Polderhoek krijgt een gat in het hek

De Rotterdamse Hoek van de Noordoostpolder is ingericht, een nieuwe stek voor water- en weidevogels. Maar die moeten dan wel tussen de windmolens door kunnen vliegen.

COKKY VAN LIMPT

Niet meer dan een bosje met een kwelplas was het tot vorig jaar. Een luttel stukje natuur van 4 hectare in het meest westelijke hoekje van de Noordoostpolder, ingesloten tussen de IJsselmeerdijk en het omringende bouwland. Voor boeren was deze 'Rotterdamse Hoek' nooit aantrekkelijk. Na de drooglegging van de polder in 1942 bleef het kwelwater er vanuit het IJsselmeer onder en door de dijk opborrelen. Bovendien is de grond hier zavelig, waardoor ook grondwaterstromen snel omhoog komen.

Al in 2001 vroeg natuur- en landschapsorganisatie Het Flevo-landschap de provincie Flevoland om op deze plek de schaarse natuur in de landbouwpolder te mogen uitbreiden. Want de kwel waarvan boeren last hebben, is voor de natuur - weidevogels, eenden en zwanen - juist interessant.

Dat mocht, vertelt biologe Riet Rijs, hoofd van de afdeling beleid en kwaliteit van Het Flevo-landschap. "Maar daarna doemde ook het plan op voor een immens windpark. De hele IJsselmeerdijk van de Noordoostpolder wordt de komende jaren volgebouwd met tweehonderd meter hoge windmolens. En buitendijks, in het IJsselmeer, komt daar nog een, deels dubbele, rij molens bij."

Dat was slikken voor de landschapsorganisatie, die er voortdurend voor pleit geen windmolens te plaatsen op de grenzen van Natura 2000 gebieden. "Het windmolenpark dat het Rijk noemt, langs de Houtribdijk, van Enkhuizen naar Lelystad dwars door het IJsselmeer, mag er wat ons betreft dan ook absoluut niet komen. En de Wieringermeer is ook nog in beeld. Met al die molens zet je als het ware een hek om het IJsselmeer."

Ter hoogte van de Rotterdamse Hoek komt een gat in dat windmolenhek, een kilometer breed, bedoeld als vogelcorridor. Maar door het windparkplan is de ruimte voor nieuwe natuur achter de dijk kleiner geworden. In de loop van 2013 is het gebied uiteindelijk met 48 hectare uitgebreid, 10 hectare moeras en 38 hectare voor weidevogels. Voor bezoekers van het afgelegen natuurgebiedje is een route aangelegd, die de wandelaars langs het nieuw gegraven moeras leidt, door het oude bosje met de kwelplas heen en daarna over een bruggetje en een trap omhoog naar de Noordermeerdijk, die een prachtig uitzicht biedt over het IJsselmeer.

undefined

Kuifeenden en knobbelzwanen

Op een van de drie nieuw gegraven plassen, bestemd om moeras te worden, zwemmen kuifeenden en knobbelzwanen. "We hopen in de toekomst ook op wilde zwanen", vertelt biologe Rijs. Boven het nieuw verworven grasland hoort ze een grutto roepen. Een grote grijns verschijnt op haar gezicht. "Dit geluid maakt me blij en mijn dag helemaal goed." Er vliegen een paar bergeenden op, scholeksters tepieten luid en daar glijdt een lepelaar door de lucht. Rietplakken liggen klaar bij de plassen. "Het is de bedoeling dat die uitgroeien tot rietkragen", zegt Rijs. "Maar het wil nog niet zo vlotten, want de ganzen doen zich eraan tegoed."

De (toekomstige) moerasplassen zijn gegraven als ondersteuning van het Natura 2000 gebied aan de andere kant van de dijk: het IJsselmeer. "Hier kunnen de kuifeenden en toppereenden de luwte opzoeken als het spookt op het meer." Een graspieper en een veldleeuwerik zich horen. "We treffen het echt."

De plassen liggen in het zuidelijke deel van de uitbreiding van het natuurgebied. De nieuwe noordelijke kavels, voormalige landbouwgrond, zijn ingezaaid met speciale grasmengsels, schraalgras vermengd met klaver. "Als je niets inzaait, krijg je in het begin alleen distels en daar houden ze hier niet van," weet Rijs. Dit nieuwe grasland, waarop na het broedseizoen waarschijnlijk jongvee komt te staan voor de begrazing, is bestemd voor weidevogels, die tot nu toe alleen terecht konden op de dijk en tussen de bouwlanden in. Ook zijn er drie poelen gegraven voor de rugstreeppad, een beschermde soort, die in de Noordoostpolder talrijk is.

Rijs kan haar geluk niet op vandaag, want ze hoort nu ook tureluurs en ziet daarna een paartje opvliegen van de rand van een plas, omdat we te dichtbij komen. Ook de kuifeenden gaan en masse op de wieken. "Die gaan een kijkje nemen aan de andere kant van de dijk, op het IJsselmeer," gokt Rijs.

"Het mag een bescheiden gebiedje zijn, toch is de Rotterdamse Hoek belangrijk als stapsteen voor vogels in de Nederlandse delta," vertelt ze onderweg. "Flevoland ligt in de delta, maar we hebben het opgesloten met dijken. Daarom willen we waterrijk gebied achter de dijken toevoegen. De stapstenen voor trekvogels beginnen in de Flevopolders, met de Lepelaarsplassen, de Oostvaardersplassen en dan de Kamperhoek ten zuiden van de Ketelbrug, een moerasgebied dat ontzettend belangrijk is voor de gestuwde trek. Bij Urk, ten noorden van het Urkerbos willen we ook nog natte natuur gaan realiseren. Dan hebben we hier de Rotterdamse Hoek en nog noordelijker de Friese waarden, de buitendijkse gebieden."

De varkensmesterij naast het nieuwe natuurgebied is van ver te ruiken. "Dat bedrijf zit hier al heel lang. Nee, leuk is het niet", vindt Rijs, "maar destijds had niemand er in deze uithoek last van. Een varkensboerderij is in elk geval minder erg dan de kerncentrale die hier ooit gepland was, met alle gevaar van besmetting van het IJsselmeerwater." Angst voor verzuring door ammoniak uit de varkensstallen is niet nodig, zegt ze. "De grond is sterk gebufferd, er zit veel kalk in, vanwege de zeeklei." Als je goed kijkt, zie je inderdaad overal kleine stukjes schelp op de grond liggen.

Het bosje rond de kwelplas, dat daar sinds de drooglegging in 1942 is opgeschoten, geurt naar de bloesem van de meidoorn. Veel esdoorns staan er ook, en wilgen. Langs het wandelpad staat een door de westenwind kromgegroeide plataan met een indrukwekkende omvang. De biologe slaat haar armen om de stam. "Geweldig, zo'n dikke boom zie je hier niet gauw. Deze staat er vanaf het begin."

Vanuit het bosje loopt het wandelpad naar het bruggetje over de dijksloot. De strook grond tussen de toekomstige windmolens en de dijksloot ziet Het Flevo-landschap het liefst ingericht met rietkragen tot een ecologisch mooie kwelzone, met kans op baardmannetjes, snorren en watersnippen. Maar dan moet het steile talud flauwer glooiend worden en het peil liefst wat hoger, en daar heeft het Waterschap moeite mee. Want de dijksloot is er primair voor de drainage van de dijk. "Het Waterschap is bang dat, als het peil in de de sloot hoger wordt, het dijkwater er niet meer in kan afstromen," legt Rijs uit. "In het nieuw aangelegde weidevogelgebied hebben we twee verbindingssloten van stuwen voorzien. Die afvoerwegen voor de dijkkwel is het Waterschap dus al kwijt. Het water wordt nu, via verbrede sloten, om het gebied heen geleid en afgevoerd."

undefined

Passage voor vogels

Bovenaan de trap, op de IJsselmeerdijk staat het oude vuurtorentje, eigendom van Rijkswaterstaat. "Het zou afgebroken worden," vertelt Rijs, "maar dat stuitte op protest. De mensen hier zijn aan het torentje gehecht. Maar branden doet het niet meer."

"Het licht, dat diende om de schippers op het IJsselmeer te waarschuwen niet te dicht bij deze gevaarlijke kust te komen, is eruit gehaald en verplaatst naar de betonnen dam van 1100 meter lengte die kort geleden ter hoogte van de Rotterdamse Hoek is gelegd. Het scheepsverkeer moet voortaan buiten deze dam varen. In het verlengde van de dam, in noordelijke en in zuidelijke richting komen de buitendijkse windmolens te staan. De dam voorkomt dat schepen op het traject waar geen molens staan, te dicht naar de kust varen en tussen de windmolens terechtkomen."

"We hopen nu maar," denkt Rijs hardop, uitkijkend over het meer, "dat deze doorgang in de toekomstige windmolenopstellingen werkelijk een passage wordt voor vogels." Dat de molens zo hoog worden is volgens haar gunstiger voor vogels dan de kleinere molens uit 1991 die nu nog op de dijk staan, en overigens ook worden vervangen. "De vogels vliegen er onderdoor. Bovendien draaien de wieken van die grote molens langzamer, wat ook gunstig is." Maar over de vogeltrek, die in voor- en najaar langs de dijk plaatsvindt, heeft ze twijfels. "Dat kan problematisch worden," vreest ze.

undefined

Windverenigingen

Riet Rijs, hoofd beleid en kwaliteit van Het Flevo-landschap, is lid geworden van drie windverenigingen in de provincie Flevoland. In deze verenigingen, die grotendeels zijn ontstaan vanuit de agrarische gemeenschappen - de eigenaars van de molens - wil ze namens haar natuur- en landschapsorganisatie meepraten over de plaatsing van molens in het landschap. "Onze voorkeur gaat uit naar een kleiner aantal windmolens, maar wel veel grotere, die beter in het landschap worden ingepast. Het idee is om in oostelijk en zuidelijk Flevoland de helft van de molens weg te halen en er grotere voor terug te zetten, met een dubbele opbrengst aan duurzame energie. De windverenigingen moeten voor 1 juli een plan maken. Ik wil hen adviseren goed naar de lijnen van het landschap te kijken en weg te blijven van de Natura 2000 gebieden."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden