Poldermodel is niet meer van deze tijd

In ons onzekere bestaan, waar we geen vat meer hebben op de natuur en waar elk mens getroffen kan worden door het noodlot, past het beter te spreken van een kweldermodel. De polder is te braaf, achterhaald. In de kwelder heerst tenminste onzekerheid.

Na de Dutch disease van de jaren zeventig is het poldermodel een metafoor geworden voor de economische opstanding van Nederland. Maar past die benaming nog?

Recentelijk werd kritiek geuit op het poldermodel, vooral op de bestuurlijke stroperigheid van het overleg tussen regering en sociale partners. Ik constateer dat ook de aardwetenschappelijke achtergrond van deze metafoor tot kritiek kan leiden en stel daarom voor over te gaan op een andere, eveneens aardwetenschappelijke metafoor voor de samenleving, namelijk het kweldermodel.

De polder wordt in de eerste plaats gekarakteriseerd voor een hoge mate van risicobeheersing en het scheppen van een knusse zekerheid. Kritieke afvoerberekeningen hebben een hoge veiligheidsmarge, de pompen hebben overcapaciteit en de dijken zijn zo hoog en breed dat we menen te kunnen berekenen dat de kans van doorbraak minder is dan eens in de duizend jaar. Dit impliceert in de tweede plaats een hoge mate van controle: de mens heerst over de natuur en niet andersom. In de derde plaats bestaat er -ondanks alle overlegstructuren- in de polder een duidelijke hiërarchie: er zitten mensen aan de knoppen in het pompstation, er zitten bestuurders op het pluche en er staan mensen met hun laarzen in de modder.

Laat ik duidelijk zijn: ik profiteer gretig van de zegeningen van het poldermodel en we mogen als Nederlanders trots zijn op wat we tot stand hebben gebracht. Maar ik vraag me wel af of deze metafoor nog als innoverend richtsnoer kan dienen voor onze gedachten en daden in de komende decennia.

Ik betwijfel dat. Allereerst vanwege het eerstgenoemde punt: de onzekerheid. Het noemen van de onvermijdelijke elf september leidt tot de al even onvermijdelijke conclusie dat risico's in onze moderne samenleving groot, onvoorspelbaar en dus onbeheersbaar zijn. De onzekerheid is groot. Dat heeft niet alleen betrekking op terreur, maar bijvoorbeeld ook op de effecten van klimaatverandering en het opraken van onze grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen.

Staande in de kwelder regeert de onzekerheid: we weten niet wanneer harde wind de normale vloed zal veranderen in een springvloed; de hogere punten in het landschap van vandaag zijn de geulen van morgen en drijfzand ontstaat op onvermoede plekken. Het onzekere beeld van de kwelder past daarom beter bij de toekomst dan het zekere beeld van de polder.

Dan het tweede punt van de mens die heerst over de natuur. In de kwelder heerst de natuur: de mens dient zich aan te passen om te kunnen overleven. Het is verleidelijk om het poldermodel te volgen waar de mens de natuur naar zijn hand zet, of beter: denkt naar zijn hand te zetten. De steeds meer urbane mensheid raakt vervreemd van de aarde: het korte-termijn winstdenken en handelen verstoort natuurlijke, lange-termijn processen in het systeem aarde en daarmee de leefomgeving van de mens. Wordt het geen tijd voor een fundamenteel andere benadering in onze cultuur waarbij we als mensen ons richten naar de aarde door ons activiteitenpatroon te harmoniseren met haar natuurlijke dynamiek? Ook in dit opzicht is de kwelder een betere metafoor.

Ten slotte de hiërarchie. In de kwelder staan we -als deelnemers aan de netwerksamenleving- naast elkaar op maaiveldhoogte. Bij springtij worden we allemaal nat. De bediener van de knoppen in het pompstation en de bestuurder op het pluche blijven niet buiten schot als het gaat om mondiale problemen zoals terreur, klimaatverandering en de schaarste aan natuurlijke hulpbronnen. Daarom is ook vanuit deze optiek de kwelder een betere metafoor dan de polder.

Begrijp me goed: ik stel niet voor dat we onze dijken doorsteken en weer op terpen gaan wonen. Beide metaforen hebben betrekking op een manier van denken en handelen vanuit bepaalde uitgangspunten.

Wat rest is op reis te gaan naar de kwelder en deze abstracte metafoor in daden om te zetten.

Johan Bouma is hoogleraar bodemkunde aan de Universiteit Wageningen en lid van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden