POLICE ACADEMY (6)

Jim Hughes is een korte, stevige veertiger. Die lengte heeft hem naar Boulder gebracht: “Bij ons in Kansas hadden ze een lengtevereiste voor politiemensen.” Hij geeft over de hele VS les in officer safety. Ironisch genoeg heeft hem dat, moet hij bekennen, in de dagelijkse diensten wat minder scherp gemaakt dan in de negen jaar dat hij de graveyard shift deed, de nachtdienst van één tot zeven. Dat compenseert hij door tegen zijn leerlingen heel scherp te zijn. En vanavond zijn wij dat. Vingerwijzend loopt hij tussen ons door: “jij gaat aangevallen worden. En jij raakt minstens een keer gewond met dat werk van ons. En jij. En jij.”

“Mijn vader was een handelsreiziger. Als hij werd aangehouden voor een verkeersovertreding of zo, dan kwam hij uit de auto om de agent een handje te geven. If you can press the flesh, was zijn motto, was die bekeuring al half verscheurd. Dat is zo'n vijftien jaar geleden in Amerika dus overgegaan. Ik krijg hier de klachten binnen: de agent deed agressief, en hij scheen me met de zaklantaarn in mijn ogen. Maar ik krijg ook elk jaar een nieuwe aflevering binnen van de FBI-studie 'In the line of duty', waarin elk overlijdensgeval van een agent in diensttijd wordt geanalyseerd. En daar is er elke drie of vier dagen één van.”

“Zelf heb ik geluk gehad, ik moest een keer of 25, 30 naar het ziekenhuis. Ik ben gek op dat suffe Boulder, maar al het mogelijke is me zo'n beetje overkomen. Ik ben beschoten, gestoken, met stenen en flessen bekogeld, ik heb injectienaalden in mijn lijf gekregen en een balpen in mijn schouder en ik kan je uit eigen ervaring bevestigen dat een mensenbeet een veel venijniger wondinfectie geeft dan een hondenbeet. En toen bleek dat een Vietnamese vrouw een heel zeldzame vorm van TBC het land ingebracht, mocht ik mijn vrouw een half jaar niet meer kussen. Toen ik mijn opleiding kreeg, lieten ze films zien uit Los Angeles met dat soort nare dingen erin. Ze wilden je de stuipen op het lijf jagen, zodat je het goed zou doen. Maar dat hielp dus niet, want ze veranderden niet je manier van denken. Dat ga ik vanavond met jullie wel proberen.”

“Doe je ogen dicht. Je loopt op straat. Je komt iemand tegen. In hoeveel procent van de gevallen moet je rekening houden met een wapen? Altijd! En waarom? Omdat jij een wapen meebrengt! Een op de vier à vijf agenten die in diensttijd omkomen, wordt gedood met zijn eigen dienstwapen.”

“Ik mag van mijn vrouw nooit mee naar films met Vandamme, want ik begin meteen van alles te roepen en dan is voor haar de lol eraf. Dus dan huur ik ze zelf maar, en dan zie ik politiemensen dingen doen... rennen met de vinger aan de trekker, bijvoorbeeld. Wie ik dat tijdens de les zie doen, krijgt met een speciale lineaal van mij een dreun op de vingers. Die gaat met een gloeiende hand naar huis, ik zweer het. De grote meerderheid van per ongeluk neergeschoten agenten krijgt daardoor een kogel in zijn lijf. En dan heb je ook agenten die uit de auto komen springen en dan hun hand over het pistool halen; klikklak. Staat heel macho, maar het betekent dat tot dan toe er nog geen kogel in de kamer zat. Een niet schietklaar wapen in je holster, niet te geloven.”

“Twee dingen spelen mee in de veiligheid: fitheid is het eerste. In een achtervolging moet mijn partner me kunnen bijhouden, heuvel op en hek over, zonder dat ik aan zijn kransslagaders hoef te denken. De tweede factor, en die maakt 75 procent uit van de uitkomst, is de mentale: hoe goed ben je voorbereid op een worsteling? Als je naar de FBI-gegevens kijkt, zie je dat de meeste doden vallen tijdens de categorie 'overige arrestaties', veel minder tijdens incidenten op patrouille. Begrijp je waarom? Op patrouille ben je voorbereid op moeilijkheden. Maar arrestaties kunnen gevaarloos lijken. Een onderwijzeres in een klein dorp die in de winkel een stuk kaas steelt. Politie erbij, die arresteert haar voor winkeldiefstal. Die vrouw ziet daar haar leven eindigen. Dat is niet zo, maar zo ziet ze het. En met het pistool dat ze voor zelfverdediging bij zich draagt, schiet ze de agent voor zijn hoofd.”

“Daarom hameren we het erin: je behandelt iedereen gelijk. Ook al ben jij nog zo aardig, de politieman moet voorkomen dat hij tussen jou en zijn auto komt te staan, in de crush zone, en dat jij binnen drie meter van hem komt zonder dat jij gefouilleerd bent. Kijk naar het profiel in het FBI-rapport: zeventig procent van de cop killers is boven de 31, de meesten zijn blank, een kwart is nog nooit met de politie in aanraking geweest, de meesten hebben hun middelbare school afgemaakt en wonen binnen een paar mijl van de plaats waar ze een agent neerknallen. Het zijn dus onze eigen, aardige, nette, welopgevoede buurtbewoners waar we bang voor moeten zijn.”

“De FBI-studie heeft ook beschrijvingen verzameld van agenten die omkwamen. Vriendelijke mensen waren dat volgens de overlevende collega's, misschien net iets meer dan een ander bereid het goede in de mens te zien en vanwege de goeie sfeer bereid de regels wat los te hanteren. Fout, dus: bij alles wat een verdachte doet, moet je denken: hoe kan dat mij schaden? Bij alles. In Texas hield een agent een auto aan met drie mannen erin. Een had een splinternieuwe witte hoed op en eenmaal buiten de auto keerde hij zich nog even om en legde hij die hoed op de achterbank. Toen hebben ze de agent besprongen en gedood. Had hij voorbereid kunnen zijn? Ja! Hij had zich moeten afvragen waarom iemand in die situatie zijn hoed af zou willen zetten. In Texas is er dan maar één antwoord mogelijk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden