Polen zwijgt niet meer

De onthulling van de moord op 1600 joden door de inwoners van Jedwabne, heeft in Polen het debat over een verzwegen stuk geschiedenis op gang gebracht. Regering en episcopaat waren snel met hun 'mea culpa', Jedwabne zelf is nog niet zo ver. 'Wie een volle maag heeft en werk, komt toe aan intellectuele processen als verzoening.'

Niets onderscheidt Jedwabne van het doorsneestadje op het Poolse platteland. Een vierkant plein met aan drie zijden lage huizen waar de verf van afbladdert. Eén kant van het plein wordt gevuld door een grote kerk. De mis schalt uit de luidsprekers. Wie niet in de kerkbankjes zit, zit aan de drank op de stoep van de levensmiddelenwinkeltjes.

Op het pleintje is een parkje aangelegd, maar verder lijkt de tijd te hebben stilgestaan sinds 10 juli 1941, de dag waarop de duivel hier op aarde neerstreek. Met dat beeld vatte de Pools-Amerikaanse historicus Jan Tomasz Gross zijn boek 'Buren' samen, dat Polen in het grootste historische debat heeft gestort sinds de val van het communisme.

De stelling van Gross is even helder als schokkend: de Poolse bevolking van Jedwabne moordde 1600 joodse medeburgers uit, zonder dat de Duitsers daar een wezenlijke rol in speelden. Daarbij beroept hij zich op de getuigenissen van overlevenden, zoals Szmul Wasersztajn, die beschrijft hoe de inwoners van Jedwabne twee weken nadat de plaats van de Russische bezetters was ingenomen door de Duitsers, hun joodse stadsgenoten bijeendreven op het plein:

'Plaatselijke raddraaiers, gewapend met bijlen en speciale stokken waar spijkers door waren geslagen [...] joegen alle joden de straat op. Als eerste slachtoffers van hun duivelse instincten kozen ze de 75 jongste en gezondste joden, die ze opdroegen het grote Leninbeeld op te tillen dat de Russen hadden opgericht in het centrum van het stadje. [...] Terwijl ze het beeld droegen moesten ze zingen, totdat ze het op de aangewezen plaats hadden gebracht. Daar moesten ze een gat graven en het beeld erin gooien. Vervolgens werden ze doodgemarteld en in hetzelfde gat gesmeten.'

'... later stelden ze alle joden op in rijen van vier met de oude rabbijn voorop. Ze kregen een rood vaandel in de hand en moesten zingen terwijl ze werden voortgedreven naar de schuur. [...] Naast de schuurdeur stonden enkele raddraaiers op instrumenten te spelen om het schreeuwen van de ellendige slachtoffers te overstemmen. [...] Bebloed en verminkt werden ze de schuur ingeduwd. Daarna werd de schuur overgoten met benzine en in brand gestoken. Vervolgens gingen de raddraaiers naar joodse woningen op zoek naar zieken en kinderen. De zieken die ze vonden droegen ze naar de schuur. De kinderen bonden ze in bundeltjes bijeen aan de beentjes, droegen ze over de schouder, legden ze op hooivorken en gooiden ze in de nasmeulende schuur. Nadat het vuur gedoofd was, sloegen ze met bijlen de gouden tanden uit de lichamen die nog niet uiteengevallen waren...'

Bijna zestig jaar later is de duivel verdwenen, maar in elk gesprek getuigen hiaten van de leegte die hij heeft achtergelaten. ,,Ik ben bijna tachtig. Ik was een kind. Wat kan ik er nou van weten'', zegt een wegvluchtend vrouwtje voor de kerk. ,,Ik heb niets gehoord. Ik heb niets gezien'', zegt een oude opa, die benadrukt dat hij altijd een paar kilometer buiten Jedwabne heeft gewoond. Niemand weet iets. Totdat een oud vrouwtje zeker weet dat die jonge journalist geen christen is. ,,Hou toch je mond'', sist haar bejaarde buurvrouw, maar het gesprek is al gaande. ,,Ik was tien jaar. En ik heb het zelf gezien. De Duitsers hebben het gedaan.'' ,,De Polen konden niets doen. Polen was immers opgedeeld'', valt een oud mannetje haar bij. ,,We zijn nog steeds opgedeeld'', meent een ander oudje. Op de vraag door wie, grijnst hij veelzeggend. ,,Wat nou, door wie?'' Een dertiger stapt uit de auto en mengt zich in het gesprek. ,,Als die rabbi's hier onder escorte door de straten scheuren met zwaailicht en sirene, is toch wel duidelijk wie Polen heeft opgedeeld.'' ,,Joden regeren Polen'', concludeert het oude vrouwtje.

Dergelijke uitspraken zijn de afgelopen maanden gretig geregistreerd door de media. Voor een groot deel van de publieke opinie in de VS en West-Europa staat Polen nog altijd gelijk aan antisemitisme en bevestigt het 'nieuws' over Jedwabne het bestaande beeld. Echt nieuws is het niet. In 1949 werden twaalf inwoners van Jedwabne tot celstraffen veroordeeld wegens hun aandeel in de pogrom. In 1980 verscheen in de VS het 'Gedenkboek Jedwabne'. Voor Polen kwam 'Buren' niettemin als een schok, die het zelfbeeld van het volk dat altijd heeft geleden en nooit is begrepen, op de kop zette. Alsof de duivel ermee speelt is de eerste grote zaak van het vorig jaar opgerichte Instituut ter Nationale Nagedachtenis (IPN), dat als taak heeft misdaden tegen het Poolse volk op te helderen, Jedwabne, waar Polen de beulen waren in plaats van de slachtoffers.

In enkele maanden tijd is het stadje veranderd in de joodse tegenhanger van Katyn, het symbool van het Poolse lijden. Bij Katyn werden in het voorjaar van 1940 ruim 4000 krijgsgevangen Poolse officieren op gezag van Stalin geëxecuteerd. Voor zowel Katyn als Jedwabne geldt dat de schuld decennialang is afgeschoven op de Duitsers. Net als Katyn is Jedwabne het symbool geworden voor alle oorden waar soortgelijke misdaden hebben plaatsgevonden. Gross had zijn boek ook kunnen schrijven over de 'buren' in het nabijgelegen Radzilow, Wizna, Wasocz, Tykocin, Rudki, of een van die andere ruim vijftig plaatsen, waar volgens medewerkers van het Joods Historisch Instituut in Warschau het begin van de Duitse bezetting werd ingeluid met pogroms.

Hoe groot de schok van 'Buren' was, blijkt uit de reactie van de invloedrijke krant Gazeta Wyborcza. De krant begon pas een halfjaar na publicatie serieus aandacht aan het onderwerp te besteden, nadat Gross hoofdredacteur Adam Michnik - beiden zijn van joodse komaf - persoonlijk overtuigde van de ernst van de zaak. De discussie kwam daarop in een stroomversnelling. Binnen enkele maanden riepen president en regering op tot een nationale knieval. En uit de katholieke kerk klonk een bisschoppelijk mea culpa.

Maar Jedwabne is Warschau niet. ,,In Warschau is het makkelijker praten over Pools-Joodse verzoening dan in Jedwabne'', zucht burgemeester Krzysztof Godlewski. ,,We hebben hier een werkloosheid van 40 procent. Wie een volle maag heeft en werk, komt toe aan intellectuele processen als verzoening.'' Rokend ijsbeert Godlewski door zijn kantoor tijdens een pauze in de raadsvergadering, die hem 'de mond wil snoeren'. ,,Ik voel schaamte, want Polen hadden een aandeel in de moord. Ik heb de morele plicht om de waarheid aan het licht te brengen. Misschien dat de waarheid Polen en joden in staat stelt anders naar elkaar kijken. Als de Polen wijzen op de joden die deelnamen aan de stalinistische repressie, dan zeggen de joden dat dat geen joden waren, maar afvalligen. Op diezelfde manier zeggen de Polen dat het geboefte was dat de pogrom uitvoerde, lieden die je in elk volk aantreft en dat ze door te doen wat ze deden geen christenen waren. Op die manier komen we dus nooit verder.''

Aan de andere kant van het plein wordt andere taal gebezigd. ,,Het is een psychologische oorlog'', weet pastoor Orlowski. ,,De Duitsers hebben het gedaan en de mensen in Jedwabne hebben een schoon geweten.'' Zijn gemeente is hem dankbaar voor deze vertrouwde uitleg van de geschiedenis. Wie oud genoeg is, weet van niets. Wie niet oud genoeg is, kan het niet weten. En wie jong is, weet niet wat er van te denken. ,,Er werd nooit over gepraat. Oude mensen zeggen nu dat Polen zich steeds moeten verontschuldigen terwijl de Polen net zo erg hebben geleden'', zegt een middelbare scholiere.

,,Mijn vader zat bij de vrijwillige brandweer. Maar ze konden het vuur niet blussen. Niemand kon er bij'', verklaart een man, die een jaar na het misdrijf werd geboren. Zijn buik puilt uit vanonder zijn vlekkerige overhemd. ,,Na de oorlog heeft de communistische veiligheidsdienst vader opgepakt voor verhoor. Na acht dagen kwam hij weer vrij, want hij was onschuldig.'' Over de joden werd niet gepraat. ,,Ja, we gingen noten plukken op de grafjes, dat was het enige.''

De 'grafjes' liggen even buiten het stadje. Net als het korenveld ernaast, waar het IPN de resten van de verkoolde schuur opgraaft, is de overwoekerde joodse begraafplaats van de buitenwereld afgesloten. De resultaten van de opgraving werpen nieuw licht op de zaak: Het aantal aangetroffen lichamen bedraagt 150 à 250. Een klein deel van de 89 gevonden hulzen, duidt op mogelijke Duitse betrokkenheid. Eerder al was een deel van het Leninbeeld aangetroffen in de verkoolde stal en niet, zoals Gross beschrijft, in het nabijgelegen massagraf.

Onder druk van buitenlandse joodse organisaties, die zich beroepen op religieuze wetten, wordt niet verder gegraven. Amerikaanse rabbijnen noemen in een ter plekke uitgedeeld pam flet de exhumatie een 'tragedie'. Ze spreken van '1600 martelaren die levend zijn verbrand en vervolgens in een massagraf zijn begraven'. Britse rabbi's gaan in hun schrijven nog vrijer om met de feiten en spreken over 'de massagraven van Jedwabne, waar duizenden onschuldige joden zijn vermoord'. ,,Het aantal opgegraven lichamen komt gewoon niet overeen met Gross' beschrijving en dus is er besloten dat de opgraving wordt stopgezet'', zegt iemand die uit hoofde van zijn functie niets mag zeggen. ,,Er heeft helemaal geen echte opgraving plaatsgevonden. Op deze manier blijft er ruimte voor speculatie.''

Over één ding valt niet meer te speculeren: In Jedwabne heeft op 10 juli 1941 een pogrom plaatsgevonden waar Polen aan hebben deelgenomen en waarbij mannen, vrouwen en kinderen in een schuur zijn verbrand. Ontkennen van 'Jedwabne' is voortaan strafbaar volgens de Poolse wet, net als ontkenning van Auschwitz.

Dat wil niet zeggen dat het historische debat ten einde is. De opgraving heeft twijfel gezaaid over de betrouwbaarheid van de getuigenissen waar Gross zijn boek op heeft gebaseerd. Dat is koren op de molen van Gross' critici, onder wie de Poolse historicus professor Tomasz Strzembosz, die Gross verwijt selectief met zijn bronnenmateriaal te zijn omgegaan, waardoor het Poolse aandeel is uitvergroot en dat van de Duitsers is gebagatelliseerd. Zo heeft Gross weinig oog voor het SS-commando van Hermann Schaper, dat de bevolking in de regio Jedwabne aanzette tot pogroms, die werden vastgelegd voor propagandadoeleinden.

Strzembosz mag op sommige punten gelijk hebben, zijn kritiek raakt niet kern: 'Buren' heeft Polen geconfronteerd met een verzwegen stuk geschiedenis. Daarbij laadt hij de verdenking op zich vooral zichzelf vrij te pleiten. ,,Strzembosz heeft in de jaren tachtig veel interviews gehouden in Jedwabne en omgeving. Hoe was het mogelijk niets te schrijven over het lot van de joden, gedurende al die jaren die hij werkte aan de oorlogsgeschiedenis van een paarhonderd vierkante kilometer, met Jedwabne als centrum?'', aldus Gross in een reactie.

Polen heeft de andere kant opgekeken en vervolgens gezwegen. Zelfs als blijkt dat het moorden het werk van enkelen was, het wegkijken was de houding van velen. Slechts een enkeling, zoals Antonina Wyrzykowska, had de moed de joden te verbergen, maar zag zich na de oorlog gedwongen Jedwabne te verlaten. Gross herhaalt in zijn reactie de woorden van professor Leon Kieres, hoofd van het IPN: ,,Jedwabne is een enorme kans voor ons. Een kans om met onszelf te spreken over de moeilijkste fragmenten van onze collectieve biografie en om de hele wereld te laten zien dat we zo'n gesprek niet schuwen''. Jedwabne lijkt in dat opzicht op de Franse discussies over Vichy, het Nederlandse debat over het hoge aantal gedeporteerde Joden en hun achtergebleven bezittingen, de Oostenrijkse 'ontdekking' dat Hitler een Oostenrijker was en Beethoven een Duitser.

Het grootste obstakel daarbij is de angst dat een schuldbekentenis het stigma van antisemitisme versterkt. ,,De pers heeft Jedwabne al veroordeeld. Lang voordat het onderzoek is afgerond staan wij weer te kijk als antisemieten'', zegt een vrouw van middelbare leeftijd verbitterd. ,,Als het zo doorgaat krijgt de hele zaak een averechts effect.''

Naarmate er meer 'Jedwabnes' aan het licht komen, zal de bekende verdediging klinken: De repressie was in Polen veel harder dan in West-Europa. Polen is het zwaarst getroffen door de oorlog. Er is een verschil tussen vooroorlogs antisemitisme en de Endlösung. Er was geen Poolse staat die meewerkte aan de Holocaust, zoals in Frankrijk. Er was geen Pools bureaucratisch apparaat, zoals in Nederland, dat zijn steentje bijdroeg. Onder de in totaal 17 000 'rechtvaardigen der aarde', zij die joden redden, in het Israëlische instituut JadVasjem, zijn ruim 5000 Polen.

Het zijn argumenten die aan kracht winnen, als op 10 juli van dit jaar de Poolse president, Aleksander Kwasniewski, vergiffenis vraagt voor een misdaad die door Polen is begaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden