Politiek als beroep

In deze barre tijden, waarin de democratie onder druk staat en waarin de roep om vernieuwing niet genegeerd kan worden, kan het geen kwaad, ter bezinning de blik naar achteren te wenden, naar een tijd waarin intellectuelen tot de politiek geroepen werden, en slechts in een enkel geval -beslist niet uit eerzucht- aan die roep gehoor gaven.

Laten we ons een licht opsteken bij een van de wijze mannen van de vorige eeuw, de twintigste welteverstaan, bij een gezaghebbende en onverdachte socioloog, die in zijn tijd gold als de burgerlijke antipode van Karl Marx, namelijk Max Weber. In het politiek en moreel ontredderde Duitsland van na de Eerste Wereldoorlog, waar politieke moorden aan de orde van de dag waren, hield hij een beroemd geworden voordracht onder de titel Politik als Beruf.

Hij stelt zich onder andere de vraag welke kwaliteiten bepalend zijn voor de rang van een politicus. Met andere woorden, wat maakt iemand tot een goed politicus? Het is volgens hem de combinatie van drie eigenschappen: bevlogenheid, verantwoordelijkheidsgevoel en inzicht. Elk van deze eigenschappen moet bij een politicus in voldoende mate aanwezig zijn.

Bevlogenheid is ,,hartstochtelijke overgave aan een 'zaak', aan de god of de demon die erover gebiedt.'' Maar alleen met bevlogenheid, hoe echt ook, komt een politicus er niet. Er is een kracht nodig die verhindert dat bevlogenheid ontaardt in loos en gratuit idealisme: verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid moet de leidster zijn van elk politiek handelen. Maar verantwoordelijkheid kan niet buiten inzicht, ,,het vermogen de realiteit met innerlijke kalmte en rust op zich te laten inwerken, met andere woorden distantie tegenover de dingen en de mensen''. Vurige hartstocht en koel inzicht moeten dus in de ziel van de politicus verenigd zijn. Het een kan niet zonder het ander.

,,Politiek wordt met het hoofd beoefend en niet met andere delen van het lichaam of de ziel; en toch kan de bemoeienis met de politieke zaak, wil die niet ontaarden in een frivool intellectueel spel, (...) alleen uit hartstocht geboren en met hartstocht gevoed worden.''

Nu is er een veel voorkomende menselijke eigenschap die dodelijk is voor elke politicus: ijdelheid. IJdelheid, op zich een betrekkelijk onschuldige ondeugd, is de aartsvijandin van de verantwoordelijkheid en de distantie, en dan met name de distantie tegenover zichzelf. Omdat macht het belangrijkste gereedschap van de politicus is en hij dus uit hoofde van zijn beroep streeft naar vergroting van zijn macht, ligt het voor de hand dat de ijdelheid zich richt op dit natuurlijke medium van de politiek. Daardoor verandert het legitieme streven naar macht in een belustheid op en aanbidding van de macht of de schijn van macht. De ijdele politicus zal geneigd zijn de macht omwille van de macht na te streven, en als hij die veroverd heeft zal hij ervan genieten en verzuimen haar voor een inhoudelijk doel in te zetten. Het is zelfs de vraag of hij behalve door de belustheid op macht nog door andere motieven wordt bewogen.

Wie van de politiek zijn beroep wil maken, dient zich af te vragen of en in hoeverre hij de door Weber genoemde eigenschappen bezit en of hij tegen de beroepsziekte 'ijdelheid' immuun is. Kan hij deze vragen niet onvoorwaardelijk bevestigen, dan kan hij zich maar beter verre houden van de politiek. Hij zou daarmee zijn land en zichzelf een grote dienst bewijzen.

Ten slotte: wie de roep tot de politiek niet voelt, of er geen gehoor aan geeft, kan nog het best de geruststellende uitspraak van Schopenhauer ter harte nemen: ,,Ik dank God elke morgen, dat ik niet voor het Roomse Rijk hoef te zorgen''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden