Politiek kan referendum nog niet hanteren

Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - 'Geen paniek' hield Roel de Wit, oud-commissaris van de koningin in Noord-Holland en oud-wethouder van Amsterdam, zijn Amsterdamse PvdA-genoten zaterdag voor. Hij zei dat in het Vakbondsmuseum tijdens een debat, georganiseerd door de gemeenteraadsfractie van die partij over 'hoe nu verder na de referenda'.

Zoals te verwachten viel, werd die vraag niet beantwoord. Wel werd de kwestie van vele kanten belicht door voor- en tegenstanders van de stadsprovincie en opdeling van Amsterdam. Zo is het, zei politicoloog Philip van Praag in zijn inleiding, zonneklaar dat bestuurders nog moeten leren hoe zij met correctieve referenda om moeten gaan.

Hij vindt dat politici en ambtenaren er in de jarenlange voorbereiding voor bijvoorbeeld grootschalige Amsterdamse projecten als de Noord-Zuid-metrolijn en het nieuwbouwproject Nieuw-Oost al over na moeten denken welke besluiten voor een referendum in aanmerking komen en hoe zij de besluitvorming zo kunnen inrichten dat een referendum ook op het juiste moment komt. “En niet zoals in Amsterdam te vroeg en in Rotterdam te laat.”

Wantrouwen “Je bent er niet met het aannemen van een referendum-verordening. Een dergelijke manier van nadenken over de besluitvorming vereist namelijk een mentaliteitsverandering bij de politiek en het ambtelijk apparaat. Want bestuurders moeten niet, nadat een besluit over een belangrijke kwestie genomen is, roepen dat het nu te laat is voor een referendum. Dat versterkt het wantrouwen bij de burgers.”

“Onvrede over het functioneren van de politiek en de politieke partijen heeft het referendum de laatste jaren zo populair gemaakt. Vroeger gaven de kiezers de politieke partijen voor vier jaar een mandaat om hun programma uit te voeren. Tegenwoordig gaan verkiezingscampagnes echter niet meer over partijprogramma's, maar over personen. Referenda gaan daarentegen over waar het om draait: de besluiten die de politiek neemt.”

Dat de kiezers in een correctief referendum een politiek besluit kunnen verwerpen, betekent volgens Van Praag ook dat bij lokale referenda de positie van wethouders buiten beschouwing moet blijven. “Anders gaat een referendum alleen nog over de vraag of we wethouders al dan niet naar huis sturen. In dat geval vrees ik dat het referendum zijn functie gaat verliezen, als instrument is mislukt.”

Dat ambtenaren en politici lang voor de besluitvorming al over referenda moeten nadenken, vond de Amsterdamse wethouder Guusje ter Horst, verantwoordelijk voor bestuurlijke herindeling, een interessante stelling. “Zo werken we nu inderdaad niet.” Haar conclusie luidde echter dat “de politiek de besluitvorming zo moet inrichten dat je een referendum voorkòmt.”

Blauwdrukken Dat de Amsterdammers dit wel gehouden referendum aangrepen om hun veto uit te spreken over de stadsprovincie, betekent volgens PvdA-fractievoorzitter Eberhard van der Laan dat “zij de opdeling van Amsterdam een te hoge prijs vinden en de raad dus een oplossing moet vinden zonder die nadelen.” Als bijdrage aan die discussie, presenteerde planoloog Yap Hong Seng, aangekondigd als 'de bedenker van de stadsprovincie Amsterdam', zaterdag vijf blauwdrukken.

Zo kan men niets doen en het bestuurlijk vacuüm vervolgens in laten vullen door de provincie of een functioneel (regio)bestuur. Andere mogelijkheden zijn om Amsterdam te 'vierendelen': opdelen in vier of vijf in plaats van 13 deelgemeenten, dan wel te 'amputeren': Amsterdam-Noord bij Zaanstad en Buitenveldert bij Amstelveen, waardoor de ROA-gemeenten ongeveer even groot worden.

Of de ROA (regionaal orgaan Amsterdam) zou, zonder opdeling van Amsterdam, uitgebreid kunnen worden met het Gooi, Almere en IJmond (de zeehavens), dan wel verkleind kunnen worden waarbij Amsterdam omliggende gemeenten annexeert. Voor welk model ook gekozen wordt, haast is bij de besluitvorming uit den boze, zei Yap.

“Je hoeft niets meer te bedenken”, reageerde Roel de Wit, “want de oplossing is er al. De ROA bestaat en die pas je gewoon aan de Kaderwet aan en als het ROA-bestuur er niet uitkomt, moeten gedeputeerde staten de knoop doorhakken. De stadsprovincie was een mallotig idee dat terecht is afgeschoten, waardoor Amsterdam intact blijft. De provincie en de gemeente Amsterdam moeten de 'weg met ons'-mentaliteit van zich afschudden, hun centrale taken weer ter hand nemen en grotere bevoegdheden krijgen.”

Getroost “We zijn er in het geheel nog niet uit”, concludeerde voorzitter Van der Laan aan het eind van het debat terecht. Drie uur eerder had hij zijn gehoor bij voorbaat al getroost met de mededeling dat illustere partijgenoten ook al geen raad wisten met het referendum.

“Iemand, ik noem hem 'P', zei dat 'de geschiedenis ons leert dat het referendum als middel om het volk door het volk te laten regeren, in de praktijk allesbehalve gunstig heeft gewerkt en vaak zelfs een noodlottige invloed heeft uitgeoefend'. De ander, 'M', zei: 'Ik beweer niet dat het referendum de democratie is, maar stellig ben ik van mening dat het er de ruggegraat van is'.”

“'P' is vakbondsvoorzitter Henri Polak en 'M' staat voor wethouder De Miranda en zij voerden deze discussie in Het Weekblad, orgaan van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond, naar aanleiding van een referendum onder de vakbondsleden over de besluiten die de ANDB nam op de jaarvergadering van 1901.”

“Uit het feit dat wij vandaag debatteren in het Vakbondsmuseum, gevestigd in het Henri Polakhuis en niet in het De Mirandabad mag u overigens niet afleiden dat de Amsterdamse PvdA-raadsfractie tegen het referendum is.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden