Politie met heggenschaar

Geef bewoners invloed op welke problemen in hun buurt worden aangepakt, en ze zullen zich veiliger voelen. Die gedachte wordt in Amsterdam en Rotterdam in de praktijk gebracht. 'Het ontstaan van een getto begint met vuil op straat.'

Laatst nog", merkt een buurtbewoner op, "werd er een busje vol vuilniszakken geleegd bij de vuilcontainer bij ons op de hoek. Bedrijfsafval volgens mij. Ja, dan is zo'n container meteen vol, natuurlijk. En dan wordt het daarna al snel een troep."

"Schrijf in zo'n geval het kenteken op en geef dat aan ons door", zegt de wijkagent. "Dan gaan we erachteraan. Bedrijfsafval dumpen, dat mag niet."

"Wat ook goed zou zijn", voegt een tweede buurtbewoner eraan toe, "is om daar een straatlantaarn neer te zetten. Die lui komen altijd in het donker. Met een lantaarn ernaast doen ze zoiets niet."

Een herfstige avond in een zaaltje in een buurtcentrum. Hier wordt vergaderd over de veiligheid van het noordoostelijk deel van de Amsterdamse wijk Slotermeer, een buurt vol portiekflats, waar bovengemiddeld veel allochtonen en mensen met lage inkomens wonen. De politie is er, drie man sterk, stadsdeel Nieuw-West is er met een paar ambtenaren, net als de woningcorporaties. Én een tiental bewoners.

Wat zijn de grootste ergernissen in de buurt? Dat willen stadsdeel, politie en corporaties van de bewoners weten. Wat moet het eerste aangepakt worden? Afval, verkeer en graffiti, daarover waren de bewoners het tijdens een vorige vergadering al eens. Intussen is er het nodige gebeurd - dat blijkt aan het begin van de vergadering bij het doornemen van een actielijstje. Maar de prioriteiten van de bewoners zijn niet veranderd.

Deze vergadering is onderdeel van een nieuwe aanpak die stadsdeel Nieuw-West ruim een jaar geleden heeft ingevoerd. In vijf wijken binnen het stadsdeel zijn zogeheten buurtveiligheidsteams opgezet. Elk van die teams bestaat uit twee politiemensen, twee handhavers van het stadsdeel en een toezichthouder. Op alle doordeweekse dagen zijn zij op pad in de buurt, gestoken in fluorescerend gele jassen, zodat het bewoners goed opvalt dat ze er zijn.

Maar de teams werken niet alleen vóór de bewoners, ze werken ook dóór de bewoners. Want elk team wordt ondersteund door een bewonerspanel. Die bepaalt waar de teams bij hun dagelijkse rondgang door de buurt vooral op letten. Afval en verkeersoverlast worden in alle vijf wijken genoemd, en meestal staat ook overlast door hangjongeren in de top-drie van ergernissen.

'Schoon, heel, veilig', is het motto van de nieuwe aanpak. Want dat is de gedachte achter de buurtveiligheidsteams: een schone buurt nodigt minder uit tot criminaliteit, dus als de rotzooi opgeruimd wordt, zal uiteindelijk ook de veiligheid toenemen - of op z'n minst het gevóel van veiligheid.

Geruststellen
Het lijkt een mooi voorbeeld van de veel besproken participatiesamenleving. "Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving", liet de regering de koning zeggen in de Troonrede. Maar de ervaringen met buurtveiligheidsteams roepen ook vragen op. Hoe kan de overheid burgers ertoe brengen om inderdaad te participeren? De buurtveiligheidsteams proberen die participatie van de grond te krijgen, uitgerekend in wijken met veel laagopgeleiden en allochtonen, die vaak weinig geneigd zijn om zich in te zetten voor hun buurt. Kan dat wel?

De Amsterdamse buurtveiligheidsaanpak is overgewaaid vanuit Engeland, vertelt socioloog Bas van Stokkom, van wie eerder dit jaar een onderzoek verscheen naar de Amsterdamse teams. Reassurance policing heet het daar, en dat is precies wat het beoogt: politiewerk dat erop gericht is burgers gerust te stellen. Eerste vereiste is dat de politie zichtbaar is op straat, weet men in Engeland. Maar daarnaast moeten politiemensen veel beter luisteren naar burgers. Van Stokkom: "Als burgers het idee hebben dat het straatbeeld vriendelijker is en dat wanorde en overlast worden aangepakt, voelen ze zich meer gerust."

Met diezelfde uitgangspunten gingen in Amsterdam in 2008 de eerste buurtveiligheidsteams van start. Tegenwoordig zijn er behalve de vijf in Nieuw-West nog eens zeven van die teams in andere stadsdelen. Maar niet alleen in Amsterdam heeft het Engelse voorbeeld navolging gevonden. Ook Nijmegen en Maastricht hebben inmiddels enige ervaring opgedaan met de methode en Rotterdam heeft zelfs meer dan veertig teams die op ongeveer dezelfde grondslag werken. Het bijzondere van 'Buurt Bestuurt', zoals de Rotterdamse variant heet, is dat bewoners daarin tweehonderd uur werk van politie en stadstoezicht krijgen: van die uren mogen zij precies zeggen waaraan ze besteed worden.

Muur van bureaucratie
Maar werkt het ook? Uit een evaluatie van de Rotterdamse Buurt Bestuurt-aanpak, eerder dit jaar, bleek dat in veel buurten nog weinig te merken valt van een verbeterde veiligheid. In Amsterdam zijn de stadsdelen waar buurtveiligheidsteams werken weliswaar enthousiast: "de bewoners merken dat het vuil op straat verminderd is, de straten zien er schoner uit", heet het in stadsdeel Noord; "de contacten met de burger zijn sterk verbeterd", stelt stadsdeel West. Maar harde gegevens daarover ontbreken nog.

Ook de studie van Van Stokkom schetst een niet in alle opzichten rooskleurig beeld. Aan enthousiasme ontbreekt het niet. Maar veel van wat er moet gebeuren, komt traag van de grond, bijvoorbeeld omdat stadsdelen en politie maar moeizaam tot samenwerken komen. "Alleen al bij het op elkaar afstemmen van de roosters van politiemensen en stadsdeelhandhavers stuiten ze op een muur van bureaucratie", zegt Van Stokkom. "En beslissingen komen traag tot stand, omdat ze steeds over veel verschillende schijven moeten."

Een fundamenteler manco is dat het veel buurtveiligheidsteams maar matig lukt om buurtbewoners bij hun werk te betrekken en betrokken te houden. De bewoners die komen opdagen, zijn lang niet altijd een afspiegeling van de buurt - allochtonen en jongeren zijn meestal ondervertegenwoordigd. "Veel mensen zijn uitstekend in staat om zich af te sluiten voor de problemen in de buurt", zegt Van Stokkom. "Vaak genoeg hebben ze iets anders aan hun hoofd. Werkloosheid, armoede, verslaving."

Is dat erg? "Zelf ben ik van mening dat we het er maar mee moeten doen", zegt Van Stokkom. "Allereerst uit pragmatische overwegingen: het is goed werken met een kleine groep echt betrokken bewoners. En het verwijt dat het 'altijd dezelfden' zijn, slaat in feite nergens op. Want de praktijk leert dat die actieve burgers vaak precies dezelfde problemen aanwijzen als de passieven."

Maar volgens Marnix Eysink Smeets zou de overheid zich veel harder moeten inspannen om burgers te betrekken bij de verbetering van de veiligheid in hun buurt. Smeets, voorzitter van de Landelijke Expertisegroep Veiligheidspercepties, voerde de evaluatie van Buurt Bestuurt in Rotterdam uit. "Er wordt veel te makkelijk gedacht over zelfredzaamheid van burgers, over participatie", zegt hij. "Als je niet begrijpt wat de burger drijft, kan je hem ook niet activeren."

Sowieso kan de aanpak met buurtveiligheidsteams alleen werken in buurten met grote problemen, zegt Smeets. "Mensen moeten er buikpijn van krijgen, bij wijze van spreken, anders zijn ze niet te mobiliseren. En dan nog moet je als overheid niet aankomen met de boodschap: jullie moeten zelf iets doen. Want dan zullen veel buurtbewoners vragen: wat doen jullie dan zelf? Heel begrijpelijk."

Eerst maar eens luisteren naar buurtbewoners, luidt Smeets' advies. En dat doe je niet door bewoners met een flyer uit te nodigen voor een bijeenkomst in een zaaltje, maar door ze huis aan huis langs te gaan. "Het lijkt wel alsof overheden het niet weten, maar deuren hebben een bel. Als je daarop drukt, gaat die meestal open. En dan kun je een gesprek gaan voeren."

Toch verwachten zowel Van Stokkom als Smeets veel van de buurtveiligheidsaanpak - áls die maar goed wordt uitgevoerd. "Buurten kunnen er daadwerkelijk veiliger van worden en de burgers die je er enthousiast over weet te krijgen, worden vaak ook op andere fronten actief", zegt Van Stokkom. "Met deze aanpak", voegt Smeets eraan toe, "geef je mensen directe invloed op wat er gedaan wordt aan de veiligheid in hun buurt. En onderzoek wijst uit: als mensen er invloed op hebben, voelen ze zich ook veiliger."

Zwerfvuil prikken
In Slotermeer zijn de eerste aanwijzingen daarvoor al te zien. Ongeveer zestig procent van de bewoners kent de buurtveiligheidsteams inmiddels en heeft ook de indruk dat de buurt er baat bij heeft. De cijfers op het gebied van veiligheid (zowel over het aantal incidenten als over de beleving van bewoners) gaan voorzichtig de goede kant op.

Op gezette tijden organiseert het buurtveiligheidsteam een 'actiedag'. Dan loopt niet alleen het team door de wijk, maar gaan ook bewoners de straat op, om tegen een vrijwilligersvergoeding te helpen met zwerfvuil prikken, samen met een klussenteam van reïntegratiebedrijf Implacement en een paar mensen van de stadsreiniging.

Kijk, wijst wijkagent Abder Tonouh in een zijstraat van de Slotermeerlaan, "nu lopen we er in een paar minuten doorheen, maar vorig jaar was de vervuiling hier nog enorm, overal lag wat. We waren er hele middagen mee bezig: opruimen, mensen erop aanspreken, bekeuringen uitschrijven".

Hier, op het niveau van de straat, werken stadsdeel en politie wél goed samen, vertelt Tonouh's collega Bouke Janse. "Als ik zie dat een bossage te groot geworden is, zeg ik tegen dat klussenteam: doe daar eens wat aan. Die pakken dan een heggenschaar en knippen het bij. Nee, daar ga ik niet echt over, eigenlijk moet dat via de afdeling groen van het stadsdeel. Maar ja..."

Ook Paul Welzenbagh, van juwelier Nusselein net om de hoek, sluit zich nog even aan bij de actiedag. "Deze mensen verdienen een standbeeld", zegt hij. Toen hij gevraagd werd voor het bewonerspanel was hij nogal sceptisch. "Weer zo'n plan, dacht ik, daar gaan we weer. Maar dit werkt. Toen ik dat zag, wilde ik er ook bij. Laatst lag er grofvuil aan de straat op een dag dat er niet opgehaald werd. Al voordat ik belde, was het buurtveiligheidsteam erbij. Die hebben overal aangebeld tot ze erachter waren van wie het was. Als pitbulls. En toen moesten die mensen het terug hun huis in slepen. Zonder bon, prima."

Welzenbagh is overtuigd van het belang van deze aanpak. "Het ontstaan van een getto begint met vuil op straat", zegt hij. "Vuil trekt ellende aan. Ja, juwelier is een riskant beroep, en we moeten afwachten of dit ook voor ons de veiligheid vergroot. Maar er zijn nu veel meer ogen en oren op straat die narigheid herkennen."

Buurtbewoners als opdrachtgever
Werkt het Amsterdamse stadsdeel Zuidoost ook met buurtveiligheidsteams, was de vraag. Nee, luidt het antwoord. Maar we werken wel met 'ambulante jongerenteams' en 'buurtambassadeurs', met 'wijkcontactbijeenkomsten' en 'buurtschouwen'.

Er zijn meer methodes, maakt dit antwoord duidelijk, om bewoners te betrekken bij de veiligheid in hun buurt. Maar zo stelselmatig als het in de twaalf Amsterdamse buurtveiligheidsteams gebeurt of in de Rotterdamse Buurt Bestuurt-aanpak, wordt het elders zelden aangepakt.

De hoeksteen van deze aanpak is de vaste cyclus van bewonersbijeenkomsten, waar bepaald wordt wat de prioriteiten voor politie en lokale overheid moeten zijn, een aantal weken waarin die prioriteiten inderdaad extra aandacht krijgen en tenslotte een nieuwe bijeenkomst waarin besproken wordt welke resultaten geboekt zijn en wat de nieuwe prioriteiten moeten zijn. De buurtbewoners zijn in feite opdrachtgever van de teams.

Onderzoekers geloven erin. De evaluatie van de Rotterdamse aanpak sprak in de titel over de 'bijzondere belofte' van Buurt Bestuurt, de studie naar de Amsterdamse teams had als titel 'frontlijnwerk met potentie'. Maar die 'beloftevolle interventie' maakt 'haar potentie nog niet helemaal waar', merken de onderzoekers op over Rotterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden