Politiek leider blijft oudere man met ego

De politiek leider in Den Haag regelt nog steeds zijn eigen opvolging. De partij heeft het maar te slikken.

De versnelde uittocht van politiek talent uit Den Haag is mede bevorderd door het ontbreken van een open opvolging in de grootste partijen. De zittende leiders hebben de kernbeslissingen daarover zelf genomen met hun allernaaste vertrouwelingen; partijleden en congressen staan buitenspel.

De kabinetscrisis kwam niet helemaal onverwacht, maar de dreigende onbestuurbaarheid van het land met de aanstaande doorbraak van de PVV heeft de druk opgevoerd. Een open opvolgingsstrijd zou inderdaad buiten verhouding zijn uitvergroot. Dat is de rationalisering. Maar ego’s spelen ook een onbegrepen rol.

Uit psychologische studies weten we al dat rondom redelijk geslaagde en langdurige leiders vaak een soort electro-magnetisch spanningsveld ontstaat. Zij raken steeds meer overtuigd van hun eigen voortreffelijkheid, en worden daarin bevestigd door ja-knikkers die ze om zich heen verzamelen. Andersdenkenden worden buitengesloten, en kiezen vervolgens eieren voor hun geld.

Het duidelijkst was dat ditmaal bij het CDA. Balkenende zelf is ooit plotseling bovengekomen na een tweestrijd in de top. Zijn zwakte werd daarbij zijn kracht. Door de onrust over migratie en politieke moorden ontstond er heimwee naar de jaren vijftig, naar een ouderwets fatsoenlijke compromissen-figuur. Zijn kabinetten vielen, hijzelf overleefde.

CDA-fractieleider Van Geel, aanvankelijk genoemd als opvolger en Eurlings, de later genoemde opvolger, kwamen er niet aan te pas. De mislukte promotie naar Brussel deed Balkenendes stralenkrans ietwat verbleken. Maar zijn adjudanten fluisterden hem in dat hij toch weer zijn eigen beste opvolger zou zijn, en hij was het daar meteen mee eens.

Bij de PvdA ligt het iets ingewikkelder. Bos had geholpen Hamer als fractievoorzitter naar voren te schuiven, wetend dat haar uitstraling nooit een bedreiging voor hem zou kunnen vormen. Hij zette zichzelf daarnaast neer als de vice-premier die de economische crisis had bedwongen, maar slaagde er desondanks alsmaar niet in om de premier politiek te overschaduwen.

Zijn coalitiegenoot had hem verweten een draaikont te zijn, maar toen hij daarom één keer zijn poot stijf hield, kwam het meteen tot een breuk. De persoonlijke verhoudingen werden daarbij zó grondig verpest, dat ze moeilijk snel weer opnieuw zouden kunnen samenwerken – ook als dit door de doorbraak van de PVV wellicht onvermijdelijk zou worden. Achteraf bleek echter dat Bos al jaren geleden binnenskamers een dealtje had gemaakt, met Cohen als reserve. Die is misschien een goed alternatief, als ook alweer een ouderwets fatsoenlijke compromissen-figuur, wellicht de ware anti-Wilders. Maar met partijdemocratie heeft dat weinig te maken.

D66 en de VVD zijn wél via open opvolging aan hun huidige lijsttrekkers gekomen. Dat leverde evenwel in beide gevallen ook meteen een weinig verheffend schouwspel op. De media zijn immers steeds minder gespitst op beginselverklaringen en programmapunten, steeds meer op echte of vermeende ruzietjes tussen poppetjes. Verdonk en Wilders begonnen voor zichzelf, in het immigratiedebat schoof de VVD naar rechts op. Het is daardoor extra navrant dat het enige donkere gezicht in de hogere regionen, Griffith, het nu ook voor gezien houdt.

Daarnaast speelt ook geslacht nog steeds een onbegrepen rol in de politiek. Door de weigering om zich te houden aan redelijke vergaderuren komt de band met het gezin onder druk te staan, zoals ook Eurlings en Bos zeggen opeens ontdekt te hebben. Maar veel vrouwen worden bovendien door collega’s, media en publiek langs een onzichtbare meetlat van stereotiepe feminiteit gelegd.

Met aan het ene uiterste de ‘aantrekkelijke jonge vrouw’, en aan het andere uiterste de ‘post-seksuele matrone’. Andere rollen blijken vaak veel moeilijker. Vooral wie zich af en toe boos maakt en radicale kritiek levert, wordt al snel als heks weggezet. Halsema van GroenLinks heeft geleerd daarmee om te gaan, Kant van de SP is er in vastgelopen. Daarom werd hier weer snel een man naar voren geschoven, binnenskamers.

De gesloten inner circle weert dus bij veel partijen aanstormende outsiders en open opvolging af. Vrouwen hebben het dubbel moeilijk om door het glazen plafond heen te breken. Want ondanks alle ‘leuke jonge mensen’ die er ook rondlopen, blijven Torentje en Binnenhof wat ze altijd waren: gesloten middeleeuwse bolwerken. Van oudere mannen. Met ego’s.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden