Politiek door gedogen naar achterkamertjes

De constructie waarbij het kabinet dankzij de gedoogpartijen aan meerderheden komt, tast de transparantie en geloofwaardigheid van de politiek aan, stelt Peter van der Heiden.

De Eerste Kamer heeft zich netjes aan de in de Tweede Kamer gemaakte afspraken gehouden. Een groot gedeelte van de hervormingsagenda van het kabinet-Rutte II heeft nog voor de zomervakantie de wetgevende eindstreep gehaald. De coalitie kan dus opgelucht ademhalen - al is het wel de vraag wélke coalitie. Weliswaar zitten er nog grosso modo dezelfde bewindslieden als bij de start twee jaar geleden, maar daarmee houdt de overeenkomst meteen ook op. Het kabinet wordt in leven gehouden door de 'constructieve drie' (D66, ChristenUnie en SGP), en af en toe nog door een andere oppositiepartij. Daarmee is de regeerperiode van het kabinet-Rutte II verworden tot een permanente kabinetsformatie.

undefined

Rekbare principes

Normaal gesproken maken de fractievoorzitters van de beoogde regeringspartijen voor aanvang van de regeerperiode afspraken, die neerdwarrelen in een regeerakkoord. Slechts bij vergaand gewijzigde omstandigheden kan daarvan afgeweken. Zo'n akkoord heeft Rutte II ook - maar dan één waarvan de houdbaarheid al verlopen bleek bij de ondertekening door Samsom en Rutte. Bij elk majeur punt moet er opnieuw en in het geheim onderhandeld worden met de gedoogpartijen om het zo aan te passen dat het ook de Eerste Kamer kan passeren. De 'constructieve drie' hebben daarmee de stekker van het kabinet in de hand. Gaan zij niet akkoord, dan valt Rutte II.

Deze gedoogpartijen hebben dus vergaande invloed op het kabinetsbeleid - maar zonder dat zij daarvoor officieel verantwoordelijkheid dragen en zonder dat zij daarvoor dus verantwoording hoeven afleggen. Daarmee is de situatie van dit moment niet wezenlijk anders dan die onder Rutte I, toen het voortbestaan van het kabinet ook afhankelijk was van een gedoger: de PVV. De wereld was te klein toen dit kabinet zich presenteerde. Het kabinet zou zich uitleveren aan Wilders, die feitelijk de touwtjes in handen zou krijgen zonder zijn vingers te branden aan regeringsverantwoordelijkheid. De partijen die dit het hardst riepen, gedogen nu zelf (D66, ChristenUnie) of zijn van die gedoogsteun afhankelijk (PvdA). Principes zijn blijkbaar nog altijd rekbaar in de politiek, en telkens weer afhankelijk van de eigen (machts)positie.

Is dat eigenlijk een probleem, zo'n gedoogconstructie? Staatsrechtelijk mag het, maar de vraag is of het ook allemaal even zuiver is. Het permanente onderhandelingscircus tussen kabinet en gedoogpartijen trekt een rookgordijn over de politieke stellingname van de betrokken fracties. Onderhandelingen vinden buiten de openbaarheid plaats, waarbij volstrekt duister is wie wat heeft binnengehaald en tegen welke prijs. Dat dit soort schimmige onderhandelingen plaatsvindt in een formatieperiode is al vervelend genoeg - maar dan is het vrijwel niet te voorkomen. Maar, dat een zelfde proces zich telkens weer herhaalt, waarbij het eerder in geheimzinnigheid uitonderhandelde regeerakkoord in nieuwe besloten onderhandelingen met zo af en toe ook nog andere gedoogkandidaten op de helling gaat, ondermijnt de transparantie en de geloofwaardigheid van de politiek. Wat dat betreft was het kabinet-Rutte I eigenlijk zuiverder dan zijn opvolger. Rutte I kende een regeerakkoord, aangevuld met een gelijktijdig ondertekend gedoogakkoord, waardoor zowel de beleidsintenties als de politieke steun vaststonden. Onder Rutte II is als vangnet een lappendeken van deelakkoorden aangebracht, deels strijdig met het regeerakkoord en ondoorzichtig in hun totstandkoming.

Maar het kabinet moest toch wat, toen bleek dat het niet over een gratis meerderheid in de Eerste Kamer beschikte? Uiteraard. Het had kunnen opstappen, al was dat - hoewel staatsrechtelijk zuiver - politiek niet de meest voor de handliggende oplossing geweest. Wat het wel had kunnen doen, was zich opstellen als een echt minderheidskabinet, wat het feitelijk, gezien de ontbrekende meerderheid in de senaat, ook is.

undefined

Open het debat in

Een echt minderheidskabinet zou zeer verfrissend kunnen werken en zelfs de maatschappelijke interesse in de politiek kunnen terugbrengen. Het zou zich niet eens zo heel erg anders hoeven te gedragen als nu, met één cruciaal verschil: het kabinet zou zich niet vooraf in geheime onderhandelingen moeten verzekeren van steun van voldoende oppositiepartijen om een meerderheid te garanderen. Gewoon open het debat ingaan, met argumenten proberen de Kamer te overtuigen - en eventueel het verlies nemen als het mislukt en een volgend plan indienen. Het past niet echt in de Nederlandse politieke cultuur, maar zou wel een veel meer open politiek opleveren.

Na twee minderheidskabinetten moeten we constateren dat de Nederlandse politiek daar niet zo sterk in is en onmiddellijk, vooraf, toch een verzekerde meerderheid zoekt. De vraag is of dat nog lang zo door zal gaan. Met de verkiezingen voor Provinciale Staten in het vooruitzicht - en een blik op de peilingen - wordt het wel lastig om nieuwe akkoorden te sluiten. Wellicht kan in 2015 een heus minderheidskabinet aan de slag - of een zevenpartijenkabinet, waar niemand op zal zitten wachten.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden