POLICE ACADEMY (4)

Een paar meter gang scheiden het leslokaal van de Boulder Regional Citizen Police Academy van de meldkamer van county en city. En daar, in die schemerdonkere kamer vol computerschermen waar twee keer per minuut een burger een probleem komt brengen, is Willie Sandoval de baas.

Ze staat nonchalant tegen het katheder geleund, het toontje is bijna verwonderd dat we iets over die hoek van het politiewerk willen weten. Maar schijn bedriegt, ze is trots op haar bedrijfje, dat in 1973 is opgericht. 900 000 keer per jaar belt iemand in Boulder County het alarmnummer 911. Vijftig mensen verwerken die telefoontjes, meestal zijn er drie telefonisten en vier dispatchers van politie en sheriff's department aanwezig. En het is niet genoeg, een batterij telapparaatjes aan de muur heeft de munitie voor de volgende begrotingsbesprekingen alweer in de maak.

“Ik heb een goede en een minder goede ervaring met de meldkamer.” Marti Ingraham is weduwe en gepensioneerd. De bittere trek rond haar mond en de afgemeten toon waarop ze vragen stelt, doen een persoonlijkheid vermoeden die ze niet heeft. Ze is aardig. En juist de les over de meldkamer heeft haar bijzondere belangstelling: “Tien jaar geleden stopte mijn man op een avond plotseling met ademhalen. De meldkamer heeft me toen door een hartmassage heen gepraat. Ik had dat wel geleerd, maar op zo'n moment ben je natuurlijk veel te veel in paniek. En hij kwam weer bij. Dat was een enorme ervaring en ik heb sindsdien eigenlijk altijd de gezichten bij die stemmen willen zien. Als een soort afronding - al heb ik ze destijds natuurlijk wel teruggebeld om te bedanken. Mijn man is zes weken later alsnog overleden. Maar zoals mijn kinderen zeiden: ik heb voor ons allemaal een dierbaar uitstel bevochten.”

De bandrecorder gaat aan. We horen een vrouw bellen over diefstallen uit brievenbussen bij haar in de straat. Er kan geen agent onmiddellijk naar toe komen, kan ze een half uur wachten tot er een komt om de aangifte op te nemen? De vrouw ergert zich, ze doet het liever nu, telefonisch. Maar de telefoniste is geen agent, zij kan het niet doen. En de dispatchers in de meldkamer zijn druk bezig met noodgevallen. De vrouw wordt grof en smijt de hoorn erop. De volgende beller is een doodsbange vrouw die iemand voor de deur heeft, 'en ik denk dat ik weet wie het is'. De telefoniste praat rustig met haar. “Op dit moment is er al een officer onderweg”, zegt Sandoval. “Dat was meteen ingetikt op de computer, de politiedispatcher ziet het op zijn scherm en geeft het aan een patrouillewagen door. Vroeger krabbelden we iets op een kaartje dat we dan de zaal ingooiden.” De vrouw zegt dat de man binnen is. Kan ze de slaapkamer op slot doen? Ja. Dan zou ze dat maar beter ku... gegil: Ga weg, ga weg, GA WEG! Einde band. “De agent kwam net op tijd”, zegt Sandoval droogjes.

“De computer wordt steeds belangrijker in ons werk. Als iemand belt, ziet de telefonist het nummer op het scherm. Daarbij staat dan meteen het adres, en een code die aangeeft of daar ooit iets aan de hand is geweest. Als iemand ophangt, belt de meldkamer terug. Als er niet wordt opgenomen, gaat er meteen een agent heen. Als het adres een code voor eerder geweld heeft, gaan er vier heen. Als in jouw huis voor jij er kwam wonen dus iets is voorgevallen, dan zul je het weten als je 911 belt. Die codes worden wel na negentig dagen gewist, we kunnen het niet allemaal gaan nalopen natuurlijk, maar voor dat gebeurt, kan de korpsleiding beslissen dat een code verlengd wordt.”

“Aan mobiele telefoons kunnen we nog niets aflezen, maar daar wordt aan gewerkt. Het liefst willen we meteen kunnen zien waar iemand is. We hebben het meegemaakt dat iemand vastzat in zijn auto op een overweg in landelijk gebied. We hebben hem laten beschrijven wat hij om zich heen zag, en ondertussen hulp naar een paar willekeurige plekken gestuurd, maar op een gegeven moment hoorden we die trein aankomen... Daar moet je tegen kunnen, maar het gekke is dat mensen het bij ons vrij lang uithouden.”

“Die minder goede ervaring”, zegt Marti Ingraham, “ach, daar zal ik ze nu maar niet meer over lastigvallen. Dat was vorig jaar, toen werd mijn raam kapotgeschoten. En de meldkamer zette me in de wacht, omdat ze het geen echt noodgeval vonden! Gelukkig hoorde de agent die mijn deel van de stad doet het op de radio, en hij herkende de buurt en mijn naam - het is een beetje een bekende naam, mijn man werkte op de universiteit en mijn zoons zijn ook nogal prominent. En dus had ik toch binnen vijf minuten politie voor de deur. Maar wie het gedaan heeft, weten ze niet. Het was een willekeurige beschieting, ze denken niet dat iemand het op mij gemunt had.”

Nog een keer kijken we langs de computerschermen, terwijl een telefoniste een burengeruchtje afhandelt. Sandoval wijst op een zoemend kastje. “Alles wordt opgenomen en de banden zijn openbaar. Je kunt ze kopen voor een paar tientjes per uur. Vooral advocaten zijn forse afnemers.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden