Politiek heeft het nakijken bij doorstart patiëntendossier

Zorgverzekeraars hebben EPD gered maar voeren nu ook regie

Na veertien jaar gejojo en getouwtrek lijkt het elektronisch patiëntendossier (EPD) er dan eindelijk te komen. Dat heeft zijn voordelen, maar mogelijk ook nadelen.

In al die jaren van discussie stond één wens centraal: het voorkomen van medische missers door betere informatie. Jaarlijks immers overlijden 1700 mensen door medische fouten. In die zin is de komst van het elektronisch patiëntendossier goed nieuws - al is de opzet bescheidener dan de plannen waarmee minister Schippers (volksgezondheid) kopje onder ging in de Eerste Kamer. Zij tuigde het elektronisch patiëntendossier op tot een ingewikkelde kerstboom, waartoe vrijwel iedere zorgverlener in het land toegang had.

De huidige plannen zijn soberder. De elektronische uitwisseling is beperkt tot huisartsen, apothekers, huisartsenposten en zo nodig ziekenhuizen. Zorgverleners in de regio dus. De medische gegevens blijven ook in hun computersystemen staan, wat een grote landelijke databank overbodig maakt. En alleen als de patiënt er vooraf mee heeft ingestemd, mogen deze worden geraadpleegd door derden. Patiënten krijgen die keuze in de loop van volgend jaar voorgelegd bij een bezoek aan de huisarts of apotheek. Ook krijgen zij via internet toegang tot hun gegevens, al heet het elektronisch patiëntendossier daar 'persoonlijk gezondheidsdossier'. Dat dossier moet ook, bijvoorbeeld via chat, contact met lotgenoten mogelijk gaan maken en contact met behandelaars versoepelen.

Redders van het elektronisch patiëntendossier zijn natuurlijk de zorgverzekeraars. Zij leggen geld op tafel voor de doorstart van het landelijk schakelpunt, zeg maar de ruggegraat van de elektronische uitwisseling. Tevens regelen ze handig dat alle zorgverleners meedoen, door elektronische uitwisseling als eis op te nemen in de zorgcontracten die zij voor 2013 opstellen.

Dat laatste zal vooral huisartsen doen tandenknarsen. Ze willen wel betere zorg leveren, maar eenvoudige elektronische uitwisseling ondergraaft ook hun positie. Switchen van zorgverlener wordt zo voor patiënten heel eenvoudig, en dat is eng. Vooral nu minister Schippers door de Nederlandse Zorgautoriteit laat onderzoeken hoe zorg in de buurt beter, goedkoper en meer naar de wens van patiënten geleverd kan worden. Daarbij staat voor haar ook de rol van de huisarts ter discussie.

Ook is het de vraag of de digitale gegevensuitwisseling zo beperkt blijft. Als het een succes wordt, lijkt het voor de zorgverzekeraars ook aantrekkelijk andere zorgverleners tot deelname te dwingen. De inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) reikte daartoe onlangs al een belangrijk argument aan. Goede zorg wordt steeds complexer, schrijft de IGZ in een rapport over ict in de zorg. Een longkankerpatiënt heeft bijvoorbeeld tegenwoordig te maken met een kleine dertig zorgverleners, variërend van familie en huisarts, chirurg, radioloog, patholoog, psycholoog tot thuiszorg en diëtist. "En ieder heeft nu zijn eigen dossiers en terminologie, wat de kans op fouten verhoogt", aldus de IGZ. En zo komt uiteindelijk de kerstboom weer in beeld waar de senaat eerder dit jaar voor bedankte. Medische gegevens zijn privacygevoelig, die moeten zeer terughoudend worden verspreid, was toen het voornaamste bezwaar. Maar nu het EPD volledig in handen is van zorgverzekeraars en zorgverleners, heeft de politiek het nakijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden