Politie moet alerter zijn op discriminatie

Nederland heeft wel wetgeving tegen discriminatie en racisme, maar maakt daar te weinig gebruik van. Vooral de politie moet beter opletten of bij een misdrijf racistische motieven een rol spelen. Het oprichten van een discriminatiecentrum bij de politie zou nuttig zijn.

Nederland heeft geen reden tevreden achterover te leunen als het gaat om de bestrijding van racisme en discriminatie. Dat is de conclusie van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (Ecri) die vandaag een rapport over Nederland publiceert.

Zo is het met de wetgeving ter bestrijding van discriminatie in Nederland wel in orde. Maar er is kritiek op de werking van de wetten in de praktijk. Daarnaast is de daling van de werkloosheid van de afgelopen jaren verhoudingsgewijs meer ten goede gekomen aan de autochtone dan aan de allochtone Nederlanders. Het werkloosheidspercentage onder mensen van Surinaamse en Antilliaanse herkomst blijkt nog altijd twee tot vier keer zo hoog te zijn als onder autochtone Nederlanders. Turken en Marokkanen zijn zelfs vier tot zeven keer zo vaak werkloos.

De Ecri is een orgaan van de Raad van Europa, samengesteld uit onafhankelijke leden. In een cyclus van vier jaren wordt de situatie met betrekking tot racisme en discriminatie in alle lidstaten, nu 43, onderzocht.

Elk land wordt op zichzelf beschouwd. Er is geen vergelijking met andere landen. Het is dus niet de bedoeling dat bekeken wordt welk land er 'het beste' uitkomt of omgekeerd. Zoiets zou niet alleen onwenselijk zijn, maar ook onmogelijk. Ieder land heeft zijn eigen historie en overal zijn de omstandigheden anders.

De commissie constateert dat verschillende vormen van discriminatie in Nederland weliswaar strafbaar zijn, maar er blijken in de praktijk weinig strafzaken voor de rechter te komen terwijl het lijkt dat daar wel aanleiding toe is. Bovendien wordt bij de opsporing en vervolging van bijvoorbeeld geweldsdelicten te weinig gekeken naar eventuele racistische motieven.

In 1997 is het Nationaal Discriminatie Onderzoek Centrum bij het openbaar ministerie opgericht, maar dat heeft nog niet tot veel verandering geleid. Misschien zou het, aldus de Europese racismecommissie, nuttig zijn ook bij de politie zo'n centrum op te richten, of een politiecomponent aan het discriminatiecentrum bij het openbaar ministerie toe te voegen.

Over de oorzaak van het geringe aantal strafzaken tegen racisme en discriminatie is al vaker gesproken. Het bewijs is moeilijk te leveren, maar ook het aantal aangiften is gering. Waarschijnlijk zijn zij die werkelijk het slachtoffer zijn van discriminatie onvoldoende op de hoogte van de mogelijkheden. Onderscheid maken bij bijvoorbeeld huisvesting is strafbaar, maar welke asielzoeker gaat daarmee naar de politie? De commissie beveelt aan bescherming te bieden aan degenen die aangifte doen of in een strafzaak getuigen. Er is niet veel bekend over eventuele bedreigingen van slachtoffers die aangifte doen, maar als dat inderdaad regelmatig voorkomt is speciale aandacht nodig.

In het verleden is wel gediscussieerd over de vraag of racistische motieven bij (gewelds)delicten als strafverzwarende omstandigheid in de wet moeten worden opgenomen. Daarvan is afgezien omdat de officier van justitie ook zonder een dergelijke bepaling een zwaardere straf kan eisen. Wat echter ontbreekt is aandacht voor racisme en discriminatie, in de eerste plaats bij de politie. In een proces verbaal wordt dikwijls geen rekening gehouden met bijkomende omstandigheden als die geen element in de strafbaarstelling vormen. Dat moet veranderen en daarvoor kan een speciaal discriminatiecentrum bij de politie nuttig zijn. Het gaat daarbij niet om een nieuwe taak voor de politie, maar om het richten van de aandacht op de achtergrond en motieven van geweldsdelicten en het vastleggen daarvan in het proces-verbaal. Pas dan kunnen officier van justitie en rechter daarmee bij de strafmaat rekening houden.

De Europese racismecommissie is enthousiast over de verschillende programma's van de regering om achterstand van kinderen van etnische minderheden in het onderwijs en op andere gebieden te voorkomen of te verminderen. Het blijkt echter dat het tekort aan leerkrachten onevenredig zwaar weegt op scholen in de grote steden waar allochtone leerlingen zich concentreren. Deze situatie zou de inspanningen die worden gedaan om de achterstanden weg te werken wel eens kunnen ontkrachten. Achterstanden worden minder maar nog steeds heeft nog maar 2 procent van de studenten in het hoger onderwijs een allochtone achtergrond. Het blijkt vervolgens, zo leert de ervaring, voor allochtone afgestudeerden in het hoger onderwijs moeilijker om aan het werk te komen dan voor autochtone Nederlanders. Niet zozeer voor degenen met een technische achtergrond, maar meer voor afgestudeerden in de alfa en gammawetenschappen. Het percentage allochtonen in een hogere overheidsfunctie is te verwaarlozen. Het zou goed zijn om sollicitanten met een allochtone achtergrond (tijdelijk) een voorkeursbehandeling te geven, zoals dat jarenlang ook voor vrouwen het geval was. Nu jongeren uit minderheidsgroepen al extra moeite moeten doen om aansluiting bij het hoger onderwijs te krijgen, is het wel bijzonder triest als zij met hun diploma vervolgens geen werk vinden. Het zou overheid en bedrijfsleven sieren als men bereid is de extra aandacht die misschien in het begin voor een allochtone werknemer nodig is, ook te bieden.

De vaststelling van het racismerapport vond voor de 11de september plaats. De eerste vraag die opkomt is of er nu anders naar gekeken moet worden. Het antwoord is: ja en nee. Nee, omdat wat er ook in de wereld gebeurt, racisme, discriminatie en intolerantie niet zijn geoorloofd. De universele rechten van de mens veranderen er niet door. Ja, omdat we ervoor moeten waken de allochtonen -en onder hen speciaal de moslims- in ons land ineens anders te gaan bekijken. En omdat we ons er nog meer van bewust moeten zijn dat groepen die in een achterstandssituatie verkeren, ook in een rijk land, zich kunnen gaan afzetten tegen hun omgeving. Zich terugtrekken in de eigen groep, het overdreven koesteren van hun identiteit, agressief worden, zich buiten de samenleving plaatsen. Geen goede reacties, maar wel begrijpelijk. Aan henzelf de taak zich aan te passen aan de voor hen nieuwe samenleving, aan ons de taak hun een plaats daarin te gunnen, gelijkwaardig aan de plaats voor autochtone Nederlanders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden