Polarisatie loont, dat zullen D66, SP en PVV op 22 mei merken

De uitslag bij de lokale verkiezingen zal zich, als de voortekenen niet bedriegen, eind mei herhalen. Opnieuw zal zich het merkwaardige fenomeen voordoen dat twee regeringspartijen een tik om de oren krijgen, terwijl een derde drager van het kabinetsbeleid, D66, een enorme winst mag verwachten.

Of is dit te veel geredeneerd vanuit de landelijke politiek? Bij de lokale verkiezingen was het al ondoenlijk om een zinnige opmerking te maken over de landelijke aspecten van de uitslag (waar gaan al die stemmen op lokale partijen heen als het om de macht op het Binnenhof gaat?), bij de Europese verkiezingen van 22 mei is het kabinetsbeleid mogelijk nog irrelevanter. Althans, voor zover het niet over de visie op de toekomst van Europa gaat.

Nederland is geen referendumland, maar op 22 mei wordt in feite een referendum gehouden. Je bent voor of tegen Europa, ongeacht wat nu precies de inhoud van een stem voor of een stem tegen is. Is een 'stem voor' hetzelfde als een willoos inleveren van de Nederlandse soevereiniteit, zoals de populistische vleugel van de vaderlandse politiek het graag voorstelt? Of betekent een afwijzende houding tegenover Brussel dat binnenkort in dit land het licht uitgaat, zoals de toenmalige D66-minister Laurens Jan Brinkhorst voorspelde bij het enige referendum dat Nederland ooit meemaakte, dat over de Europese grondwet in 2005?

De polarisatie rond het onderwerp Europa zal D66, als meest uitgesproken voorstander van verdere integratie, en PVV en SP aan de andere kant, geen windeieren leggen. Wie zegt dat polarisatie niet loont?

De drie partijen profiteren van de verwarring over het onderwerp Europa bij andere partijen. Niet te hard roepen dat je Brussel en meer samenwerking onontkoombaar vindt, want wat zal de kiezer ervan denken?

Vooral doorgaan op een meer verhulde manier, dat was de Nederlandse politiek tegenover de Europese Unie sinds het begin van deze eeuw, in versterkte mate voortgezet onder het eerste kabinet-Rutte. Het kabinet, dat nota bene door de PVV overeind gehouden werd, deed de meest drastische stap in verdergaande Europese integratie in de afgelopen tien jaar door het initiatief te nemen de Europese begrotingscommissaris een grote vinger in de pap te geven bij het opstellen van nationale begrotingen.

Het is de grote vraag wat een tweede electorale klap in het gezicht zal doen met de gemoedstoestand van de gemiddelde PvdA-politicus. Veel meer dan de gemiddelde VVD-collega, is een sociaal-democraat geneigd een grote verkiezingsnederlaag te zien als het einde van de wereld en als een teken dat alles weer anders moet.

De PvdA staat ook veel ambivalenter tegenover het in de Unie gevoerde beleid. De nadruk ligt al weer jaren op de grote financiële politiek, op saneren en korten. Met een van de eigen voormannen, Jeroen Dijsselbloem, als hét gezicht van dat beleid.

De sociaal-democratische lijsttrekker voor 22 mei, Paul Tang, doet pogingen het sociale beleid terug op de Europese agenda te krijgen. Maar hoe geloofwaardig is dat als nog jaren gesneden gaat worden in nationale begrotingen?

Ook deze verkiezingen hebben misschien niets te maken met het Binnenhof, maar hoeveel klappen kan met name de PvdA nog verdragen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden