Politiek / Tochtgaten in het achterkamertje

Weg met de achterkamertjespolitiek, riep Pim Fortuyn. De politiek moet in alle openheid worden gevoerd. In Den Haag wordt daar anders over gedacht. Oude tijden van vóór Fortuyn lijken te herleven. En dat is zorgelijk volgens hoogleraar bestuurskunde Paul 't Hart. De politiek blijft steeds meer achter bij de behoefte van burgers aan openheid en transparantie.

Mieke Pennock, woordvoerster van D66-leider Boris Dittrich, reageert resoluut op het verzoek om gedurende de kabinetsformatie een verslaggever toe te laten tot het fractieberaad: ,,Nee.'' Officieel mogen deze vergaderingen bij D66 openbaar zijn, nu even niet. Anders kan 'het proces' van de kabinetsformatie worden verstoord, of 'onnodige ruis in de media' ontstaan.

Ook de partij die de politiek open en transparant wil maken, onderschrijft de stelling van oud-informateur Piet Hein Donner (CDA) dat de geheimhouding van het 'achterkamertje' in een kabinetsformatie onvermijdelijk, zelfs essentieel is om een coalitie te kunnen vormen. De politieke geschiedenis kent een precedent van een openbare formatie. Onder leiding van PvdA-lijsttrekker Piet Vink probeerden Haagse gemeenteraadsfracties eind jaren zeventig in volledige openheid, met de pers op de tribune, een college van burgemeester en wethouders te vormen. Het experiment mislukte. Zelfs de oude rot Vink brak niet door de onwil van de partijen in de openbaarheid concessies te doen, iets wat pas weer lukte in de veilige binnenkamer.

'Weg met het achterkamertje', riep Pim Fortuyn zonder meer uit. Toch moesten de deuren van de kamer van 'informateur' Rinus van Schendelen dicht om in Rotterdam een college te kunnen vormen van Fortuyns Leefbaar Rotterdam, CDA en VVD. Fortuyns kreet over het achterkamertje was niet zozeer een uitgewerkt idee over open politiek, als wel een uiting van de wrokkige onvrede van zijn achterban over 'Den Haag'. Als geen andere partij zocht de LPF na Fortuyns dood de achterkamer op. Ten tijde van alle schermutselingen in de fractie vorig jaar, schermden kaalgeschoren bewakers de LPF-burelen op het Binnenhof af. Ze hadden lak aan de ongeschreven huisregel dat verslaggevers in het huis van de democratie vrij moeten kunnen rondlopen. LPF-voorzitter Maas en zijn secondant Hammerstein hadden weinig boodschap aan de leden. Zonder dat een lid eraan te pas kwam, beslisten zij in het geheim, samen met de Tweede-Kamerfractie, op een achternamiddag wie de LPF in de Eerste kamer zal vertegenwoordigen.

Toch leeft de zorg dat de politiek van het fortuynisme niet heeft geleerd, overgaat tot de oude orde van de dag en zich voor de burger weer onzichtbaar maakt, breder dan alleen onder de kiezers van Fortuyn. Dat viel de hoogleraar bestuurskunde Paul 't Hart op bij het lezen van de pagina met brieven van NRC-lezers, geen mensen met een onberedeneerde aversie tegen het 'zootje' in Den Haag. Allen spreken zij hun vrees uit voor een restauratieve tendens aan het Binnenhof. En terecht, meent 't Hart.

De hoogleraar, verbonden aan de universiteiten van Leiden en Stockholm, zegt dat niet alleen op grond van zijn theoretische kennis, maar ook uit eigen ervaring met de politieke stelsels in Nederland en Zweden. Hij zegt dat de Nederlandse politiek met haar neiging tot beslotenheid hoe langer hoe verder achterblijft bij de behoefte van de burgers aan openheid en transparantie.

,,Bij Donners opmerkingen over de noodzaak van beslotenheid in het Nederlandse coalitiebestel moest ik direct denken aan sir Humphrey uit Yes minister, die op de vraag van zijn minister of het in de politiek niet wat opener kan antwoordt: You can be open, or you can be a government. Ik ben het met sir Humphrey noch Donner eens. In de Scandinavische landen ligt de hele politiek open. En ik heb niet de indruk dat deze landen onfatsoenlijk worden geregeerd. Het politiek handwerk geschiedt in alle openheid en alle overheidsdocumenten komen direct in de openbaarheid. In Nederland moet je met een beroep op de wet openbaarheid bestuur (Wob) een verbeten gevecht voeren om een ambtelijke brief of nota in te zien, in Zweden staat het direct op internet. Het valt me op dat je de klachten die hier over de politiek leven, daarginder niet hoort.''

Ook de benoeming van functionarissen geschiedt in Zweden via procedures waarop iedereen van het begin af aan zicht heeft. ,,Bij de selectie van een nieuwe hoogleraar moeten de collega's in de benoemingscommissie hun oordeel over diens academische kwaliteiten direct publiceren in een wetenschappelijk tijdschrift. De zuiverheid van hun oordeel is voor iedereen controleerbaar. Kom daar maar eens om in Nederland. In hoeverre spelen kinnesinne, afgunst of andere oneigenlijke motieven een rol in het oordeel van de leden van onze benoemingscommissies? We weten het niet. De druk die in Scandinavië op de hogere instanties staat om zich te verantwoorden bij de benoeming van functionarissen, werkt louterend en disciplinerend. Het zou voor onze democratie goed zijn als we dat hier ook hadden.''

Donner plaatste zijn opmerkingen over de baat die de democratie heeft bij het achterkamertje half april, in het debat over de mislukte formatie van een kabinet van CDA en PvdA. Geheimhouding, betoogde hij, is essentieel in een stelsel waarin partijen die geen van alle over een meerderheid beschikken, moeten slikken en schikken om een coalitie te kunnen vormen. Zo is de komst van de paarse coalitie destijds mede te danken aan de achterkamer. Nadat sociaal-democraten en liberalen die de vanzelfsprekendheid van de macht van het CDA zat waren, elkaar jarenlang moed hadden ingesproken in het Haagse hotel Des Indes, troffen Kok en Bolkestein elkaar in de keuken van VVD'er Frank de Grave om te wennen aan het idee van 'Paars'. Dat is in de politieke geschiedenis één van de voorbeelden van doorbraken die in het achterkamertje tot stand kwamen.

In een rede voor de christelijke werkgevers, begin februari, formuleerde Donner zijn onderliggende gedachtes over noodzaak van beslotenheid in de Nederlandse politieke cultuur van schikken en plooien. Hij zette zich af tegen critici die de politiek een gebrek aan daadkracht verwijten en als alternatief wijzen op het bestuur van grote ondernemingen. ,,De hemel beware ons voor ondernemers die wel eens politiek zullen bedrijven'', zei hij.

Steeds meer burgers geloven niettemin, stelde hij tot zijn treurnis vast, dat een overname van de politiek door ondernemers weldadig kan zijn. ,,Dat is een gedachtegang waarin Nederland een BV is, de burger een klant en de politiek een kwestie van goed luisteren, gedegen consumentenonderzoek, een uitgekiende reclamecampagne en doen wat de klant wil.'' Een fundamenteel verkeerd beeld, zei hij, dat het wezenlijke verschil tussen ondernemerschap en politiek miskent. Het afgelopen jaar heeft laten zien dat deze misvatting de oorzaak is van veel politieke verwarring.

,,Terwijl een bedrijf het filiaal kan sluiten in een wijk waar de klandizie ontbreekt, of waar het onveilig is, kan de overheid een moeilijke buurt niet de rug toekeren. Zij kan wel, als een bedrijf, prestatieakkoorden sluiten met politie, scholen of ziekenhuizen, maar bij tegenvallende prestaties niet de politie ontslaan en de burgers, leerlingen of zieken aan hun lot overlaten.''

Wezenlijk is dat waar het bedrijf zijn mensen en middelen dienstbaar maakt aan één doel, de politiek juist een activiteit is om tegengestelde doelen en belangen in de samenleving met elkaar te verzoenen. Donner: ,,Ons bestel van politieke besluitvorming is ontstaan om ondanks verschillen van levensbeschouwing, vruchtbaar met elkaar samen te leven. Dat existentiële besef zijn we snel aan het verliezen, onder druk van het voortdurend belachelijk maken van de overheid. Politiek ís belachelijk en vaak lachwekkend. Maar iets beters hebben we nog niet gevonden om met verschil van opvatting om te gaan.''

Op zich is 't Hart het eens met Donner dat de onderneming allesbehalve een goed voorbeeld voor de politiek is. ,,De daadkracht mag in een bedrijf goed geregeld zijn, dat geldt niet voor alle andere eisen die we aan het openbaar bestuur stellen.'' Maar voor het overige vraagt hij zich af hoe lang Donners 'klassieke argumenten' ter verdediging van ons gesloten bestel nog houdbaar zullen zijn. ,,Donner denkt dat er geen alternatief is doordat hij het alternatief niet ziet. In een tijd waarin burgers tekst en uitleg verlangen van politici, vertoont het achterkamertje overal slijtageplekken en tochtgaten.''

Donner zei in het formatiedebat overigens dat politieke leiders zich na de vorming van een coalitie, volledig voor de gang van zaken in de onderhandelingen moeten verantwoorden. De noodzaak de kaken op elkaar te houden, geldt volgens hem in de fase waarin onderhandelaars in het achterkamertje de mogelijkheden van een coalitie aftasten. Het wordt anders als zij in dat achterkamertje niet alleen iets aftasten maar ook afspreken. In zijn eerste campagne, vorig jaar, laakte Donners politieke leider, Balkenende, de 'paarse' bestuurscultuur waarin dat volgens hem strijk en zet was. ,,De onvrede van Fortuyn is ook onze onvrede'', zei hij over al die keren dat de leiding van PvdA, VVD en D66 in het Torentje bindende afspraken maakte.

Die volledig vastgetimmerde akkoorden ontnamen de Tweede Kamer elke ruimte om invloed uit te oefenen. VVD-senator Hans Wiegel was de enkeling die tegen dit monisme opkwam. Hij weerstond alle politieke druk en zei 'nee' tegen de paarse coalitiedeal over het referendum, ten koste van een kabinetscrisis. Wiegel was zijn hele politieke leven wars van Torentjesberaad, zei hij later. Hij herinnerde zich hoe hij ooit, ten tijde van het kabinet-Biesheuvel, met zijn politieke peetvader Van Riel op het Torentje was uitgenodigd, met de bedoeling de VVD aan een maatregel te verplichten: ,,Wat u vertelde was interessant, zei Van Riel tegen de minister. Uw broodjes waren lekker. Nog een prettige middag, verder.''

Vooral de PvdA met haar monistische traditie, wilde in Paars elk risico op 'beschadiging' van de 'eigen' bewindslieden uitsluiten door de zaken van te voren in het achterkamertje te beklinken. ,,Torentjesberaad en Catshuisoverleg beoogden vooral om tijdig de angel uit riskante exercities te verwijderen'', schrijft PvdA'er Bert Middel in zijn terugblik over zijn kamerlidmaatschap. ,,De PvdA-kamerleden was bijna alles toegestaan, mits het de positie van de eigen bewindspersonen en Kok in het bijzonder niet schaadde. Je was lid van de fractie van Kok.''

Met de uitspraak dat premier Balkenende hen straks nooit zal zien in zijn Torentje, hebben VVD-leider Gerrit Zalm en zijn D66-collega Dittrich aangegeven dat de Tweede Kamer weer tegenwicht aan de regering moet kunnen bieden. Balkenende was vorig jaar de eerste leider van een 'gevestigde' politieke partij die stem gaf aan de onvrede van de kiezers over achterkamertjespolitiek. Hij stelde voor dat coalitiefracties nog slechts op 'n A-4'tje de hoofdlijnen van een regeerakkoord vastleggen, om te voorkomen dat zijzelf het volledige programma schrijven van het kabinet dat zij in de Kamer moeten controleren. De praktijk waarbij de coalitie zich met een gedetailleerd akkoord bij voorbaat verplicht aan het te voeren beleid, maakte die fracties eerder waterdragers van de regering dan ongebonden controleurs.

Van dat plan van Balkenende hebben we sindsdien niet meer gehoord. Dat voedt de vrees van 't Hart voor een restauratieve tendens. ,,Ik ben bang dat we terugkeren naar een politieke cultuur die passé zou moeten zijn, een cultuur van depolitisering en warsheid van het open debat. In die cultuur wordt een vraagstuk waarop politieke tegenstellingen zich kunnen toespitsen, in het overleg in de binnenkamer van zijn politieke dimensie ontdaan en teruggebracht tot een technisch probleem. Vandaar de reflex zich naar het Torentje te spoeden als zich een politiek probleem voordoet.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden