Polen komen naar hier om te blijven

Er vestigen zich hier steeds meer Polen. Maar hun integratie verloopt niet heel succesvol. De taal is een grote barrière.

Wie herinnert zich niet het Polenmeldpunt? Waar de komst van Polen een paar jaar geleden de gemoederen flink beroerde, hoor je er nu haast niemand meer over. Andere kwesties zijn het debat gaan domineren. Dat betekent niet dat ze niet meer komen. Integendeel: vorig jaar schreven 23.000 Polen zich in Nederland in. Ter vergelijking: er kwamen in dat jaar 27.000 Syriërs.

Polen komen in steeds grotere getale. Althans, er staan er steeds meer geregistreerd. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) staan er inmiddels 150.000 Polen in de gemeentelijke basisadministratie - vijf keer zoveel als in 2004, toen Polen toetrad tot de Europese Unie. Ook naar landen als Duitsland, Engeland en Ierland komen veel Polen.

Hoeveel Polen er precies in Nederland zijn, en hoe sterk hun aantal stijgt, blijft onduidelijk. Seizoensarbeiders die zich niet laten registreren ziet het CBS niet. Bovendien zijn de mensen die zich nu inschrijven vaak al langere tijd in Nederland, zegt Sylwia Wessel van Idhem, een belangenvereniging van onder meer Polen in Nederland.

Ook de Poolse journalist Lukasz Koterba (31), sinds zeven jaar in Nederland, vraagt zich af of het bij de stijging in de CBS-cijfers alleen om 'nieuwe Polen' gaat. Velen woonden al jaren semipermanent in Nederland, zegt hij, maar bleven onzichtbaar. "Ze besluiten zich alsnog in te schrijven, omdat ze bijvoorbeeld eerst voor een uitzendbureau werkten maar nu een normaal contract krijgen. Of ze wonen niet meer in een arbeidershotel, maar hebben zelf iets gevonden."

Duidelijk is in ieder geval dat er in Nederland een 'echte Poolse migrantengemeenschap' aan het ontstaan is, zegt Marcel Lubbers, hoogleraar sociologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en gespecialiseerd in de integratie van Polen in Nederland. "Ze vestigen zich. Het beeld was altijd: ze komen voor even en dan gaan ze weer terug. Maar velen hebben inmiddels een langetermijnperspectief in Nederland. Ze stichten gezinnen, de tweede generatie wordt geboren. Polen zijn hier om te blijven."

De meeste Polen werken op het land of in de kassen. Ze zijn over het hele land verspreid, al springen Den Haag en Flevoland eruit. Vaak werken Polen ook in fabrieken. "Er is een oververtegenwoordiging van Polen met eenvoudige banen in de industrie", zegt Lubbers.

"Slechts een kleine groep komt als kenniswerker, minder dan bij bijvoorbeeld bij de Spanjaarden. Er zijn ook nog steeds weinig Poolse studenten aan Nederlandse instellingen, minder dan bij andere migrantengroepen."

De meeste Polen zíjn al hoogopgeleid als ze naar Nederland komen. Ze werken ver onder hun niveau en Lubbers ziet daar weinig verandering in komen. Wat hun vooruitgang mogelijk remt is dat ze slecht Nederlands spreken en weinig mengen met de autochtone bevolking, zegt hij. Ze hebben vaker dan in landen als Duitsland of Engeland het gevoel gediscrimineerd te worden. Klagen doen ze niet.

"Ik ken geen enkele migrantengroep die zo hard werkt. We vergeleken elf migrantengroepen in verschillende West-Europese landen. Overal sprongen de Polen eruit."

En zolang het minimumloon in Polen op 420 en in Nederland op 1530 euro ligt, zullen ze blijven komen, zegt Lukasz Koterba.

Het is moeilijk Nederlandse vrienden te maken

Oktawia Ellis (28), Almere

"Op een zondag, een maand na onze aankomst in Nederland, fietsten mijn partner Artur en ik door een Flevolands bos. We werkten destijds in een kippenfabriek in Nijkerk en woonden op een recreatiepark in Zeewolde. Voor ons kamertje in een pension vol Poolse arbeiders betaalden we 320 euro. In de fabriek moest Artur kisten met bevroren kippen sjouwen, ik moest botjes uit kipfilet halen of bij een lopende band staan. Het was ijskoud in de fabriek, terwijl het buiten 30 graden was. Al die dode kippen, ik werd er depressief van. Maar het verdiende goed: 8 euro per uur, drie keer zo hoog als het Poolse minimumloon.

We gooiden onze fietsen in de berm en openden een fles wijn. Daar, op dat gras, namen we een plechtig besluit: nog maximaal twee jaar zouden we in Nederland blijven. Zo veel mogelijk geld sparen, dan gaan we weer terug.

Maar vijf jaar later zijn we nog steeds in Nederland. We hebben zelfs een huis gekocht, in Almere, in een buurt met alleen maar Nederlandse gezinnen. Artur werkt als machinebediende in een kokerfabriek. Ik kreeg een vast contract als administratief medewerkster bij een recyclingbedrijf in Biddinghuizen. We zijn gesetteld.

Natuurlijk, we doen niet het werk waar we ooit voor zijn opgeleid. Artur is psycholoog, ik studeerde Poolse literatuur. Maar in Polen was geen werk. Op een dag laadden we onze oude Volkswagen Polo vol kleren, pannen en een tent. Een avontuur. We kenden niemand in Nederland, maar we hoorden dat Nederlanders beter Engels spraken dan Duitsers, daarom gingen we naar Nederland.

Mijn Nederlands is heel goed, zegt u? Dankuwel. We hebben er hard op gestudeerd. In Almere volgden we privélessen en conversatielessen van de gemeente. Want ja, we willen hier blijven. Al missen we onze familie en vrienden in Polen.

Het is moeilijk om Nederlandse vrienden te maken. Nederlanders hebben hun eigen vrienden, ze willen in eigen kring blijven. We hebben eigenlijk maar één Nederlandse vriend, Erik, een man van 45 die in een glasfabriek in Huizen werkt, die woonde ook in dat pension in Zeewolde. We dachten dat in Nederland iedereen open en tolerant is, maar dat is niet zo. In Nijkerk zeiden de buren van Poolse vrienden op zondag: 'Je mag niet in de tuin werken!'

Glimlachen

Toch zie ik vooral de mooie dingen van dit land. Kijk naar de oude mensen! Wij zien alleen maar ouderen die glimlachen! Ze fietsen, ze sporten gewoon. Je ziet ze en denkt: zij hebben een goed leven. Dat verbaast me nog steeds. In Polen klágen oude mensen. Ze vinden altijd wel weer iets slechts om over te praten. Iets ergs. Sport, daar denken ze helemaal niet aan.

Vorige maand nam ik ontslag. Ik wil een eigen massagesalon beginnen, aan huis. De naam heb ik al: 'Nirwana'. Nu de klanten nog."

Er is een risico dat Polen niet integreren, ze leren de taal niet

Agata Kulesza (31), Den Haag

"Na mijn middelbare school reisde ik veel rond in West-Europa, woonde een tijdje in Frankrijk en studeerde in Londen. Vorig jaar februari besloot ik me te vestigen in Nederland. Ik had gekeken naar welk land ik als klinisch psycholoog het makkelijkst aan een baan zou komen, Nederland leek me het kansrijkst.

Oké, ik kwam ook omdat mijn vriend, een Ier, ernaar verhuisde. Maar als hij naar Frankrijk was gegaan, dan was ik niet gevolgd. Nederland bevalt mij beter. Je kunt hier overal fietsen, het is redelijk schoon en de mensen zeggen wat ze denken. Ik houd van die directheid. Nederlanders verspillen geen tijd, ze komen meteen ter zake. Het systeem werkt. Je krijgt dingen sneller geregeld dan in andere landen. DigiD, dat is fantastisch.

We huren een appartementje vlakbij de Haagse Markt. Ondertussen doe ik een master aan de universiteit van Wroclaw, ik ben bijna klaar met mijn scriptie. Ik kom zo aan een baan. Organisaties in Schiedam en Den Haag hebben me verteld dat ze Pools sprekende psychologen zoeken. Mijn droom is mijn eigen praktijk te openen.

Mijn afstudeeronderzoek ging over Poolse migranten in Nederland. Ik heb 130 mensen geïnterviewd en zag veel psychische nood. Heimwee, depressie, stress. Opvallend veel drugsgebruik ook, voor velen een uitweg voor de stress. Toch ben ik over het algemeen positief gestemd over de integratie van de Poolse migrantengroep. Als een Pool besloten heeft om iets te doen, dan werkt hij daar hard voor. Polen die hierheen komen, willen vooruit, ze willen slagen en zichzelf onderhouden.

Uitgebuit

Polen moeten de taal leren. Dat baart me nog het meest zorgen. 100 van de 130 mensen sprak geen Nederlands. De eerste jaren in een nieuw land zijn cruciaal, dán moet je de taal leren. Je zit niet vast in een routine en bent gemotiveerd. Maar ze leren de taal niet. Niet omdat ze dom zijn - de meesten waren hoogopgeleid. Ze zeiden dat ze geen tijd hadden, dat ze 's avonds te moe zijn. Dat ze eerst Engels willen leren.

Doordat ze de taal niet spreken, snappen ze het systeem niet. Ze kennen hun rechten niet, ze weten bijvoorbeeld niet dat als je ingeschreven bent je bijna gratis Nederlandse les kunt krijgen. Ze worden uitgebuit door andere Polen, die Nederland wél snappen. Maar ze denken: het leven is nog altijd beter dan in Polen.

Er is een risico dat ze niet zullen integreren. Er zijn Poolse buurten ontstaan. Met Poolse winkels, dokters en activiteiten. En Poolse tv, vergeet dat niet: ze kopen allemaal satellieten van Polsat. Ik snap de heimwee. Maar het helpt je niet verder.

Of ik zelf al Nederlands spreek? Het gaat vooruit, ik ben aan het oefenen. Dit interview gaat in het Engels, maar volgend jaar spreken we alleen nog Nederlands met elkaar, dat beloof ik u!"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden