Polen verkiezen de isolatie uit heimwee en frustratie

Met Jaroslaw Kaczynski als premier en diens tweelingbroer Lech als president raakt Polen steeds verder in zichzelf gekeerd. Electoraal staan de broers ijzersterk. Ze slaan munt uit het ingebakken wantrouwen van de bevolking tegen vreemdelingen en elkaar.

’De rechtbank mag dan een rechtbank zijn, maar de rechtvaardigheid moet aan onze kant staan.’ Vrijwel elke Pool kent dit citaat, afkomstig uit de komedie Sami swoi, vrij te vertalen als ’Onder elkaar’. Het slaat ook goed op de politieke tweeling Jaroslaw en Lech Kaczynski.

De komedie ’Onder elkaar’ begint wanneer twee Poolse boerengezinnen uit Oekraïne na de Tweede Wereldoorlog worden gedeporteerd naar Silezië. Generaties lang hebben ze ruzie gemaakt en nu blijken ze opnieuw naast elkaar te wonen. Als de ene boer zijn paard inspant om naar de rechtbank te rijden – uiteraard voor een zaak tegen de buren – komt oma het huis uit, stopt zoonlief wat granaten toe en spreekt de bovengeciteerde woorden over recht en rechtvaardigheid.

’Recht en Rechtvaardigheid’ (PiS) is ook de naam van de partij van de tweelingbroers Kaczynski, die als president en premier Polen nu twee jaar regeren. Sindsdien zijn oma’s woorden verheven tot regeringspolitiek. Dankzij een anti-corruptiepolitiek, waarbij het recht wordt geplooid naar de beoogde rechtvaardigheid, maakt Jaroslaw Kaczynski een goede kans om als eerste Poolse premier een verkiezing politiek te overleven. Als PiS een derde van de zetels bemachtigt – en die kans is groot – houden de gebroeders Kaczynski elke toekomstige regering in de tang: president Lech Kaczynski kan elke wetsvoorstel afkeuren en PiS-leider Kaczynski kan in dat geval voorkomen dat het parlement het veto van zijn broer overstemt.

De omstreden tweeling heeft het politieke landschap in Polen grondig omgeploegd, sinds ze twee jaar geleden onverwacht zowel de parlements- als de presidentsverkiezingen wonnen. Ze beloofden een einde te maken aan de uklad, een onvertaalbaar woord dat zoveel als ’netwerk’ en ’overeenkomst’ betekent. De uklad van voormalige communisten, liberalen en geheime diensten houdt Polen volgens de Kaczynski’s achttien jaar na de val van het communisme nog altijd in zijn greep. Dat Kaczynski de afgelopen twee jaar geen grote affaire heeft opgehelderd, laat staan een uklad aan het licht heeft gebracht, bewijst voor zijn aanhangers alleen hoe goed de vijanden van Polen zich verbergen.

„Alleen de Kaczynski’s zijn in staat Polen te zuiveren van corruptie”, zegt Andrzej Lysik vol overtuiging. Hij woont in Gorzno, een provinciestadje ten noordoosten van Warschau, en reist regelmatig de twee uur naar de hoofdstad om zijn zaak te bepleiten bij PiS-parlementariërs. Vijf jaar geleden werd hij het slachtoffer van de lokale uklad. Hij bladert door een dikke map met bewijzen van fraude en corruptie in Gorzno en omstreken en haalt de documenten tevoorschijn die de directeur van de lokale coöperatieve bank hem overlegde, toen hij de lokale melkfabriek van de bank kocht. „Het is in West-Europa toch onvoorstelbaar dat een bank een klant vervalste papieren voorlegt?” Andrzej kocht de fabriek, maar kreeg vervolgens bezoek van maffiosi die eigenaar bleken te zijn van het hele machinepark. „Al die heren zijn voormalige communisten en ik vermoed dat ze ook deel uitmaakten van de geheime dienst.” Hij stapte naar het OM met het vervalste contract, maar ook officieren van justitie en rechters maken volgens hem deel uit van de uklad.

Veel Polen zijn net als Andrzej bereid om de staat vergaande middelen te geven om orde op zaken te stellen. „Laatst was ik in de trein. Een paar vrouwen probeerden de conducteur iets toe te schuiven, omdat ze zonder kaartje meereden. De conducteur weigerde en zei: straks sluit Kaczynski mij nog op”, zegt een van Kaczynski’s ministers trots op de radio. Voor Kaczynski’s tegenstanders is het een gruwel: een samenleving die uit angst voor de staat in het gelid springt. „Small brother is watching you” luidt in Poolse vertaling de tekst onder een spotprent in de krant Gazeta Wyborcza, waarop het hoofd van een Kaczynski door een sleutelgat gluurt.

Maar Kaczynski’s taal slaat aan in een land waar wantrouwen de norm is. In geen enkel ander EU-land is het vertrouwen tussen burgers en de staat en tussen burgers onderling, zo laag als in Polen. De sfeer van achterdocht en afgunst van Polen ’onder elkaar’ is een ideale voedingsbodem voor politici als Kaczynski, die ’vijanden’, spionnen en verraders aanwijzen. Politici die – zoals oppositieleider Donald Tusk – een beroep doen op het goede in de mens, wekken wantrouwen. Dat geldt ook voor politici die zonder ’hard gevecht’ voor ’nationale belangen’ terugkeren van een EU-top.

Kaczynski heeft systematisch de uitvoerende macht versterkt om ’orde op zaken’ te stellen. Ambtenaren kunnen openlijk middels een politieke sleutel worden benoemd. Honderden sympathisanten van de oppositie werden tijdens de verkiezingscampagne door de politie verhoord onder het voorwendsel van een twee jaar oud onderzoek. De media – voor zover deze niet verkondigen wat de regering wil – worden onder grote druk gezet. Net als de rechterlijke macht. Het is onder Kaczynski regel geworden dat ministers de onafhankelijkheid van rechters in twijfel trekken, als die een vonnis vellen dat hen niet aanstaat. Sinds kort kan de minister van justitie, die tevens procureur-generaal is, naar believen voorzitters van rechtbanken benoemen en ontslaan. Want een rechtbank mag een rechtbank zijn, maar de rechtvaardigheid moet aan de kant van de Kaczynski’s staan.

Het resultaat zijn beschuldigingen van het soort: ’Wit-Rusland’, dictatuur, autoritair regime. Deze etiketten zijn vooralsnog een tikje overdreven, maar in West-Europa vinden ze gretig aftrek, omdat ze passen bij de stroom ’vreemde’ berichten uit Polen. Een bloemlezing: De Poolse regering stelt een onderzoek in of teletubbie Tinky Winky homo is. Kaczynski pleit voor een beroepsverbod voor homoseksuele leraren. Polen blokkeert een Europese dag tegen de doodstraf. Poolse europarlementariërs vergelijken abortus met de holocaust. Warschau voert een koude oorlog met Berlijn. Het Poolse ministerie van onderwijs wil de evolutietheorie uit het lespakket verwijderen. Alle middelbare scholieren moeten in uniform. Rooms-katholieke catechisatie wordt een volwaardig vak op publieke scholen. De Poolse belastingbetaler financiert de bouw van een kerk in Warschau. Tienduizenden Polen juichen een grootse militaire parade in Sovjetstijl toe. Kaczynski is kind aan huis bij een katholiek radiostation van antisemitische en anti-Europese garnituur. Polen zwaaien op elke EU-top met hun veto om de eenwording zoveel mogelijk te vertragen.

Voor veel Polen is het een gruwel dat Polen internationaal met de nek wordt aangekeken, of op zijn best op de lachspieren werkt. „Toen we naar Polen verhuisden, dachten we dat we verhuisden binnen West-Europa, dat we ons verplaatsten binnen dezelfde cultuur”, zegt Jacek Lewicki in zijn gloednieuwe tandartspraktijk in een welvarende buitenwijk van Warschau. Na achttien jaar in Duitsland te hebben gewoond en gewerkt, verkocht hij zijn praktijk en keerde terug naar Polen. Economisch gaat het hem, net als de rest van Polen, voor de wind, maar de politiek baart hem zorgen. „Wat er nu in Polen gebeurt, is de ontkrachting van onze dromen. Als studenten dachten we altijd dat het genoeg was om Polen te bevrijden van die Sovjetmuilkorf en we zouden laten zien dat Polen oké is, dat we niet voor andere landen onderdoen.” Hij is vastbesloten tegen de tweeling te gaan stemmen. „Het is Hitler niet gelukt Polen klein te krijgen, het is Stalin niet gelukt, het zal Kaczynski ook niet lukken.”

Polen is tot het bot verdeeld. De peilingen laten zien dat het komende zondag een nek-aan-nekrace wordt tussen de voor- en tegenstanders van de Kaczynski’s. Zelfs als Jaroslav Kaczynski met een paar procenten verschil tweede zou worden, is dat een nederlaag voor de oppositie. Hoe kan het dat een regering die zo evident democratische principes met voeten treedt, Polen compromitteert in Europa en vrijwel geen verkiezingsbelofte heeft waargemaakt, toch stand houdt? De eerste reden is banaal: de ironie van de geschiedenis wil dat de EU-vijandige Kaczynski profiteert van de economische opleving, mede veroorzaakt door de toetreding tot de EU.

De tweede reden is dat de Kaczynski’s de frustraties van ’links’ en ’rechts’ Polen in een ideologie hebben samengevoegd en daarmee een meerderheid van de Polen als potentieel electoraat heeft gewonnen. Enerzijds hanteert hij de nationalistische en katholieke retoriek van ’rechts’, die teert op het minderwaardigheidscomplex van een land dat altijd met voeten is getreden, gemarginaliseerd en zich verraden voelt. Anderzijds bespeelt hij de heimwee naar de economische veiligheid van het communisme, tot voor kort het exclusieve terrein van de voormalige communisten. De Kaczynski’s hebben beide frustraties samen gesmeed in een begrip: het solidaire Polen, een verwijzing naar zowel economische solidariteit – socialisme is natuurlijk een vies woord – en naar Solidarnosc, oftewel traditionele waarden en patriottisme.

Het ’solidaire Polen’ is volgens Jaroslav Kaczynski, het ideologische brein van de tweeling, verwikkelt in een strijd met het ’liberale Polen’. Dit ’liberaal’ is een al even geniale vondst. Het verwijst zowel naar economisch liberalisme, als naar liberal in de Amerikaanse betekenis van het woord, oftewel alles wat tegen de traditionele waarden van gezin, kerk en vaderland is. Kaczynski’s antagonisme ’solidair’ versus ’liberaal’ heeft de traditionele tegenstelling ’ex- communisten’ versus ’ex-Solidarnosc’ naar de achtergrond gedrukt.

Keer op keer winnen de Kaczynski’s de semantische strijd door dit soort tegenstellingen te creëren. De tweeling roept de angst op voor ’vreemdelingen’, waartegen hij zich vervolgens afzet: ’liberalen’, homo’s, Duitsers, ’oligarchen’, Russen, ’de rijken’, ’Brussel’. Negatieve gevoelens die eerder ’politiek incorrect’ waren, zijn daardoor acceptabel geworden. „Polen is de afgelopen twee jaar op ongekende wijze conservatiever geworden”, concludeerde de socioloog Janusz Czapinski, die elke twee jaar een ’maatschappelijke diagnose’ opstelt van zijn landgenoten. „Conservatief wil zeggen, de neiging om mensen en maatschappelijke groepen in te delen als ’de onzen’ – zij die respect verdienen – en ’vreemden’ – zij die dat respect niet verdienen”, aldus Czapinski in een interview.

Het percentage van deze conservatieven groeide in twee jaar Kaczynski van 50% naar 61%. Behalve toenemende conservatisme, is ook een groeiend egalitarisme waarneembaar. „De afgelopen twee jaar is de acceptatie voor concurrentie sterk afgenomen”, zegt Jeremi Mordasewicz van de Poolse werkgeversorganisatie Lewiatan. Deze doet regelmatig onderzoek onder werkende Polen. „Steeds meer Polen verwachten dat de staat bijspringt als een bedrijf of een individu in de problemen komt”, aldus Mordasewicz. Na twee jaar Kaczynski valt ruim de helft van de Polen in de categorie conservatief-egalitair, oftewel de electorale visvijver van de heren Kaczynski.

Hoezeer de Kaczynski’s het land in hun greep hebben, blijkt uit de radeloosheid van de oppositie. De linkse democraten – een voortzetting van de post-communistische partij – zijn gemarginaliseerd. De grootste oppositiepartij, het Burgerplatform (PO), danst in het ritme dat Kaczynski speelt. PO wordt doorgaans als conservatief-liberaal bestempelt, maar is als de dood om zijn liberale gezicht aan de kiezer te laten zien. Bij hoog en laag ontkent PO tijdens de verkiezingscampagne gedeeltelijke privatisering van de failliete gezondheidszorg na te streven, hoewel de partij dat doel de afgelopen jaren duidelijk formuleerde. „We hebben besloten de regering niet te bekritiseren tegenover buitenlandse journalisten”, zegt Slawomir Nowak, het brein achter de verkiezingscampagne van PO. Elke kritische opmerking in de buitenlandse pers wordt door Kaczynski en de zijnen onmiddellijk breed uitgesponnen als ’nestbevuiling’.

Geen enkele vertegenwoordiger van het ’liberale’ PO durfde afgelopen jaren te protesteren tegen de homofobe opmerkingen en plannen van de regering-Kaczynski. PO heeft klakkeloos de retoriek overgenomen van de ’Vierde Republiek’, zoals Kaczynski zijn politiek project noemt. Die ’Vierde Republiek’ zou een breuk moeten zijn met de vijftien jaar waarin Polen zich ontwikkelde tot democratie en vrije markt en het land toetrad tot de Navo en de Europese Unie, zaken waarvoor een ’liberale’ partij zich niet zou hoeven schamen. PO steunde alle wetten waarmee Kaczynski zijn ’Vierde Republiek’ bouwt. Zo stemde PO in met de totale ’lustratie’, die honderdduizenden Polen verplichtte te bewijzen dat ze in het verleden niet samenwerkten met de communistische veiligheidsdiensten. Deze omkering van de bewijslast werd door het constitutionele hof naar de prullebak verwezen.

PO stemde eveneens in met het oprichten van een speciale politie voor corruptiebestrijding – het CBA – die vrijwel onbeperkte bevoegdheden heeft om burgers te infiltreren en af te luisteren. De angst om als ’verdedigers van de corruptie’ te worden afgeschilderd, was groter dan de angst voor een ’politieke politie’ zoals de linkse oppositie het CBA noemde. Aan het begin van de verkiezingscampagne arresteerde het CBA, oud-minister van binnenlandse zaken, Janusz Kaczmarek, die de regering-Kaczynski beschuldigde van illegale infiltratie van politici en journalisten. In een multimediale show werd Kaczmarek door het openbaar ministerie neergezet als onbetrouwbare leugenaar. Dat de arrestatie volgens de rechtbank illegaal was voorkwam niet dat Kaczynski’s partij omhoog spoot in de peilingen.

Vier dagen voor de verkiezingen maakte het CBA ’operationeel materiaal’ openbaar, waarop zichtbaar was hoe een parlementariër van PO steekpenningen aannam. Het wordt voor de verkiezingen niet meer duidelijk of Kaczynski’s agenten de parlementariër verleidden tot corruptie, of eerdere informatie over corrupte praktijken testten met een provocatie. Mede door dit soort praktijken rijzen internationaal vragen over de democratie in het Polen der Kaczynski’s. Maar PO-leider, Donald Tusk, meed het onderwerp democratie in het televisiedebat met premier Kaczynski als de pest. Hij repte met geen woord over ’stasimethodes’ van het CBA, het massaal verhoren van sympathisanten van zijn eigen partij, of het politiek aansturen van het openbaar ministerie. De reden is duidelijk. Voor de kiezer is recht minder belangrijk dan rechtvaardigheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden