Politiek verliest grote uitdager van het bestel

Vorige week nog constateerde de Economist dat Nederland in vergelijking met welk land dan ook nauwelijks reden tot klagen heeft. Zo bekeken zat er voor het Britse weekblad weinig anders op het succes van Pim Fortuyn te verklaren als een anomalie van een verwende natie wier verwende en verveelde burgers kennelijk wat anders wilden. En in dezelfde trant doorredenerend zou de Economist de moord op Fortuyn nu moeten opvatten als de moord op een schertsfiguur, waarna Nederland weer gewoon kan overgaan tot de orde van de dag.

Maar zo is het niet. De brute moord op Fortuyn veroorzaakte een schokgolf in Nederland, waarin meer emotie voelbaar was dan het gebruikelijke afgrijzen over een willekeurig moord. De emotie reikte ook verder dan het met een schok vaststellen dat zich in Nederland zoiets als een politieke moord heeft kunnen voordoen. In één klap werd duidelijk dat met Fortuyns moord ons land de voornaamste uitdager heeft verloren van het zittende bestel. Hoe de toestand zich verder ook ontwikkelt, het staat nu vast dat Nederland zich daarom ook enigszins verweesd voelt. Een uitdager die de politiek weer op de kaart zette is onthoofd. Wie zal die rol kunnen overnemen. Hoe moet het bestel nu verder?

Een vitale democratie weerspiegelt te allen tijde wat er onder het volk leeft. In Nederland wordt dat meestal zichtbaar in het krachtenspel tussen regering en oppositie. Doet een regering het goed, dan heeft de oppositie het nakijken, maar is er reden tot klagen of zelfs aanleiding tot regelrecht protest of verzet, dan is er ruimte voor de oppositie. In de Nederlandse politiek was het echter al jaren dood tij. Het tweede kabinet-Kok zag bij zijn prolongatie in 1998 zelfs geen kans een fatsoenlijk motto te verzinnen, maar de oppositie zag evenmin kans de tegenbeweging handen en voeten te geven. Dat gebeurde pas toen Pim Fortuyn zijn entree maakte in de politiek.

Sindsdien ging het in een sneltreinvaart. Bij de laatste peilingen, vlak voor zijn dood, leek het zelfs niet ondenkbaar dat zijn partij als de grootste uit de bus zou komen. Fortuyns droom minister-president te worden was ineens geen hersenschim meer. Zover zou het vermoedelijk niet gekomen zijn, maar na de verkiezingen zou de politieke landkaart grondig overhoop zijn gehaald. Het staat ook wel vast dat welke regering er ook was aangetreden, met of zonder Fortuyn, linksom of rechtsom, er in Den Haag een nieuwe politieke wind zou zijn gaan waaien. De bestaande politiek zou onmogelijk nog langer als een gesloten elite hebben kunnen optreden waarbinnen men elkaar met ingewikkelde compromissen de bal toespeelt. Het zou er rauwer zijn toegegaan, politieker ook en er zou ernstig rekening zijn gehouden met de wensen van Fortuyn. Den Haag zou weer gezinderd hebben van spanning.

Grote vraag is nu of de lijst Fortuyn op eigen kracht zonder haar voorman tot een dergelijke prestatie in staat is. Het is twijfelachtig. Het betekent dat de tweede man, de Kaapverdiaan João Varuela, uit de schaduw zal moeten treden en de fakkel van het fortunisme zal moeten dragen. Ongetwijfeld zal hij royaal kunnen profiteren van Fortuyns erfenis, maar of hij dezelfde missionaire kracht aan de dag kan leggen, is de vraag.

Maar ook als hij niet tot deze prestatie in staat is (tot opluchting misschien van de bestaande partijen), betekent het dat het bestaande bestel iets met de erfenis van Fortuyn zal moet doen. De kiezer zal het niet begrijpen als Den Haag gewoon zou overgaan tot de orde van de dag.

Zonder Fortuyn blijft Nederland een beetje verweesd achter. Alleen al vanwege dit gemis zal de geest van Fortuyn de bestaande orde nog jarenlang blijven uitdagen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden