POLICE ACADEMY (5)

Pete Hofstrom (56) gaat gekleed en is gebekt als een voetbalcoach. Dat is ongewoon voor een district attorney, een officier van Justitie, maar ja: “Ik heb mijn rechtenstudie in Californië betaald door in de gevangenis in San Quentin te werken. Ik heb alle hoeken van die plek gezien, van de keuken tot de afdeling ter dood veroordeelden. Dus dat ik in een trui kom en af en toe een knoop laat vallen - sorry hoor.”

Hofstrom kan een verhaal vertellen. Dat moet ook: “In een rechtszaak gaat het niet om de waarheid. Het gaat erom dat twaalf gewone mensen gaan vinden dat iets boven elke redelijke twijfel bewezen is. En dat ze wat er bewezen is ook nog erg vinden.”

“Op de eerste dag van de rechtszaak kom ik een zaal vol mensen binnen. Daar moet die jury uit komen. De rechter vraagt iedereen het te melden wanneer hij of zij geen eerlijke kijk op de zaak zou kunnen hebben. Bij mijn eerste aanrandingszaak stond er toen een stokoude vrouw op die vroeg of ze dat in de raadkamer mocht uitleggen. Bleek op haar veertiende misbruikt te zijn en er sindsdien met niemand meer over gepraat te hebben. Maar dit is ook het moment voor wie geen zin heeft in jurydienst om met smoezen te komen. We hebben hier in Boulder één rechter die dan begint over de extra interessante zaak die over een paar maanden komt en die wel een maand of vijf kan gaan duren. Die is er niet, maar het helpt wel.”

Joyce Bograd deed twintig jaar geleden jurydienst in de federale rechtbank in Denver. Ze is blij dat het zo lang geleden is: “Destijds was ik in vaste dienst en betaalde mijn werkgever, IBM, me gewoon door. Dat zijn ze niet verplicht, want als jurylid krijg je een vergoeding van de staat, maar dat stelt niks voor. Nu zou het een kleine financiële ramp zijn als mijn lootje werd getrokken. En bovendien zou ik liever niet in de jury zitten bij het proces tegen Nichols, de handlanger van McVeigh. Ik heb mijn twijfels over de doodstraf.”

“Ik heb in die periode twee processen gedaan, een civiele zaak en een strafproces. Die strafzaak ging om echte mafia, iemand die winkeliers geld afperste. Het was moeilijk, je mocht niets opschrijven. We mochten ook met niemand over de zaak praten, zelfs niet met elkaar. Als we gingen lunchen, kwam er een marshal mee om daarop te letten. Toen de jury ging beraadslagen, kozen ze mij als 'voorvrouw'. En dat vond ik vreselijk, want we bevonden hem schuldig, en toen we dat gingen vertellen, moest ik op de voorste rij zitten. Ik wilde zo graag die rechtzaal uit dat ik de rechter bij de deur tegenkwam, wat natuurlijk helemaal tegen de regels is. Maar hij was galant en liet me voorgaan.”

Die civiele zaak was ook frustrerend. Het ging over een verkeersongeluk, het slachtoffer wilde meer geld van de verzekeraar van de schuldige partij. We hadden het schikkingsvoorstel gezien en dat leek iedereen prima op een jurylid na. Uren hebben we het erover gehad, maar zij hield gewoon niet van verzekeringsmaatschappijen. Uiteindelijk hebben we een compromis moeten sluiten.''

“Het heeft dus wel nadelen, maar als ik zelf ergens van beschuldigd zou worden, werd ik toch ook het liefst berecht door een jury van twaalf mensen als ikzelf. Dan heb je tenminste nog een kans.”

“Als de rechter klaar is met zijn vragen”, zegt Pete Hofstrom, zijn de verdediger en ik aan de beurt. Ik probeer om te beginnen juryleden te lozen die erg jong zijn, want die zijn misschien nog niet aan de verantwoordelijkheid toe om een heel vervelende beslissing over een medemens te nemen. Ik stuur ook heel oude mensen weg, want ik weet niet of die hun aandacht er de hele tijd bij kunnen houden. En ik stuur iedereen weg die doctor is. Dat is iets persoonlijks:ik heb eens een jury gehad die een keiharde diefstalzaak vrijsprak, en toen ik de voorman, gepromoveerd op de Engelse taal en letterkunde, vroeg waarom ze dat hadden gedaan, begon hij over de etymologie van het woord 'permanent' in de definitie van diefstal.”

“Maar: meestal komt het natuurlijk helemaal niet tot een rechtszaak. De rechtbanken kunnen maar een tiende verwerken van wat ik ze zou kunnen sturen. De rest, jullie raden het al, is plea bargaining. En een hekel dat de mensen daaraan hebben! Vanavond wil ik proberen jullie van gedachten te laten veranderen.”

“De eerste reden voor afdoening op een mindere aanklacht: de aantallen. De tweede is: rechtvaardigheid. Het is mijn werk niet om zoveel mogelijk mensen naar de gevangenis te sturen, maar om recht te doen. Als een stel jongeren is afgestudeerd van Boulder High School, in de feestvreugde over het hek van een golfclub klimt en daar bovendien wat pinda's uit de kantine steelt, dan is dat diefstal met inbraak en daar staat jaren cel op. Maar ik ben van de leeftijd dat ik aan mijn pensioen ga denken en ik wil dat die kinderen het straks voor me verdienen. Dus laat ik ze bekennen op alleen die diefstal, dan doen ze veertig uur dienstverlening.”

“De derde reden: zwakke zaken. Een tijd geleden is er een vrouw verkracht in Longmont. Ze beschrijft de verkrachter: spijkerbroek, wit T-shirt. Zo loopt bijna elke vent in Longmont erbij, maar de politie treft een uur later een paar mijl verderop een man aan in spijkerbroek, met wit T-shirt, op proefverlof van een gevangenisstraf voor verkrachting. Dat is hem dus, weten wij samen. Maar het was een vage beschrijving. Ga ik met die man naar een jury om hem misschien de 48 jaar te bezorgen die hij verdient? Nee. Ik ga naar zijn advocaat en ik zeg dat zijn cliënt het risico op die 48 jaar kan vermijden door alleen aanranding te bekennen. Dan krijgt hij tien jaar en staat hij met vijf jaar weer buiten. Is dat slap? Denk eens aan al die prachtige dingen die er in de gevangenis met hem kunnen gebeuren! Hij kan heel erg ziek worden. Hij kan per ongeluk over de balustrade van de derde verdieping vallen. En in ieder geval kan hij vijf jaar lang geen slachtoffers meer maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden