Politiek moet debat uit achterkamertjes halen

Paars II legt in troonrede en regeerakkoord veel nadruk op het belang van betrokkenheid van maatschappelijke partijen bij de besluitvorming. Gemeten aan het aantal woorden dat hieraan gewijd wordt, komt 'interactief besturen' met stip binnen in de top 10 van politieke items.

in de aanhef van het regeerakkoord staat: “Van de overheid wordt zowel een duidelijke visie verwacht op maatschappelijke problemen als ook een open en interactieve bestuursstijl. Betrokkenheid van burgers, bedrijven en andere organisaties bij het verkennen van problemen en van mogelijke oplossingen is goed voor de kwaliteit van de besluitvorming en voor het draagvlak bij de uitvoering.” Dit is slechts een van de vele passages gewijd aan het belang van vroegtijdige betrokkenheid. Nu is papier natuurlijk geduldig, maar toch lijkt er een bestuurlijk briesje te waaien in Den Haag. Besluitvorming moet de komende jaren opener, transparanter en interactiever worden en Paars II sluit hiermee aan bij een recent gegroeide praktijk. Iedere zichzelf respecterende gemeente voert met haar bewoners een toekomstdiscussie (Rotterdam 2005, Den Haag 2025). Ook op nationaal niveau is hiermee ervaring opgedaan. De motivatie is deels berekenend en defensief: een zorgvuldig voortraject kan leiden tot het vergroten van het draagvlak en zonodig een versterkte positie van de overheid bij de bestuursrechter. Tegelijk weten twee meer dan één en 200 meer dan 7. Toch zijn de resultaten niet altijd om over naar huis te schrijven. De eerste 'nut- en noodzaakdiscussie' over de tweede Maasvlakte was weliswaar grootschalig opgetuigd, maar de uitkomsten waren vooral input voor de échte discussie in gesloten circuits.

In het debat over de toekomst van de luchtvaart is de fundamentele vraag naar alternatieve mogelijkheden om de doelstelling te realiseren van drie procent groei (Perspectievennota van het kabinet) nog altijd niet aan de orde geweest. Het Kennisdebat van Ritzen leidde er toe dat onderwijs steviger op de agenda kwam, maar verdiende qua organisatie, aantal deelnemers en resultaten geen schoonheidsprijs. De laatste jaren zijn er allerlei studies die wijzen in de richting van 'verplaatsing van de politiek'. Keuzes worden steeds meer beïnvloed door Brussel, multinationals, de rechterlijke macht. Een interactieve bestuursstijl kan ertoe leiden dat het maatschappelijk debat steeds meer buiten het Binnenhof gevoerd gaat worden. En in een interactief proces worden verwachtingen gewekt naar andere partijen. Zo bezien staat een interactieve bestuursstijl op gespannen voet met het primaat van de politiek. Maar misschien is het tijd voor een bredere invulling van het primaat van de politiek. Politici moeten zich in een veel eerder stadium afvragen welke elementen voor hen écht belangrijk zijn en deze vertalen in agendering en randvoorwaarden. Politici moeten zich concentreren op het sturen op hoofdlijnen en de invulling overlaten aan maatschappelijke partijen. Daarbij blijven politici voluit verantwoordelijk voor de beslissingen. Kunnen zij zich ontwikkelen tot 'eclectische strategen, die een visie weten te organiseren' (citaat Felix Rottenberg)? De Tweede Kamer zou een zitting moeten wijden aan de leerervaringen van interactieve processen zoals het Kennisdebat. Zij moet nadenken over de verhouding tussen interactief sturen en haar controlerende taken. Het is aan Kamer en kabinet of zij in een open bestuursstijl een maatschappelijk debat willen over Nederland in de volgende eeuw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden