoe kan je anders handel drijven dan met beleefdheid en vleierij?

De grondleggers van de Europese Unie, onder wie Jean Monnet en Jacques Delors, omarmden deze marktopvatting. Met de Tweede Wereldoorlog net achter de rug, waren zij ervan overtuigd dat onderlinge handel en economische samenwerking de beste remedies vormden tegen hernieuwd nationalisme en oplaaiende conflicten. Belangrijker nog: zij geloofden dat economische integratie culturele integratie op gang zou brengen. De gemeenschappelijke munt had het kroonjuweel moeten zijn van dat integratieproces: de munt zou Europese burgers creëren, die solidair zijn en zich met elkaar identificeren.

De Europese samenleving was niet zomaar een wensdroom of een verzekering tegen het uitbreken van een nieuwe wereldoorlog. Ze was ook een vereiste voor het slagen van de muntunie. Want, zo weten economen te vertellen, een gemeenschappelijke munt werkt alleen als de onderliggende economie als één systeem functioneert. Onevenwichtigheden moeten automatisch worden weggewerkt. De twee belangrijkste manieren om dat te doen, zijn een gezamenlijk belastingstelsel en grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit. Als het economisch klimaat in de ene regio verslechtert, verhuizen de inwoners naar regio's die het economisch voor de wind gaat. Tegelijkertijd hoesten de rijken uit solidariteit de belastingcenten op om de arme regio's uit het slop te trekken. Zo blijft de hele muntunie in balans.

Critici wezen in de jaren negentig op het ontbreken van deze stabiliseringsmechanismen in de Europese Unie. De invoering van de euro vonden ze daarom onverantwoord. Delors en de zijnen benadrukten daarentegen dat de samenbindende kracht van munt en markt ervoor zou zorgen dat de Europese integratie in een stroomversnelling terecht kwam. Met die stabiliseringsmechanismen zou het dus wel goed komen.

De eurocrisis maakt duidelijk dat de politieke elite het mis had. De arbeidsmobiliteit is nauwelijks op gang gekomen. Een politiek draagvlak voor een Europees belastingsysteem is er niet. De gemeenschappelijke munt werd geen katalysator voor integratie maar een splijtzwam.

Zij heeft het nationalisme niet ingetoomd maar aangewakkerd. Noord-Europese parlementariërs grossieren in clichébeelden over lapzwanzende, onbetrouwbare, corrupte Grieken en Italianen die al met pensioen gaan terwijl ze net aan hun werkende leven zijn begonnen. De enige manier waarmee volksvertegenwoordigers overtuigd kunnen worden om in te stemmen met het zoveelste reddingsplan, is door een beroep te doen op eigenbelang: zonder het reddingsplan zitten de 'eigen' banken en dus de 'eigen' belastingbetalers nog meer in de penarie.

Andersom voelen de zuiderlingen zich gepiepeld door de arrogante noorderlingen, die het recht menen te hebben om in democratische processen in te grijpen, hun financiële steun te koppelen aan ingrijpende maatschappelijke hervormingen, en de Zuid-Europese landen in hun eigen evenbeeld willen omtoveren.

Het jongste Euroreddingsplan is een lapmiddel. Zonder Europese samenleving blijft de toekomst van de munt onzeker. Dat maakt van de eurocrisis een tragedie: de maakbaarheid van een Europese samenleving is beperkt, want integratie en supra-nationale identiteitsvorming vallen nauwelijks van bovenaf te regisseren. Aan markt en munt kan je dat in ieder geval niet overlaten.

Dit is het vierde deel in een serie over de oorzaken van de financiële crisis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden